Terug naar de toekomst in Lelystad

Nieuwe luchthaven, nieuwe overslaghaven. De voormalige stad van de toekomst ziet weer toekomst. Wordt het ooit wat met Lelystad?

Stel je eens voor: een stad op het grootste kunstmatige eiland ter wereld, een eiland 24 keer groter dan Manhattan Island. De 76.000 inwoners wonen op een steenworp afstand van Amsterdam. Deze bofkonten leven in betaalbare woonkastelen naast een natuurreservaat, aan het mooiste zeilwater én aan het spoor dat hun metropoolregio Amsterdam snel verbindt met twee motoren van de Duitse economie, Hamburg en het Ruhrgebied. Ze leven in a great place to invest: Lelystad.

Geen woord over gekwelde tienerlevens in een kunstmatige polderstad uit de sixties. Geen woord over sociale problemen als hoge werkloosheid. Geen beelden ook van winderige vlaktes of van lege brede dreven in de Engelstalige promotiefilm die Lelystad vertoont op nationale en internationale beurzen. Integendeel, Lelystad is 'the City of the Future 2028'. Door buitenlandse ogen bekeken blijkt Lelystad de gouden plek in eivol Nederland. Ruimte zat in dit deel van Groot-Amsterdam.

Jop Fackeldey (55) weet het zeker: het wordt wat met Lelystad. Op het stadhuis schetst de PvdA-wethouder van economische zaken graag het kantelmoment waarop de provinciehoofdstad van Flevoland zich bevindt. Sinds de Hanzelijn in 2012 openging, is Lelystad niet meer het einde van de spoorlijn. In het IJsselmeer komt naast de Máxima-centrale een overslaghaven aan diep vaarwater, Flevokust. Het lokale vliegveld transformeert in 2018 in een tweede Schiphol-vestiging.

undefined

Idealisten

"Ligging, ligging, ligging", vat Fackeldey het voorziene stadssucces kernachtig samen. De ligging. Wie had dat ooit gedacht? Niets maakte Lelystad bekender dan juist de ligging in the middle of nowhere, gebouwd zonder snelweg of spoorlijn in de buurt. Al snel weggeconcurreerd door Almere. Groeikern zonder achterland, zeker nadat de aanleg van de Markerwaard verviel. Een stad die idealisten en kansarme types binnenhaalde. De werkloosheid bleef hoog. Wordt het écht wat met Lelystad?

Deze stad, die ooit inwoners lokte met extra huursubsidie, de rimboetoeslag, heeft het tij tegen, zou je denken. De hippe groeikern anno nu is een oude Amsterdamse of Utrechtse wijk, ooit de bedompte, uitgeleefde wijken van waaruit de bewoners vluchtten naar een groeikern. "In de jaren negentig werd de historische binnenstad ineens aantrekkelijk voor de hogeropgeleide jonge inwoners", zegt Arnold Reijndorp. "De econoom Robert Florida droeg daaraan bij met zijn boek over de creatieve klasse."

Stadssocioloog Reijndorp is groeikernenkenner aan de Universiteit van Amsterdam. Hij bekleedt de Han Lammersleerstoel. Wie Reijndorp over Lelystad hoort, beluistert mededogen met deze stad die een voorstad is. Het bouwplan voor Lelystad in Oostelijk Flevoland wijzigde al op de tekentafel, ook nadat de polder was drooggevallen in 1957. "Aanvankelijk moest Lelystad een Emmeloord worden", zegt hij. "Een voorzieningencentrum in een agrarisch gebied."

Heel kort vielen Lelystad en de tijdgeest van de maakbare samenleving harmonieus samen, zo rond 1975. In 1958 besloot het Rijk dat Lelystad een van de groeikernen moest worden om de verwachte randstedelijke bevolkingsgroei op te vangen. Stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988) kreeg carte blanche van het Rijk. Ongeremd ontwierp hij vanuit het niets Lelystad, een ontwerp dat volgens hem volledig moest worden uitgevoerd. Een stad voor 100.000 inwoners in 2000.

Van Eesterens blauwdruk was het Rijk veel te rigide. Hij verloor zijn klus aan ingenieurs uit Delft en Wageningen. Die hielden zijn plan in grove lijn aan. De baai waaraan Lelystad op dijkhoogte liggen zou, verdween, evenals de stadssnelweg en skyline. Lelystad werd flexibel gebouwd. "Pragmatisme en idealisme gingen samen", schetst Reijndorp. "Lelystad bouwen werd vakkenvullen. De ingenieurs haalden voor nieuwe voorzieningen, zoals scholen, vooral personeel met vernieuwende denkbeelden naar Lelystad."

Dit oerverhaal van Lelystad is al geschiedenis. Aan de kustboulevard bij Batavia-haven, het toeristische Lelystad, vertelt Flevoland-historicus Henk Pruntel daar graag over. "Dat Lelystad zonder spoorlijn of snelweg is gebouwd, was funest voor de ontwikkeling", vertelt hij in het erfgoedcentrum Nieuwland. "Lelystad begon als ambtenarenstad voor personeel van de rijksdiensten RIJP en ZIJP en van de PGEM-elektriciteitscentrale. Dat moest in de eerste woonwijk om en om wonen."

undefined

Middenschool

Lelystad werd een magneet voor idealisten. De gemeente experimenteerde met een middenschool en fenomenen als gezondheidscentra en multifunctionele vrijetijdscomplexen. Een premieregeling lokte bedrijven naar Lelystad, zoals huisdiervoedingsfabriek Hols. Die kreeg tienduizend gulden per werknemer. Voordat er in 1973 weggesaneerde Amsterdammers in Lelystad kwamen, woonden de gastarbeiders er al. Vooral Marokkanen. Lelystad was ruimhartig met gezinshereniging.

"In 1981 kwam de klad erin", vertelt Pruntel. Lelystad leek overbodig. De stad begon een negatief imago op te bouwen: wonen in the middle of nowhere. De aanleg van de spoorlijn naar Amsterdam en voltooiing van de A6 kwamen te laat. Almere werd Flevolands dominante kern. Lelystad zocht naarstig nieuwe inwoners, desnoods drop-outs. Zo ontstond het stadsimago dat in het nationale geheugen werd gebeiteld. Lelystads enige troost was in 1986 de benoeming tot provinciehoofstad. Er bleef een raison d'être.

Lelystad werd in de jaren tachtig het symbool van een voorbije toekomst. In de concurrentieslag met Almere trok het onvolgroeide Lelystad met zijn wervingscampagnes veel probleemgroepen. Die waren welkom. Zo riep de gemeente in de jaren tachtig een slecht imago over zichzelf af. Vroeg of laat komt in Lelystad het gelijknamige boek ter sprake van Joris van Casteren, waarin hij zijn jeugd schetst in een puberend Lelystad. Rauwe verhalen vol voorstadverveling.

Een mooi boek, vindt Fackeldey, maar wel jammer dat hij blijft hangen in dit Lelystad van vroeger. Reijndorp geniet van het stof dat dit boek deed opwaaien. Zijn ogen glinsteren. Eenzijdig is het geschetste beeld wel: Lelystad is ook de stad van de gelukkige forens. Dat wordt weleens vergeten.

In de jaren negentig veranderen de groeikernen, constateert Reijndorp. "De herwaardering van historische binnensteden gaf groeikernen de impuls ook stad te worden. Ze begonnen te werken aan stedelijkheid en lieten zelfbewust architectonische pareltjes neerzetten." Zo ontwierp Ben van Berkel in Lelystad het knaloranje Agora-theater. Er kwamen woonwijken in duurdere segmenten. Een golfbaanwijk. Een jachthavenwijk op namaakduinen.

undefined

Hoogbouw

Het wordt niks met Lelystad als het toegeeft aan de verstedelijking, stelt Reijndorp. "In groeikernen wringt de bestuurlijke ambitie naar meer stedelijkheid vaak met het suburbane woonideaal van de inwoner. Die is vaker gericht op rust en comfort"

Van Eesteren had Lelystad vol hoogbouw gepland. Die kwam er niet. Want wie verruilt nou Amsterdam voor een flatje in Lelystad? Niettemin betreurde Lelystad lang het ontbreken van een skyline en dus van zichtbaarheid in de weidse polder.

Het ontbreekt Lelystad aan wel meer: aan inwoners vooral. Fackeldey: "Onze stad is ontworpen op 110.000 inwoners. De onderhoudskosten voor onze voorzieningen en infrastructuur horen daarbij. Maar de kosten worden vergoed door het Rijk op basis van onze huidige grootte." Meer inwoners betekent ook meer draagvlak voor het langgerekte stadshart. Dat werd ooit opzettelijk deels onbebouwd gelaten uit speculatie. Dit zou ooit dure grond worden.

Het ontbreekt Lelystad, met relatief veel lager opgeleiden en werklozen, ook aan voldoende banen in eigen stad. Nieuwe logistieke centra als Flevokust-haven en burgerluchthaven Lelystad-Amsterdam Airport creëren die na 2018, is de hoop. Of wellicht verleiden die de maakindustrie naar Lelystad te komen. "Voor werkgelegenheid willen we minder afhankelijk zijn van overheidsdiensten", verklaart Fackeldey. Al is hij blij dat de provincie Flevoland zelfstandig mag blijven bestaan.

Een tweede Almere met zijn skyline zal Lelystad niet worden. De provinciehoofdstad is zichtbaar op een andere manier. Sinds de Hanzelijn open is, zoeven treinreizigers door de stad. Aan de kust, zoals Fackeldey de stadsoevers van het IJssel- en Markermeer aanduidt, krijgt Lelystad smoel met boulevards, jachthavens en horeca. De vakantieganger die na 2018 vanaf Lelystad vliegt, ziet de stad vanuit de lucht zoals die lang geleden was bedoeld: als een groene groeikern.

undefined

Kantelpunt

Fackeldey juicht de vliegveldontwikkeling door Schiphol toe, zelfs al wordt in buurgemeenten gemopperd over de overlast. "Ze hebben hier straks economisch ook baat bij", meent de wethouder. "In Zwolle spreekt men al van 'ons vliegveld'."

Het nieuwe nationale vliegveld voor vakantievluchten betekent volgens hem 'dat je ineens iets in Lelystad te zoeken hebt'. Dit is het kantelpunt. Lelystad is filevrij en biedt nog altijd, zoals in de jaren vijftig voorzien, ruimte midden in het land.

De stad van de toekomst is dus weer helemaal terug. Internationaal gezien is Lelystad the middle of everywhere, gewoon een stukje Amsterdam. Maar door een binnenlandse bril bekeken is het stadsimago echter hardnekkig eenzijdig. Dat wordt toch nooit wat?

Alles doet Lelystad voor een beter imago. Bureau Berenschot deed imago-onderzoek. Fackeldey: "Ze hadden goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws was dat Lelystad het slechte imago kwijtraakt. Het slechte nieuws was dat daarvoor niks in de plaats is gekomen." De stad is wat die is. Fackeldey verklaart: "Lelystad biedt veel ruimte, ook voor ideeën, en een goede ligging." Het eerste beeld is overbekend, het laatste nieuw.

Lelystad mag tevreden zijn met zichzelf. Geen stadse fratsen. Reijndorps conclusie: "Lelystads kracht blijft het suburbane karakter met huizen met grote tuinen, veel groen en goede voorzieningen. Voor veel Nederlanders zijn voorsteden zoals Lelystad hun dagelijkse biotoop. Willen ze cultuur en historie? Dan reizen ze er wel heen."

undefined

Van rijksdiensten naar bedrijvigheid

Hoewel Lelystad een ambtenarenstad is met een provinciehuis en een rechtbankvestiging, draait de stadseconomie in toenemende mate om andere bedrijvigheid. Rijksdiensten verdwijnen stilaan. Het werkloosheidspercentage is met 11 procent hoger dan gemiddeld; het gemiddelde opleidingsniveau ligt in Lelystad lager dan gemiddeld.

De economie van forensenstad Lelystad kent amper regionale uitstraling. De stad moet het hebben van zichzelf of van nationale en internationale bedrijvigheid en bezoekers. Toeristen bezoeken het Aviodrome, de VOC-scheepswerf, outletcentrum Batavia Stad en Flevolandmuseum Nieuwland. De recreanten komen voor de watersport of de natuur in de Oostvaardersplassen.

De poldergemeente kent testlocaties van de Rijksdienst voor Wegverkeer, de politie en Wageningen UR. De stad werft van oudsher fabrieken (als McCain-frites en Donkervoort-sportauto's). De nieuwe overslaghaven Flevokust biedt ruimte aan zwaardere industrie en logistiek, mede om meer banen te scheppen. Datzelfde geldt voor het in 2018 getransformeerde regiovliegveld. Schiphol Groep is bezig met de aanbesteding van deze nieuwe nationale burgerluchthaven.

undefined

Tijdlijn Lelystad

1957: drooglegging Oostelijk Flevoland.

1959: stedenbouwkundig masterplan groeikern Lelystad (Van Eesteren).

1963: praktisch stedenbouwkundig plan groeikern Lelystad.

1967: eerste bewoners. Enige toegangsweg via Harderwijk.

1973: 10.000 inwoners.

1986: 58.000 inwoners; provincie Flevoland ingesteld; Lelystad hoofdstad.

1988: spoorlijn Almere-Lelystad geopend.

2011: 75.000 inwoners.

2015: 76.000 inwoners.

2030: (prognose uit 2014) 83.500 inwoners.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden