Review

Terug naar Terug naar Oegstgeest

Welke klassiekers moeten in de 21ste eeuw nog gelezen worden? Deze maand test Rob Schouten de houdbaarheid van Nederlandse naoorlogse romans.

'Terug naar Oegstgeest' van Jan Wolkers heeft veel weg van een documentaire reportage: iemand doet verslag van zijn terugkeer naar z'n geboorteplaats. We zien hem de oude plekken bezoeken en we krijgen in beeld hoe het vroeger was. Niks bijzonders voor de televisiekijker van tegenwoordig, maar in 1965 stond de televisie nog maar net aan en de vorm die Wolkers voor zijn herinneringsroman koos was nog helemaal niet zo gebruikelijk. Hoogstens doet ze denken aan die andere grote herinneringsroman, 'Het land van Herkomst' van E. du Perron. In elk geval de structuur doet dat: om en om hoofdstukken uit heden en verleden. Maar de gewoonte om onverbloemd je eigen verleden in te zetten, iets waar tegenwoordig geen schrijver zich voor geneert, was nog betrekkelijk nieuw.

Het is dat 'gewone', voor de hand liggende karakter van het boek, een simpele opzet voor een alledaags verhaal, dat de toenmalige smaak bepaalde. Als je naar de omringende literatuur van die tijd kijkt merk je dat ze nog sterk leunt op de kunst van het verzinnen. 'De avonden' van Van het Reve is een gefictionaliseerde autobiografie, de boeken van Hermans zijn moderne fabels, Anna Blaman verstrikte zich in een woud van veelbetekenende 'bedachte' geschiedenissen. Maar in de jaren zestig breekt in de Nederlandse literatuur het autobiografisch schrijven door: Reve met zijn brievenromans (bijvoorbeeld 'Nader tot U'), Wolkers met zijn terugkeer naar Oegstgeest, Jan Cremer met de onverbiddelijke bestseller 'Ik Jan Cremer'. Op het omslag van mijn exemplaar staat bij wijze van aanbeveling een schoolrapport van Wolkers afgebeeld: ,,Jan is lui en ongehoorzaam. De laatste weken is er eenige vooruitgang merkbaar'. 'Terug naar Oegstgeest' is dus een egodocument en niet langer een product van de verbeelding. En dat past: zoals overal in die roerige jaren wordt ook hier afgerekend met oude gewoontes en ideeën, literaire regenten worden aan de kant gezet: de realiteit komt eraan.

Inmiddels ligt 'Terug naar Oegstgeest' zevendertig jaar achter ons, het is als het ware een nostalgisch boek geworden maar dan in het kwadraat, want het w s al nostalgisch: Wolkers keerde immers zelf ook terug naar de wereld van zijn jeugd. Zo wordt je eigen ervaring van nu begeleid door Wolkers' ervaring van 1965: je belandt in een wereld van gisteren. Wolkers' 1965 blijkt in 2002 overigens nog tamelijk knapperig en dat komt misschien doordat de wereld van zijn ouders daarentegen zo definitief verzonken is: onwankelbaar christendom, veel kinderen, armoedige omstandigheden, een winkeltje met loopjongens, de naderende Tweede Wereldoorlog. De jaren dertig en veertig waren waarschijnlijk voor de jaren zestig heel wat verder weg dan de jaren zestig dat voor het begin van de eenentwintigste eeuw zijn. Zo rijdt de hoofdpersoon in '65 langs een toen al dynamisch Schiphol naar Oegstgeest en blijken de oude monumenten uit zijn jeugd intussen beklad met graffiti (vraag: kenden ze voor de oorlog ook graffiti?) en terwijl je dat leest, dringt het opeens tot je door dat Wolkers gewoon in een auto reed; dus dat deden schrijvers in 1965 al wel. Maar 'Terug naar Oegstgeest' is in de eerste plaats een boek over de magie van de kindertijd. Van vreemde personages, zoals een spiritistische buurvrouw die gepest moet worden; van eerste, onduidelijke seksuele ervaringen; van stemmen en geluiden: ,,Zolang als jij de gehoorzaamheid niet kan opbrengen om je aan een verbod te houden, zal je nooit een behoorlijke steunpilaar van de maatschappij worden.'

Het is ook een boek dat de lezers niet ontziet. Zo komen er weliswaar kinderlijke maar gruwelijke dierenmartelingen in voor, niet besteed aan teerhartige zielen. De vanzelfsprekendheid waarmee insecten gebakken en ratten levend gevild worden, blijft schokkend. Eerlijk gezegd moest ik mezelf dwingen om door te lezen bij passages als deze: ,,We klemden een muis tussen een kooideur zodat hij met een bebloed pootje terugviel en meteen levend door de anderen werd opgegeten. Dan nam ik wraak door alle muizen in een pan te doen, de gasslang erin te hangen en ze te vergassen.' Het realisme en de oprechtheid van de autobiografische literatuur eisen nog altijd hun tol. Moeilijk voorstelbaar trouwens dat we met dezelfde man te maken hebben die tegenwoordig in kinderprogramma's liefdevol lieveheersbeestjes en egeltjes optilt en toespreekt.

Wie, zoals ik, zich in zijn hoofd gezet had dat Wolkers in 'Terug naar Oegstgeest' ook afrekent met de religie van zijn ouders, komt bedrogen uit. Het is helemaal geen protestboek, Jan is nog bijbelvast en lijkt zich haast te schamen wanneer de dominee van zijn ouders zijn boeken vanaf de kansel betitelt als uitingen van een modern levensgevoel. De schrijver gebruikt kortom zijn terugtocht naar het land van herkomst bepaald niet als propaganda voor de nieuwe cultuur. Eerder krijg je het gevoel dat hij ondanks alles vooral wil zwelgen in zijn kinderparadijs. Dat is ook wat de ongeduldige lezer van nu op den duur een beetje begint te vervelen: we begrijpen wel dat het vroeger anders en mooi was. Maar zulks is nu eenmaal het universele lot van andermans memoires, je zou er het liefst de jouwe tegenover willen stellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden