Terug naar Twente

roots | interview | Cabaretière Nathalie Baartman ging na 25 jaar weer in haar geboortedorp wonen. Een gesprek over Twentse wortels, vluchtelingen knuffelen en onaangepast willen zijn. 'Ik voelde me een flapdrol.'

Voor het eerst in 25 jaar woont Nathalie Baartman (43) weer in Twente, in haar geboortedorp Borne, onder de rook van Hengelo. "Ik moest echt weer even inburgeren."

Haar roots spelen altijd een grote rol in haar oeuvre en zeker in haar zesde voorstelling: 'Voest', Twents voor vuist. Ook dit nieuwe cabaretprogramma is te omschrijven als een authentieke zoektocht naar liefde en verbinding. Maar dan op een absurde manier, met droogkomische humor en Bulgaarse liederen. Met horten en stoten ook, want helemaal lukken wil het nooit.

Het is niet aan je te horen dat je zo lang weg was.

"Ik heb altijd mijn accent behouden en mijzelf als iemand uit Twente gepresenteerd. Ik speel ermee, gebruik de taal, schrijf Twentse liedjes. Het Twents is onbewust in mij gebleven, want mijn zusje is ook vertrokken, maar mensen die zij nu leert kennen horen niet dat zij uit Twente komt."

Waarom heb je besloten om terug te keren?

"Het heeft vooral te maken met mijn dochter van vier en wat ik haar wil meegeven. Een dorp past beter bij een kinderleven. En ik voelde, vanwege vier verhuizingen in de afgelopen vijf jaar, versnippering in mezelf. Waar is nu mijn thuis? Dat gevoel van ontheemd zijn zit óf in mij óf het heeft er echt mee te maken dat ik als een veel te pril, jong, onervaren, klein vogeltje, nog nat achter de oren, zo uit Twente ben vertrokken ben. En toen, werkelijk waar, een van de pot gerukt leven heb geleid. Dat zit nu allemaal in deze voorstelling, al die escapades. En dat het nooit helemaal goed gekomen is ook, haha. Voordat ik een kind had, was ik van plan om een half jaar in Plovdiv, Bulgarije, te gaan wonen om Bulgaarse zangles te volgen bijvoorbeeld. Ergens ben ik niet zo heel realistisch. Dan heb je ineens een kind, en denk je: nu moet ik het toch echt wel goed doen. Verantwoordelijkheid. Structuur. Leren waar het leven om gaat. Niet dat kind meenemen in die totale chaos van mijn bestaan."

Maar kinderen zijn toch heel flexibel?

"Eén van mijn mooiste jeugdherinneringen is toch wel dat wij elke zaterdag om half één pannenkoeken aten. Mijn moeder belde dan mijn oma, die achter ons woonde, en liet de telefoon twee keer over gaan zodat oma wist: ze zijn klaar. Zij had alvast rijstepap gemaakt en kwam dan met dat warme pannetje over het tuinpad aanlopen. Dat is een heel diepe herinnering, zoiets kerft zich in je ziel. Dat wilde ik ook voor mijn kind. Ik heb altijd een verlangen gehad naar dat warme, huiselijke bestaan en hoopte dat in Twente weer te vinden. Ik had het gevoel dat ik rituelen en tradities beter kon neerzetten op mijn geboortegrond met een oma en een opa in de buurt die dat ook heel sterk zo voelen. Zij hebben normen en waarden die ik innerlijk heel belangrijk vind, maar die ik op de een of andere manier, misschien door mijn leven als cabaretière, niet helemaal verwezenlijkt krijg."

Bestaat er zoiets als Twentse humor?

"Droog is een cliché hè? Het is onderkoeld, met weinig woorden en veel relativerende opmerkingen. Er zit een onopgesmuktheid in het Twents. Een buurvrouw had via via gehoord dat ik konijnen had, ze stond ineens voor mijn deur met een bos wortelen. 'Ik heb heurt dat je een knientje hebt? Ik heb eergisteren wortelen gehad, ik heb gisteren wortelen gehad, maar drie dagen wordt me te veel. Hier, veur Flappie.' Mooi toch? Tukkers hebben ook veel zelfspot, dat is een kracht, maar tegelijkertijd een zwakte. Omdat er een bepaalde bescheidenheid in zit. Alles wordt met één opmerking weer kleiner gemaakt. Ik ben bijvoorbeeld het boegbeeld geworden voor economisch zelfstandige vrouwen in Twente. Dan maak ik de grap: valt wel mee met die zelfstandigheid hoor, ik bel nog elke dag met mijn moeder."

In 'Voest' zet Baartman haar eigen verhalen, die zorgen voor een sfeer van geborgenheid, naast verhalen over nieuwkomers, die ze in dezelfde sfeer probeert mee te nemen. Ze ging daarvoor naar het asielzoekerscentrum bij haar in de buurt, in Azelo. "Ik kon het niet meer uitstaan. Ik had zo veel gediscussieerd met vrienden: wat moeten we toch met de vluchtelingen? Ik dacht: ze zijn hier nu, ik wil ze ontmoeten. Ik wil zelf oordelen en niet vanuit het nieuws een mening vormen. Ik merk elke keer dat een ontmoeting angst wegneemt. Vooroordelen wegneemt. Ik heb allerlei vluchtelingen ontmoet, ik kan er werkelijk geen uitspraak over doen want het zijn gewoon mensen."

In de voorstelling noem je jezelf een 'xenofiel'.

"Ik ben Twente, maar mijn vlucht is de andere cultuur. Ik hou van Arabische muziek, Afrikaanse en Slavische muziek, daar put ik passie en temperament uit. Andere culturen inspireren mij heel sterk. En door muziek zie ik vooral overeenkomsten in plaats van verschillen. Ik heb in Borne een avond georganiseerd met musici uit het dorp en uit het azc. Ik zong bijvoorbeeld een Arabisch lied met een fluitist uit Damascus die daar zijn eigen orkest had en dirigent was. Mensen begonnen heel zachtjes mee te zingen, dat was zo mooi. De groenteboer riep de volgende dag: 'Het was hartverwarmend!' Mensen denken nu misschien: o, zij is een vluchtelingenknuffelaar, maar daar ben ik het niet mee eens. Ik wil gewoon niet in de polarisatie terechtkomen."

Waarom ben je eigenlijk ooit weggegaan uit Twente?

"Ik was dat op elkaar letten zat en de katholieke braafheid waarmee ik ben opgegroeid. Ik wilde vrij zijn, het duister ontdekken, de krochten van het leven opzoeken. Ik was klaar met de gestreken blouses en de aangeharkte tuinen. Er is een hoop degelijkheid in zo'n dorp. De hippie in mij moest er even uit."

Viel je uit de toon dan?

"In mijn hart wel. Ik voelde me een flapdrol, een kind onder moeders rokken. Ik heb daar nog wel last van. Als in mijn auto nog een halve pannekoek ligt die mijn dochter niet op heeft gegeten, dan haal ik die maar weg. Want er kijken 48 appartementen uit op mijn geparkeerde auto. Dan denk ik: is niet heel Borns, een halve pannenkoek in je auto. Terwijl ik heel erg de behoefte heb om onaangepast te zijn. Juist omdat ik een sterke aanpassingsneiging heb. In mijn jeugd gehad, nog steeds in de liefde, daarom gaat het ook altijd mis. Ik was in mijn twintiger jaren niet echt gelukkig, had een eetstoornis en een grote neiging tot somberheid. In het cabaret heb ik iets gevonden, mijn eigen vuur, en dat breng ik nu naar buiten. Ik durf op het podium gigantisch onaangepast en schaamteloos te zijn. Dat is helemaal mijn domein."

Heb je ook weer een nieuwe Twentse liefde misschien?

"Moet dat in het interview?"

Het zou zo mooi zijn als het 'teruggaan naar je wortels' een happy end heeft, met een norse boer die ontdooid is door jouw xenofiele passie.

"Ik denk dat eerst mijn voorstelling maar eens af moet."

Voest Het cabaretprogramma van Nathalie Baartman gaat zaterdag in première in Amstelveen (Griffioen) en speelt t/m 26 mei. Informatie www.nathaliebaartman.nl

Rinske Wels

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden