Terug naar de kelder van het volleybalbestaan

Vanaf 1983 hebben de volleyballers hun opwachting gemaakt tijdens de EK. Dat begon in de tijd dat de Sovjet-Unie altijd eerste was en Polen tweede. Zevenentwintig jaar heeft dat toernooi te maken gehad met die lange jongens uit dat kleine landje achter de dijken.

Tweemaal werd Oranje derde (’89 en ’91), tweemaal tweede (’93 en ’95) en eenmaal werd dat toernooi gewonnen (’97). Daarna werd er geen topplaats meer behaald en moesten spelers en coaches alle zeilen bijzetten om kwalificaties voor grote toernooien af te dwingen.

’De Lange Mannen’ werden keurig geparkeerd na hun goud van Atlanta (’96) en wat even een fraaie voorbeeldfunctie leek te zijn, brokkelde langzaam af. In Peking 2008 was er geen mannenploeg meer op de berg Olympus te ontdekken.

Met de ontluisterende nederlagen tegen Estland hebben de mannen zichzelf een slechte dienst bewezen. Meedoen aan grote, internationaal meetellende toernooien kan vergeten worden. Estland uitaltijd moeilijk, voor deze uitvoering van de nationale ploeg blijkbaar wel. Vorige generaties wonnen met een hand op de rug gebonden van dit soort ploegen. Wat is er gebeurd met de ploeg, met de coach, met de hele volleybalwereld?

In de buitenlandse vakpers viel het niet-kwalificeren van Nederland afgelopen maandag op. Meer dan in eigen huis werd er door de kenners een vraagteken geplaatst bij dat feit. In Nederland haalden we onze schouders op: kenmerkend voor de sportcultuur die ons binnen tien jaar 82 olympische medailles op moet gaan leveren.

Maurits Hendriks kan met zijn zakje geld aan de postbus van de (mannen)volleyballers voorbij gaan. Dat is de consequentie van deze wrede en onnodige nederlagen. Waar ook de twee letters WK al ver achter de horizon liggen, is er voor de ploeg van Peter Blangé dus nu ook geen Europese speeltuin meer.

Vraag: waar ga je dan aan werken? Welke zijn je objectieven? Waar kan je ooit weer meedoen met de grote jongens? De grillige prestaties van de mannenploeg in de afgelopen jaren wijzen op onvolwassenheid en gebrek aan ervaring. Blijkbaar heeft Blangé zijn spelers niet ’in vorm’ gekregen, vooral niet op mentaal vlak.

Is het daarom ook zaak voor de technisch leidsman buiten zijn ploeg te stappen en ergens anders aan de slag te gaan. Bij mijn weten willen topteams in Italië hem graag binnenhalen. Voor de recordinternational is dat wellicht een goede vluchtroute. Voor zijn spelers ook. Hen wacht nu een heel schone lei. Eerst een jaar lang onder de ijskoude douche en blij zijn met een karig lunchpakket en maar weer eens proberen een wedstrijd te winnen van een ploeg die ertoe doet.

In veertien jaar is het Nederlandse mannenvolleybal kapot gegaan, heeft het zichzelf gesloopt en heeft er, en dat is opvallend, niemand iets aan dat feit kunnen doen. Er waren mooie woorden, nieuwe bestuurders, andere manieren van werken, sponsorperikelen, beloftes, goede ideeën, nieuw elanmaar nooit meer haalde welke Oranjeploeg ook het niveau van die gouden jongens van weleer.

Dit is de strafste ’terug naar af’ die een grote olympische sport op zijn bord kan krijgen. De generatie van nu, plus al hun begeleiders, mag zich dit echec aanrekenen. Niet goed genoeg, terug naar af.

En dan alsjeblieft niet gaan pochen met je topsalaris bij welke buitenlandse ploeg dan ookUitgeschakeld door Estland. Volgens speler Kooistra wisten de spelers van Oranje beter hoe de Esten speelden dan de Esten zelf. Ja, dat kan zo zijn. Zie het scorebord graag.

Terug naar de kelder van het volleybalbestaan. Niet goed genoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden