Terug naar de rivierbron

Meer dan zestig talen schuilen in het slotakkoord van James Joyce - roman 'Finnegans Wake' uit 1939. Het kreeg de reputatie onleesbaar en onvertaalbaar te zijn. Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes lazen het desalniettemin en zetten 'de Wake' voor het eerst om in het Nederlands. ,,Wij roeien met de riemen die ons zijn afgenomen.'

Ze begonnen met zo'n vier woorden per dag. Zeven jaar later hadden ze het tempo van dagelijks twee bladzijden te pakken. Of ze onderweg struikelden? 'Elke dag wel een paar keer!' Maar elke keer opnieuw ging het uiteindelijk dagen, 'werd het licht om dat woord'. Als een mirakel, als epifanie. Erik Bindervoet hertaalde op zolder en liep talloze malen de trap af om beneden bij zijn vrouw uit te huilen als hij weer eens in een zinsconstructie of samen te smelten woord was gestrand. En steeds had hij, halverwege de trap, de oplossing weer gevonden. Waarop hij terug naar zolder kon.

Bindervoet en Henkes begonnen begin jaren negentig een roman waarin zij een natuur-historisch museum in Joyce's stervensstad Zürich situeren. In dat romanmuseum installeerden zij een opgezet vleermuisje, een plastic koetje, tuinkruiden, de sjaal waarmee Isadora Duncan fataal aan het pientere pookje van haar raceauto bleef haken en één pagina uit 'Finnegans Wake'. Niet in de Engelse meertaligheid van Joyce, maar in het Nederlands, dat de romanschrijvers zelf en ter plekke dienden te hertalen. Na die ene, vooral op klank vertaalde pagina, lieten zij hun eigen roman voor wat die was en zetten zich aan de Nederlandse vertaling van de volledige 'Wake'.

,,'Finnegans Wake' is geen boek', weet Bindervoet, ,,maar een berg waar je op en af kunt.' Henkes: ,,Als je eenmaal weet waar het over gaat, ben je het na een week weer kwijt, net als een droom die je vergeet. Het is droomtaal.'

Bij het begin beginnen is in 'Finnegans Wake' een letterlijke kwestie van PATS BOEM aangezien James Joyce beginnend al begonnen is. Zonder hoofdletter en halverwege de pagina dient de lezer op de eerste pagina ter plekke met ontginnen te beginnen. Zoals je de oever van een rivier nadert, ziet hoe dit water op dit moment je voeten en ogen passeert en je tegelijkertijd weet dat de rivier al lang met stromen is begonnen. Lees je de slotregel, dan sluit je aan bij de beginzin. Zoals het in zee uitgemonde water ooit en toch steeds terugkeert naar de rivierbron.

Maar nog vóór de eerste bladzijde moet je een hinkstapsprong achterwaarts maken want in die twee woorden van de titel huist al talige weerspannigheid: 'finn' als 'einde', 'egan'/again als opnieuw of begin, 'Wake' als dodenwake en tevens als ontwaken, en 'fin negans': het einde ontkennend.

Laten we niet ingaan op de vraag waar 'de Wake' over gaat (over droom, echo, drank en hitsigheid), maar hoe Joyce het deed en hoe zijn eerste Nederlandstalige hertalers het deden en nog steeds doen. Want die schrijven nu een boek over hoe zij 'de Wake' vernederlandsten.

En al helemaal voorbijgaan aan de vraag of lezers van toen en nu bij machte willen zijn om de woorden- en vooral associatieve klank-, ritme- en beeldenstroom te volgen. Want met armzalige zielen die niet verder dan de eerste bladzij van 'de Wake' komen, maken de hertalers korte metten. In de Joyce-kroniek 'Gnantwerp Gazette' (gnat = mug; bij een verblijf in Antwerpen had Joyce last van muggen en herdoopte de Scheldestad tot: Gnantwerp) schrijven zij onomwonden: ,,Laten we de gemiddelde lezer waar hij thuishoort, in de chemokar of bij het klein huisvuil, gaan wij verder met de nietzogemiddelde schrijver.' (Noot van de vertalers: de interviewer citeert hier uit literatuur voor ingewijden. Er staat niet wat er staat: als je een kabalistische formule loslaat op deze woorden, staat er: Publiek, ik omarm u! Dat wil zeggen: wij zijn van de partij Elitisme Voor Iedereen!)

Toch is het niet onhandig om te weten hóe men 'Finnegans Wake' dient te lezen. Henkes: ,,Joyce begint pas in hoofdstuk twee. Pas later schrijft hij het eerste hoofdstuk er als een ouverture bij. Dus kun je beter bij hoofdstuk twee beginnen, en later hoofdstuk een als epiloog lezen.'

Bindervoet: ,,Je moet er wel wat voor doen. Toch is er geen schrijver die zijn lezers zo serieus nam als Joyce. Als je er moeite mee hebt, kun je het beste hardop lezen. Joyce zei het zelf: It's all so simple!'

Ze raadpleegden Franse en Duitse vertalingen ('Er schijnt een heel goede Georgische te bestaan') van 'de Wake', maar leerden subiet dat de ene uit een soort navertelling bestaat met hier en daar een woordspeling, en dat de andere vertaler elk woord apart had genomen om daar zoveel mogelijk woordspelingen in te wringen die voornamelijk op geslachtsdelen doelen. Beide laconiek: ,,Je kunt het ook te gek maken.'

Met hun hertaling hebben zij een grote inhaalslag gemaakt. Net als Joyce daalden zij 'tot op de bodem van taal' af. ,,Misschien kan het Nederlands nu weer een tijdje vooruit.' Ze zagen al gauw in dat één methode van vertalen onmogelijk is. Ze moesten 'schipperen naast God' en dientengevolge roeien met de riemen die hen waren afgenomen.

De vierde zin uit 'Finnegans Wake' luidt bij Bindervoet en Henkes: ,,De grote val van de afwal resalteerde op zulke korte termijn in de pftjschute van Finnegan, die eirse solide man, dat de homptieheuvelkruin van homzelf de zonderzoeker prompt een fluks end naar de buitenwesten stuurt zonderweg naar z'n tomptietomtenen: en hun omslagboompuntopdeplaats ligt op de knock out in het park waar de oranjes voor immer en immermeer wel te roesten zijn gelegd op het groen al sinds dierste duvlinner lijffie liefhad.'

De verwijzing naar Dublin ('doublin'/verdubbelen) behouden de hertalers met hun 'verdubbelinden'. Maar in die vierde zin zit de verwijzing bij 'lijffie' naar de rivier de Liffey (,,... since devlinsfirst loved livvy.') iets dieper weggestopt. Valt de eerste bladzijde of de hele 'Wake' overigens wel te doorgronden als je niet weet dat de rivier die door Dublin stroomt de Liffey heet?

Henkes haalt zijn schouders op. ,,Ook dan valt alles op zijn plaats. Er gaat iets gisten in je hoofd. Soms weet je niet waar je overheen leest. Ook wij ontdekken nog steeds grappen, het is te veel om te begrijpen. Dat geeft niet, het is een van de charmes van 'de Wake'. Maar we gaan allicht geen 'Amstel', 'Maas' of 'Rijn' van de 'Liffey' maken. Dan kom je vreselijk om de koffie, zoals wij dat steeds noemden als er voor de zoveelste keer een echo weerklonk die wij ook echoënd moesten laten weerklinken. Stel je ziet een programma op televisie en hoort voor het eerst van je leven dat de Liffey door Dublin stroomt. En vorige week ben je in 'de Wake' begonnen. Dan besef je opeens: Liffey? Daar heb ik juist iets over gelezen! Je hoeft niet alles te weten, je kunt ook niet alles weten, maar sommige dingen mogen toch wel genoegzaam bekend geacht worden. Maar zelfs in het andere geval is 'Finnegans Wake' een boek dat je blijft lezen, ook als je het niet leest.'

Bindervoet en Henkes zijn in hun onverschrokkenheid, dartelende geestigheid en aanhoudend gepingpong met associaties aan elkaar en aan taal gewaagd. Tijdens het gesprek kunnen ze amper op hun stoel blijven zitten: ze lijken ook lijfelijk in een taalkundige schermwedstrijd verwikkeld. Aangezien zij geharnaste Wakeanen zijn praten ze onderling Wakeaans. Gebukt onder wetenschappelijke notendrang gaan zij allerminst. Doordat zij 'Mammoetwetslachtoffertjes' zijn, weten zij niet alles van iets, maar wel veel van alles. ,,Steun ons weswegen in onze dorst naar rechtlopigheid.'

Als Joyce latter schrijft, slaan zij ogenblikkelijk aan het ontrafelen. Dat kan 'het laatstgenoemde' zijn, er zit het Duitse 'leiter' voor 'ladder' in, het gaat tevens om het Engelse 'letter' als 'brief' én als 'drukletter', en die brief wordt ook nog eens als 'letter' uit de 'litter' ('de trief', de vuilnishoop) opgegraven. Aangezien Ieren de Engelstalige t of dubbele t als d en dd uitspreken - 'Ieren spreken over het algemeen wat natter' - komt tevens het Nederlandse 'ladderzat' in zicht want 'de Wake' staat van drankdamp strak. Aldus komen de hertalers via 'He stottered from the latter' op: 'Hij stotterde van de zatladder'.

Vondsten of anderszins lievelingswoorden werden bij nader inzien verworpen, al worden die bij dubbel nader inzien alsnog aan boord gehesen. Zij hertaalden naar Joyce's geest, minder naar diens letter. Henkes: ,,Soms gebruiken we iets wat niet in het origineel staat, maar wat het wel hebben kan.' Een voorbeeld van hun meanderende manier van denken en associëren.

,,In Hoofdstuk I komt de 'prankquean' voor, Grace O'Malley, in een sprookje dat wel als samenvatting van heel 'Finnegans Wake' mag gelden, op bladzijde 21-23. De eerste vertaling, van 1997, was 'loersloerie'. Omdat deze Grace de eigenaar de haard en hoeve, mijnheer Van Homrigh, een loer draait door zijn kinderen een voor een te kidnappen, en omdat ze een sloerie is. Toen we dit een keer tijdens een literaire voordracht voorlazen, was er iemand zo enthousiast dat hij het boek alleen om dat woord al zou kopen. Vervolgens begon er toch iets te knagen. Want het is ritmisch niet helemaal hetzelfde. En de 'prank' hadden we wel in de 'loer', maar de 'quean' was misschien toch iets subtieler dan sloerie.

Wat bleek! Het woord 'kween', verwant aan 'queen' en aan 'quean' - aldus de etymologen die elkaar wat dit betreft voorbeeldig hebben overgeschreven - kennen wij ook, of in ieder geval meneer Van Dale kende het. Bovendien kenden onze Vlaamse medelezers en verbetertalers het woord 'kween' zelfs in het wild, in de zin van kween = oude vrouw, ouwe jongedochter, naast de woordenboekbetekenissen van klagende vrouw, dier dat geslachtskenmerken van beide geslachten heeft: halfslachtig wezen, koningin, slet. En als je dan van 'prank' 'poets' maakt heb je de Engelse beginletter en het woordritme. Poetskween dus.

Maar daar vergaten we binnen de waard te rekenen, waar medelezer Anneke Brassinga ons op wees. Want poetskween klinkt veel te veel naar 'poetsvrouw', werkster dus en dat moeten we hier helemaal niet hebben, daar de werkster in 'Finnegans Wake', Kate, ook een zeer prominente rol speelt en niet die van Grace O'Malley. Verwaring was overduidelijk inadvisabel. Ja, Grace poetst de plaat natuurlijk met een voor een de kinderen, maar ze poetst niet het trapportaal van Van Homrighs Hofstee waar ze zojuist is gaan pissen omdat ze niet werd binnengelaten. Toen begonnen de alternatieven te borrelen: loerkween, fratssloerie, pinguin, streekslet, listsnol, plaagkween en alle mogelijke combinaties. Maar we zijn teruggekeerd naar ons uitgangspunt. De kracht van het door-en-door-Hollandse loersloerie kon niet verbeterd worden, zelfs niet door heel dicht tegen de Engelse klank en betekenis aan te gaan liggen. Zeer Wakeaans: darling eerst gekeeld en vervolgens herleefd, ja herboren doen worden.'

En dan nog is hun kostje niet gekookt laat staan voorgeschoteld want ook de Nederlandse woorden die Joyce in Oostende opdeed en noteerde, moesten in u-bochtconstructie worden weg- en terugvertaald. Is 'Wacht even' wel hetzelfde als 'Wait a minute'? In de 'Gnantwerp Gazette' berichtten de hertalers: ,,Je schrikt als Nederlandse lezer zo van Nederlandse woorden in 'Finnegans Wake' dat je pardoes niet meer weet wat ze betekenen. Het Nederlands in 'Finnegans Wake' is voor ons het allermoeilijkst te begrijpen, juist omdat we het zo goed denken te begrijpen. Gaan we uit van de Nederlandse betekenis, waarvan we niet eens weten of Joyce er wel van uitging toen hij het opschreef, of gaan we uit van wat een Engelsman er dronken of niet in kan lezen? (-) Kunnen we ons water in wijn veranderen om er zo weer water van te maken?' Het oorspronkelijke 'te huur' werd zodoende 'for hire', 'rookworst' veranderde niet in 'smoked sausage' maar in: 'smokesaucijsje'.

Voor oren die willen horen weerklinken tal van Bataafse liedjes in de Nederlandse 'Wake'. Slaap kindje slaap, In een groen, groen, knolle-, knolleland, De blauwgeruite kiel, De zilvervloot, en doemen citaten op van dode en toch Nederlandse dichters als Perk, Kloos of Nijhoff. Ook Marten Toonders burgemeester van Rommeldam is werkwoordelijk aanwezig in 'het gehacketak van al het gedickedak'. Zelf verschuilen de hertalers zich achter de Wakeaanse eigennamen (via 'first person shingellar') Schenkelvoet en (via jenevermerk en Guinnesbier) Guinnkes.

Dat gaat maar door en houdt niet op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden