Terug naar de stad

Buiten wonen, lekker rustig, dacht ze. Maar dat viel tegen, toen de snelweg toch wat erg dichtbij bleek te liggen. Sarah-Mie Luijckx wil terug naar de stad. En wel zo snel mogelijk.

Kun je niet net doen of dat geluid het ruisen van de zee is, adviseert een vriend die een paar jaar geleden op Texel is neergestreken. Nee, dat lukt me met geen mogelijkheid. Hij heeft makkelijk praten op zijn idyllische eiland. Ik daarentegen bevind me tegenwoordig in een gat dat ligt in de oksel van de A27 en A2, waar dagelijks tienduizenden auto's en vrachtwagens overheen denderen. Het niet aflatende lawaai dat al dat blik dag en nacht voortbrengt, maakt me bij tijd en wijle bloednerveus. Het voelt als een hardnekkige smet op een lang gekoesterd plan: lekker rustig buiten wonen, weg van de hectiek van de stad waar achtereenvolgens buren met woest blaffende honden, extreem drukke kinderen en een pianoschool me deden besluiten dat het hoog tijd was de stad te verlaten.

Natuurlijk, ik had het kunnen weten. Slechts een vluchtige blik op de kaart had duidelijk gemaakt dat Hagestein niet de ideale locatie is voor iemand die verlangt naar absolute rust. Het gehucht is omgeven door tonnen asfalt, maar op de een of andere manier wilde ik dat niet weten.

Koud terug van een wereldreis en officieel dakloos - het huis in Utrecht was verkocht om de trip te bekostigen - moesten er spijkers met koppen worden geslagen. Een nieuwe woonplaats, bij voorkeur buiten de stad, waar ik na zo'n 25 jaar helemaal op uitgekeken dacht te zijn.

De huurwoning in Hagestein, die via Marktplaats al spoedig tot ons kwam, leek een geschenk uit de hemel. Lekker centraal gelegen onder de rook van Utrecht, en hóe pittoresk. Een knusse twee-onder-één-kap uit de jaren dertig, met een grindtuintje en leilinden voor de deur. En aan de binnenkant verrassend veel vierkante meters.

Ook de straat leek niet te versmaden.

Heerlijk dorps met een mooie kerk, veel aardige, vrijstaande panden waarvan sommige ooit dienst deden als winkel, én een beeldschoon voormalig gemeentehuisje, uitgerekend recht tegenover de te huur staande woning die mijn vriend en ik bijna per direct konden betrekken. En dan het uitzicht vanuit de toekomstige slaapkamer: weilanden met vredig grazende schapen. Ja, daar zou ik - overgevoelig voor externe impulsen - dan eindelijk wel eens heel gelukkig kunnen worden.

Dus werden de laatste pecunia uitgegeven aan liters verf om al het lelijke geel en blauw van de vorige bewoner weg te werken, en sloegen we driftig aan het opknappen.

Maar toen kort voor de verhuizing het gejank van de schuur- en boormachines verstomde, en de al weken aanhoudende oostenwind naar het westen draaide, waardoor het lawaai van de nabijgelegen snelwegen zich ten volle openbaarde, sloegen de twijfel en ook de paniek toe.

Zonder dat ik het zelf in de gaten had, bleek ik, ondanks mijn aanhoudende dromerijen over buiten wonen, bij mijn naasten te beschikken over een zeer stads imago. Waarschijnlijk niet in de laatste plaats door mijn voorliefde voor winkels. Daarvan is er hier welgeteld één. Een nering in klompen, struiken, zaden, en ja, ook wat kleding. Werkoveralls en reflecterende knaloranje vesten. Daarvan heb ik er mezelf kort na aankomst in het dorp een cadeau gedaan. Omdat ik weer eens zin had om te shoppen én vanwege het feit dat zo'n door Rijkswaterstaat goedgekeurd geval van levensbelang bleek te zijn. Zodra de schemering invalt is wandelen een gevaarlijke onderneming op de karig verlichte dijken langs het stroomgebied van de Lek waar Hagestein tegenaan schurkt. Voor je het weet, lig je op de motorkap van een voorbij scheurende wagen.

De spectaculaire natuur op loopafstand, waarvoor we eveneens in Hagestein zijn beland, bewonderen we bij voorkeur bij daglicht. Zonder meer prachtig zijn de van vogels wemelende uiterwaarden en vergezichten bij de rivier. Maar na het zoveelste rondje worden ze alweer gewoon, en moet ik mezelf bijna dwingen om te genieten van de aanblik.

De fietstochten naar de supermarkt en bakker in de nabij gelegen gemeente Vianen, die met een kleine omweg door het schilderachtige landschap voeren, schieten er dan ook steeds vaker bij in. Zodra er een regenwolkje opdoemt aan de einder, heb ik een excuus om in mijn Japanner te springen en rechtstreeks via het industrieterrein naar de winkels te crossen.

Dat buiten wonen en de auto twee onlosmakelijk verbonden grootheden zijn, ook daar had ik van tevoren onvoldoende over nagedacht.

Of liever: het schuldgevoel dat mij parten speelt bij mijn huidige, niet onaanzienlijke benzineverbruik. "Jij was toch altijd zo van het milieu", wierp het zusje van een vriendin me onlangs voor de voeten. Dat ben ik nog altijd, verzekerde ik haar.

Mijn afval scheiden, groentes van het seizoen eten, ik doe het nog steeds keurig. Maar de auto voor de deur laten staan; nee, dat lukt me niet.

De Arriva-bus die keurig één keer per uur het gehucht aandoet, neem ik alleen als ik beschik over zeeën van tijd. Daarom karren we op werkdagen dikwijls met een licht gevoel van schaamte over de grote verkeersaders richting de opdrachtgevers in de grote stad. Dat ik er wat ongemakkelijk bij zit in mijn tweedehandsje is overigens niet bevorderlijk voor mijn weinig vloeiende rijstijl, die ondertussen tot wat gepeperde rekeningen voor herstelwerkzaamheden aan het carrosserie heeft geleid.

Hoewel ik zelf tegenwoordig dus een stevige bijdrage lever aan de automobiliteit in dit land, ben ik - hoe hypocriet - niet coulanter geworden ten opzichte van mijn medeweggebruikers. Het eeuwige geruis van de snelwegen begint de laatste weken tot mijn eigen verbazing zowaar te wennen, maar daar is ondertussen allang weer een andere steen des aanstoots bij gekomen.

Toen ik van het voorjaar een weekendje alleen thuis was en de eerste warme dag een feit, viel me plotsklaps op hoeveel auto's er door onze rustieke Dorpsstraat raasden, die om onbegrijpelijke redenen nog altijd een ordinaire 50-kilometerzone is. Die hebben de lente in hun bol, en willen zo snel mogelijk naar de tuincentra, dacht ik aanvankelijk.

Inmiddels weet ik beter. Vanaf pakweg half zes 's ochtends komt een polonaise op gang, die pas tegen middernacht ophoudt. De Arriva-bus die altijd haast heeft, doet de tuindeuren trillen in hun sponningen. Maar het ergste is het scala aan éénpitters dat bij het krieken van de dag in een rottempo via onze straat bij de snelwegen wil komen. Velen beschikken over aanhangwagens met hekwerken en zwaar gereedschap die meebonken op het plaveisel dat door al het gewicht twee diepe geulen heeft gekregen. De op maat gemaakte oordoppen die voor het slapen gaan op het nachtkastje móeten liggen, zijn momenteel zo'n beetje mijn kostbaarste bezit.

Met de leuke buurman die het allemaal ook te gek en te gortig vindt, heb ik afgelopen zomer bij de gemeente aangeklopt. Of die het ook niet een beetje idioot vond dat zo'n authentieke straat - nagenoeg zonder fatsoenlijke stoepen - was verworden tot een racebaan? De verkeersambtenaar en -wethouder begrepen wat wij bedoelden, en beloofden dat er wat zou gebeuren. Over anderhalf jaar komt er meer duidelijkheid.

Daar wil ik niet op wachten. Ook mijn vriend heeft zich er bij neergelegd dat er weer verhuisd moet worden. We zijn het er ook over eens dat de volgende halte niet nog verder het platteland op zal liggen. Inmiddels weet ik dat mijn ideeën over een frank en vrij leven aldaar zijn gebaseerd op een paar luttele herinneringen uit mijn jeugd tussen de Betuwse boomgaarden, die in de loop der jaren uitgroeiden tot romantische ideaalbeelden. Met de werkelijkheid hebben ze weinig van doen. En dus gaan we weg. Gewoon terug naar de stad.

Van Utrecht naar Buren

David Blom (29) klinisch psycholoog,

"Op het platteland kun je meer jezelf zijn. De sociale druk, de dwang om mee te doen, is in de stad veel groter. Utrecht is een echte studentenstad, gedomineerd door jonge mensen. Hier tellen alle leeftijdsgroepen mee. Er is tijd voor de oud-wethouder, een man van 82, die even langs komt voor een praatje.

Ook in fysiek opzicht is er veel meer ruimte. Daardoor hebben mijn familie en ik in Buren ons plan kunnen verwezenlijken. We wilden al langer samen een centrum voor onder meer kunst en muziek opzetten, waar cursussen, workshops en lezingen worden gehouden. Afgelopen maand is die droom werkelijkheid geworden. Toen hebben we de deuren geopend van Studio de Heuf, een plek waar wij ons kunnen ontplooien.

Daar ging een flinke verbouwing aan vooraf. Nadat mijn moeder in 2009 de boerderij voor een ongelooflijk laag bedrag van een oud boertje kocht, hebben we de boel drie jaar lang aangepakt. In de voormalige koeienstal zit nu het cursuscentrum. Ook hebben we vier appartementen met elk een eigen opgang gecreëerd voor mijn moeder, broer, zus en mij. Mijn dementerende oma van 95 heeft een speciale plek in het voorhuis. In de verpleeginrichting waar ze zat, ging het niet meer. Dus hebben wij de verzorging op ons genomen. Die is heel intensief. Maar omdat we hier de ruimte hebben, worden we er niet continu mee geconfronteerd. In Utrecht was dat een heel ander verhaal geweest. Dat geldt ook voor de popband die ik samen met mijn broer en zus heb. We kunnen hier als we willen de hele dag keihard muziek maken."

Van Utrecht naar Asch

Lotte Timmermans (41),

eigenaresse kookstudio

"Als ik rond de verbouwde boerderij loop, waar we in 2006 zijn komen wonen, voel ik me rijk. Ik ruik de lente al voordat die is gekomen. En na de Kerst staat het helemaal vol met sneeuwklokjes. Dat maakt me ontzettend blij. Het is de herkenning van mijn jeugdjaren in het Brabantse plaatsje Wouw. Het huis van mijn oma. De velden achter mijn ouderlijk huis waar je urenlang kon spelen.

Onze drie zonen - de jongste is hier geboren - zijn altijd buiten. Dat geeft me ontzettend veel vrijheid. Als ze een vijver willen, zeg ik: hier heb je een schop. Ga maar graven. Ik hoor het wel als het water erin kan. Ook voor hen is buiten wonen een zegen.

Jongens hebben een adrenalinegehalte van hier tot Tokio. In Utrecht waren het gekooide beestjes. Ik moest altijd in de gaten houden of de poort op slot was, zodat ze niet de straat op zouden rennen. Uren heb ik doorgebracht in de speeltuin. Als je in de stad woont, heeft rust opzoeken iets kunstmatigs. Je gaat naar het bos, de zee of het zwembad, waar heel veel anderen zijn. Dat heb ik nooit zo begrepen.

In Asch hebben we 4000 vierkante meter grond. Die ruimte inspireert me om veel te doen. Toen ik 40 werd, besloot ik mijn organisatorische baan bij de kunstacademie op te zeggen en bij ons huis een kookstudio annex cateringbedrijf te beginnen. Lalotta loopt inmiddels heel goed. Het is een heel ander verhaal dan de Italiaanse kookwinkel die ik in Utrecht ooit met een vriendin runde. Daarvoor haalden we de producten bij de groothandel, nu komen die van mijn eigen land. De groenten uit de moestuin, het fruit uit de boomgaard, de kippen zorgen voor de eieren. Mijn gasten vinden dat geweldig."

Utrecht - misschien terug naar Brabant

Doriene van der Wijst (46) kostuumontwerper

"Ik woon alweer 22 jaar in Utrecht en heb ondertussen veel van de wereld gezien; maar Brabant, waar ik vandaan kom, blijft trekken. Het gevoel ooit terug te gaan, heb ik altijd gehad. En mijn vriend - eveneens Brabander - heeft dat inmiddels ook. Het is de gemoedelijkheid die er heerst, het lagere levenstempo, het zachtere taaltje. Maar ook het landschap waar we ons zo thuis voelen. Hutten bouwen en slootje springen; een fijne jeugd met veel ruimte is iets wat we onze twee dochters eigenlijk ook willen geven.

We gaan vaak naar Zeeland.

In de herfstvakantie waren we de hele week op de boerderij van mijn ouders, waar mijn twee zussen vlakbij wonen. Onze kinderen spelen er met hun neefjes en nichtjes op de binnenplaats. We vormen dan een soort woongroep; dat zou ik eigenlijk wel willen. In de schuur kunnen we vrij gemakkelijk een huis maken met ieder zijn eigen opgang en terras. Helaas zal het daar nooit van komen; de gemeente staat dat niet toe. Toen vorig jaar in de buurt van mijn ouderlijk huis aan de bosrand een woning te koop stond, raakten we weer helemaal in de ban van Brabant. Er waren paardenstallen bij, het was zo ontzettend gaaf. Vóór de crisis zouden we het meteen hebben gekocht, om vervolgens ons eigen huis te koop te zetten. Maar tegenwoordig doe je dat niet zomaar meer.

Voorlopig blijven we dus in Utrecht. Dat is geen straf. We zijn hier geworteld. Als ik door de buurt fiets, zie ik continu bekenden. Heel dorps. Ons bovenhuis is heerlijk. Niet inbraakgevoelig, een flink balkon. Maar ja, de ruimte eromheen. Een stukje land en een hond, dat zou fijn zijn. Misschien over tien jaar, 95 procent kans dat we ooit gaan... nou vooruit: 85 procent."

Doriene en Martijn Mulder met Keesie (links) en Bobbie

Van Baarn naar Bellingwolde

Mavis de Vroede (43) zelfstandig zorgondernemer

"We hebben hier geen televisie. De zendmast is te ver weg, en ik heb geen zin om een kabel te laten graven. Toen we hier vorig jaar zomer kwamen wonen, protesteerden de kinderen aanvankelijk. Ze hielden al snel op. Van al dat gekijk word je hersendood. We kiezen nu veel bewuster voor wat we willen doen. Zo ben ik tegenwoordig aan het knutselen.

Het schoolgebouw uit 1901 waar ik met twee van mijn vier kinderen woon - de oudsten zijn bij hun vader in Baarn gebleven - is een levensproject. Het is een heel groot gebouw; zie dat maar gezellig te krijgen. Vooral de eerste winter, toen de leidingen bevroren, was pionieren. Maar ik ben met weinig tevreden, ik hecht niet veel waarde aan luxe. Van de pony die hier door de tuin loopt, word ik gelukkiger dan van een vliegvakantie.

De buren zie ik bijna nooit. Wel lekker. Als ik behoefte heb aan mensen zoek ik ze gewoon op. Dankzij mijn jeugdvriendin, die al eerder in Bellingwolde terecht was gekomen, ben ik met mijn neus in de boter gevallen. Door haar maak ik onderdeel uit van een hechte club gezinnen, bijna allemaal import. We vieren samen de verjaardagen van de kinderen. In onze grote tuinen eten we dan taart aan lange tafels en stoken vuurtjes. Dat is wel even wat anders dan een feestje in het westen, waar je in een kleine huiskamer allemaal in een kringetje zit. Onder de echte Groningers heb ik ook kennissen; ik wil deel uitmaken van het dorp. Dat ze stug zouden zijn, is grote onzin. Ik vind de mensen hier toegankelijker dan in Baarn. Doordat de economie zwakker is, is er veel meer saamhorigheid. Moet er een boom worden omgezaagd, dan help je elkaar. In het westen huur je daarvoor een mannetje. En de gemeente vindt het heel leuk als je wat wilt ondernemen. Dat komt goed uit."

Mavis met Djimmie (links) en Deez

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden