Terug naar een ’veilig’ Irak

Nederland overweegt Iraakse asielzoekers weer terug te sturen naar Centraal- en Zuid-Irak. De veiligheidssituatie in het land is sterk verbeterd. Maar is dat voldoende?

Het was een mooie dag voor Irak, afgelopen maandag. In Ramadi, de hoofdstad van de provincie Anbar, droegen Amerikaanse commandanten de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de provincie over aan Iraakse autoriteiten. Het was al de elfde van achttien provincies waar Irakezen het voortaan weer voor het zeggen hebben, en de eerste soennitische. In de parade over de pas geplaveide straten van de hoofdstad liepen Amerikaanse militairen mee – zonder kogelvrije vesten, helmen of geweren.

Dat was twee jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar. Destijds lag Ramadi in puin, en was Anbar voor de Amerikanen de gevaarlijkste provincie van Irak. Sinds 2003, toen de VS Irak binnenvielen, kwamen er in Anbar meer dan 1100 Amerikaanse militairen om, ruim een kwart van het totaal aantal dodelijke slachtoffers. Bij Falloedja vocht de bezettingsmacht tweemaal een bloedige strijd uit met opstandelingen die zich in de stad verschanst hadden. Honderden, duizenden mensen kwamen om.

Maar het was ook in Anbar waar de ommekeer kwam voor Irak. Eind 2006 hadden tribale leiders in de gigantische, woestijnachtige provincie die grenst aan Syrië, Jordanië en Saoedi-Arabië, genoeg van het geweld van Al-Kaida in hun regio. Zelf vochten ze tot dan tegen de Amerikanen, maar nu zochten ze toenadering. Zo werden de ’Zonen van Irak’ geboren, van wie er inmiddels ruim 100.000 zijn – meest soennieten die door de Amerikanen bewapend en betaald hun ’eigen’ wijken en wegen bewaken. Onder hen veel oud-opstandelingen en zelfs aanhangers van Al-Kaida.

De veranderingen in het soennitische kamp, samen met de (tijdelijke) komst van 30.000 extra Amerikaanse militairen en een wapenstilstand van de milities van de jonge sjiitische geestelijke Moktada al-Sadr, zorgden ervoor dat de veiligheidssituatie in Irak sinds dit jaar met sprongen vooruit gaat. De Iraakse overheid krijgt steeds meer greep op het eigen land, wat eerder dit jaar gestalte kreeg toen ze haar gezag herstelde in de steden Basra en Mosoel en in Sadr-City, een sjiitische volkswijk in Bagdad waar de milities van al-Sadr het tot dan toe voor het zeggen hadden. Het aantal doden, onder Amerikaanse militairen en Iraakse burgers, zakte in hoog tempo (zie grafieken).

De verbeterde situatie is voor sommigen van de vijf miljoen ontwortelde Irakezen reden om voorzichtig te denken aan een terugkeer naar huis. Voor sommige Europese landen is het reden om het asielbeleid voor Irakezen aan te scherpen.

Zweden, dat tot nu toe altijd de meeste Irakezen opving, laat hen niet meer zomaar toe. Dat zorgde het afgelopen jaar voor een scherpe toename van het aantal Iraakse asielzoekers in Nederland, waar vluchtelingen uit Centraal- en Zuid-Irak nu nog automatisch een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. De Nederlandse regering onderzoekt of dat beleid aangepast moet worden.

De Iraakse overheid doet in ieder geval haar best om mensen in de diaspora te verleiden tot een terugkeer. Families krijgen 800 dollar vergoeding als ze naar huis gaan. Zo meldde de Iraakse televisie deze week trots dat 45 christelijke families terug zijn in de gemengde wijk Dora in Bagdad. Commerciële markten in de buurt schijnen weer goed te draaien.

Zo zijn er meer Irakezen die de gok wagen. Volgens metingen van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zijn sinds eind vorig jaar ruim 100.000 mensen naar hun eigen huis of wijk teruggegaan. Sommigen van de terugkeerders noemden in gesprekken met IOM de verbeterde veiligheid als argument.

Maar, zo stelt Joseph Logan van Human Rights Watch, er zijn ook andere, minder positieve redenen voor Irakezen om het leven in ballingschap op te geven. „Veel terugkeerders, vooral die uit Syrië, zeggen dat ze moeilijkheden hebben met verblijfsvergunningen en met het vinden van werk.” Een woordvoerster van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zegt het nog simpeler: „Veel mensen keren terug uit geldgebrek, niet omdat ze het zo’n goed idee vinden.”

De UNHCR bekommert zich om de miljoenen Iraakse vluchtelingen en ontheemden, die zich vooral in de buurlanden en in Irak zelf ophouden. De organisatie helpt mensen die terug willen keren, maar vindt het zelf nog te vroeg om vluchtelingen te stimuleren naar huis te gaan. „Het credo van de UNHCR is dat mensen in ’veiligheid en waardigheid’ terug kunnen keren naar hun huis of wijk”, zegt de woordvoerster.

En juist dat laatste is een groot probleem, vooral in Bagdad. Een substantieel deel van de Iraakse vluchtelingen vertrok in 2006, na de aanslag in februari op de Gouden Moskee in Samarra. De vernietiging van het sjiitische heiligdom was aanleiding voor een grimmige sektarische burgeroorlog tussen sjiieten en soennieten. De gemengde wijken van de Iraakse hoofdstad werden gezuiverd van ’verkeerde’ gelovigen. Een groot deel van de stad lijkt daardoor definitief opgedeeld in soennitische en sjiitische buurten.

Veel van de destijds verdreven mensen kúnnen daarom niet terug naar huis. Hun woningen zijn vernield of ’gekraakt’ door anderen. „De trend is dat mensen niet terug kunnen keren naar hun eigen huizen, omdat ze onbewoonbaar zijn geworden of bezet door andere mensen”, stelt Logan. Uit onderzoek van IOM blijkt dat dat voor bijna de helft van de terugkeerders het geval is.

Het leidt ertoe dat veel van hen zich maar liever in een andere wijk vestigen en daarmee ’secundair ontheemd’ raken. Zoals Ali (47), die aan HRW vertelde hoe hij begin 2007 een gemengde wijk in Zuid-Bagdad ontvluchtte nadat milities elkaar de zeggenschap in de wijk bevochten. Na terugkeer uit Syrië woont hij nu in een overwegend sjiitische wijk. „Ik kan absoluut niet terug; er woont iemand van Al-Kaida in mijn huis, die nu bij de Zonen van Irak zit.”

De overheid probeert iets aan het probleem te doen: deze week begon ze in Bagdad met inzet van het leger ’gekraakte’ huizen te ontzetten. Mensen die niet willen vertrekken, kunnen tot drie jaar gevangenisstraf krijgen. Maar ook hier blijken de zaken soms ingewikkelder dan ze zich op het eerste oog voordoen. Veel mensen die huizen ’kraken’ zijn zelf ook gevlucht voor geweld elders.

„Gewapende mannen kwamen mijn huis binnen, vermoordden mijn man en vernielden mijn huis”, vertelde een vrouw deze week aan de BBC. Zij vluchtte na wat haar overkomen was vanuit haar thuis in de provincie Dijala naar Bagdad. „Moet ik soms op straat gaan wonen?”, vroeg de vrouw zich wanhopig af.

Het moet dus nog blijken of de overheid de segregatie terug kan draaien. En het moet ook nog blijken of het geweld definitief geluwd is, al is het zelfs de vraag of ’geluwd’ de juiste term is. Irak is ook nu nog een zeer gevaarlijk land, zegt Logan van Human Rights Watch. „Mensen lopen veel risico– ondanks de relatieve rust dit jaar. Het geweld blijft op een heel hoog niveau, behalve als je het vergelijkt met de slachtpartijen van de afgelopen jaren.”

Joost Hiltermann, Irak-expert van de International Crisis Group is ook somber over de vooruitzichten van terugkeerders. „Irakezen uit het buitenland kunnen niet naar Irak teruggestuurd worden met de verwachting dat ze weinig risico zullen lopen. De toestand blijft zeer fragiel.”

De voorwaarden voor nieuwe gewapende conflicten in Irak zijn intussen volop voorhanden (zie kader). Hiltermann voorziet vooral problemen als de Amerikanen zich op grote schaal gaan terugtrekken. „Het is dan de vraag of de huidige regering de zaak in de hand zal kunnen houden. Mijn verwachting is van niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden