Terug naar de Achterhoek

Juf Inge Weenink met haar schoolklasje in Vragender. De school krimpt, maar Weenink mag zeker nog een jaar voor de klas staan. (Werry Crone)

Dat de bevolking krimpt is niet het grootste probleem van de Achterhoek. De wijze waarop dat gebeurt baart zorgen. Hoe houd je jongeren vast of hoe haal je ze terug? Hoe blijven voorzieningen op peil? En kan de streek zijn gemoedelijke karakter behouden?

Het Las Vegas van de Achterhoek kwijnt weg. Natuurlijk, de discobussen rijden nog elk weekend af en aan, maar voor de wat oudere jongeren is City Lido in het hartje van Groenlo al lang niet meer the place to be. „Ze reizen soms tweehonderd kilometer, naar discotheken in Antwerpen of Duitsland”, weet burgemeester Henk Heijman van Oost-Gelre. „Maar ook naar Lichtenvoorde, om de hoek.”

De terugval van de disco is tekenend voor Groenlo. „Ook het winkelaanbod loopt terug, de middelbare school heeft minder leerlingen en ons woningbouwprogramma is gehalveerd. Groenlo was van oudsher de kern voor het omliggende platteland, met winkels, scholen, het kantongerecht en bierbrouwer Grolsch als belangrijke werkgever. Maar de stad erodeert, nu actieradius van mensen almaar groeit. En door het vertrek van Grolsch heeft de werkgelegenheid een flinke tik gekregen.”

Superboeren genoeg. Aanhangers van voetbalclub De Graafschap uit Doetinchem bogen de scheldpartijen van tegenstrevers uit de Randstad jaren geleden handig om in een geuzennaam. Trots op het boerenland, trots op de Achterhoek.

Echte boeren zijn er steeds minder. De kosten zijn te hoog, de melkprijzen te laag. Op een andere economie, behoudens wat ijzerindustrie, is de streek onvoldoende ingesteld. Het bloeiende plattelandstoerisme is pas van de laatste decennia.

Niet zo vreemd dat de Achterhoek een van de eerste streken in Nederland is waar bevolkingsdaling merkbaar is. De krimp zette een paar jaar geleden in. Over twintig jaar is het aantal Achterhoekers – nu ruim 300.000 – naar verwachting met 10 tot 15 procent afgenomen.

Ze maken zich daar in de Achterhoek geen grote zorgen over. Het plan om een gebied ’krimpproof’ te maken, is vorig jaar afgeblazen. In plaats daarvan zoeken de tien gemeenten naar maatregelen om ontgroening van de regio tegen te gaan. Want de Achterhoek vergrijst: jongeren kunnen alleen elders een opleiding volgen en vinden ’thuis’ geen goedkope woonruimte.

Een schilderij in de hal van het oude stadhuis in Groenlo verbeeldt de gloriedagen van het vestingstadje in de Tachtigjarige Oorlog, toen ’Grol’ afwisselend werd belegerd door de Spanjaarden en de troepen van Oranje, waarna het onder invloed kwam van de bisschop van Münster. Een katholieke enclave in de goeddeels protestantse Achterhoek, met een beroemde kerk – de Oude Calixtus – en veel horeca.

Door die cultuurhistorie te benadrukken wil de gemeente de economie een oppepper geven. „Daarmee kunnen horeca en middenstand over het dieptepunt heen komen”, denkt Heijman. „Vakantiepark Marveld trekt nu al vier- tot vijfduizend Randstedelingen per jaar, goed voor een omzet van tien miljoen euro. Met boekenstad Bredevoort, vaartochten op de Berkel, fietsen in de IJsselstreek, veel natuur en prachtige oude stadjes heeft de vrijetijdseconomie de toekomst in de Achterhoek.”

Veel westerlingen willen best op het platteland wonen, blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. Dat biedt kansen, meent Heijman. Er staan tal van huizen te koop, die voor jonge Achterhoekers onbetaalbaar zijn. Een vijftiger uit de Randstad koopt met de opbrengst van zijn rijtjeshuis een vrijstaande woning in de Achterhoek.

Voorwaarde is wel dat die nieuwkomers zich aanpassen. „Die mensen uit de stad hebben een andere beleving”, zegt Peter van Heek, coördinator van de Vereniging van Kleine Kernen in Gelderland. „Ze komen voor rust en ruimte, maar ze moeten ook meedoen aan het dorpsleven, de vele verenigingen, het Paasvuur. Wie daar niks mee te maken wil hebben en de motorcross een storend element vindt, integreert niet.” De dorpen moeten zelf ook hun best doen om onder de nieuwkomers vrijwilligers te werven, zegt Van Heek.

Dat is niet genoeg, weet burgemeester Henk Alderink van Bronckhorst. „Leefbaarheid is voor 80 procent emotie. Een plek waar je sociale verbanden kunt leggen, is bepalend. Maar als je kinderen groep 8 zijn gepasseerd, mis je het dorpsschooltje niet meer.”

Nieuwe grijze inwoners vangen de bevolkingsdaling dus niet op. Het belangrijkste probleem is niet de krimp, maar de manier waarop die tot stand komt: vergrijzing gaat hand in hand met ontgroening. Dat jongeren wegtrekken omdat ze geen betaalbare woning kunnen vinden, is ook de schuld van de gemeenten zelf, vindt Van Heek. „Er staan veel huizen te koop, maar die zijn veel te duur. Iedereen kreeg de afgelopen jaren dollartekens in de ogen, ook gemeenten, die de WOZ-waarde enorm lieten stijgen.” Terwijl veel jonge Achterhoekers het liefst blijven, constateert hij. „Er is duidelijk een beweging terug. Jonge ouders doen hun kind liever hier op de basisschool dan in de stad. Zij kiezen voor de open, veilige omgeving waarin ze zelf zijn opgegroeid. Daarvoor willen ze best een stukje rijden tussen woning en werk.”

Ook Henk Gerrits, wethouder in Oost-Gelre, merkt dat oud-inwoners graag terugkeren als ze toe zijn aan een gezin. „We moeten jonge mensen die voor hun studie uitzwermen, de mogelijkheid bieden om terug te keren.” Dat betekent nieuwbouw, ondanks de leegstand. Vooral in Lichtenvoorde is de afgelopen jaren behoorlijk gebouwd.

Van Heek vindt dat niet zo’n goede keuze. „In de woonvisie van de regio Achterhoek ligt de focus te veel op de grote kernen. Door alleen dáár te bouwen, krijg je dubbele vergrijzing: in de regio als geheel en in de kleinere dorpen. Je moet bouwen naar behoefte, dus starterswoningen in kernen als Vragender en Harreveld. Dat is kostbaar, want twintig woningen per kern is al veel. Maar het kan wel: in Meddo, bij Winterswijk, begint in augustus een project voor dertien starterswoningen van rond de 170.000 euro.”

Interessant, maar niet per se nodig, stelt directeur Henk Meulenkamp van ProWonen. Zijn wooncorporatie maakt in de Achterhoek school met ’Te Woon’, een mengvorm tussen huren en kopen. Vierduizend bewoners hebben de keuze tussen ouderwets huren, de huurprijs een aantal jaren vastzetten of de woning kopen, met terugkoopgarantie als de bewoner wil verhuizen.

Ook over nieuwbouw zet ProWonen gemeenten aan het denken. Er is de komende jaren minder te bouwen. Wat er bijkomt, is wat Meulenkamp betreft, voor de groeiende groep ouderen die hun grote huis willen inruilen voor een kleiner appartement, liefst met een tuintje omdat ze het buitenleven gewend zijn. „Juist in de kleine kernen is meer vraag naar zulke huurwoningen, zodat mensen langer in hun eigen dorp kunnen blijven en niet naar een verzorgingshuis hoeven. De vrijkomende eengezinswoningen zijn goed om te bouwen tot ruime starterswoningen.”

Of het concept op grote schaal zal worden toegepast, is de vraag. Denken op de lange termijn is geen gewoonte in de (dorps)politiek, beseft Meulenkamp. Daar komt bij dat Achterhoekers van oudsher eigenbouwers zijn. Zoals in Keijenborg, een dorp van 1500 inwoners in de gemeente Bronckhorst, waar een actieve dorpsraad het karakter van het dorp wil behouden en tegelijk wil zorgen dat jongeren er blijven wonen of terugkeren. Dat kan door clusters woningen te bouwen op vrijgekomen boerenerven.

„De woningbehoefte heeft ons verrast”, zegt woordvoerder Piet Gerritsen van de dorpsraad. „Liefst 33 mensen toonden belangstelling. Voornamelijk jonge mensen, die in het dorp willen blijven wonen. Tegelijk zijn er veel boeren in de omgeving die stoppen of iets anders gaan doen, waardoor er ruimte vrijkomt. Zes van hen hebben zich bij ons gemeld.”

Dit voorjaar is er een kopersvereniging opgericht, met voorlopig 21 leden. „Die hebben 150 euro betaald, om de eerste kosten te dekken en te laten zien dat ze het serieus menen. Er wordt veel zelfwerkzaamheid van hen verwacht, ze moeten onderhandelen met de grondeigenaar, overleggen met nutsbedrijven, een aannemer kiezen. Dat bespaart kosten, maar het vraagt ook veel. De vereniging legt een kennisbank aan, met deskundigen van wie ze medewerking kunnen krijgen, liefst gratis.”

Op een erf kunnen meerdere typen woningen worden gebouwd en dan gaat het niet om kapitale villa’s. Over anderhalf à twee jaar kan het eerste erf bebouwd zijn, denkt Gerritsen. „Dit is nog nergens gedaan. Het kan een voorbeeld zijn voor het hele platteland. Eigenlijk is het het oude idee van een dorp: iemand die wilde trouwen, zocht een stuk grond om daar zijn huis op te bouwen.”

Een goed initiatief, vindt burgemeester Aalderink. „Die jonge mensen hebben we hard nodig om de voorzieningen in stand te houden.” Maar het is niet genoeg. „Op het platteland komen jaarlijks zeker 150 gebouwen leeg te staan. Daar passen nieuwe bedrijfjes in en die hebben infrastructuur nodig: wegen voor goede bereikbaarheid, maar ook breedband. In plaats van scholen moeten we kulturhussen bouwen, dorpshuizen met onmisbare voorzieningen, waarin de brede school een plaats krijgt. En we moeten de rotzooi opruimen om het mooie Achterhoekse coulissenlandschap te bewaren. Dus oude schuren, vervallen boerderijen, scholen en winkels slopen.”

Dat kost miljoenen, zegt Aalderink, die vorig jaar het initiatief nam tot de P10, een belangengroep van de tien grootste plattelandsgemeenten. „Wij hebben dat geld niet. Alleen al de afschrijving op schoolgebouwen die eerder leegstaan dan gepland, is enorm. Intussen gaat de uitkering uit het Gemeentefonds omlaag als het aantal inwoners daalt. Dat klopt niet. Wij hebben in Bronckhorst, met 38.000 inwoners, wel 39 schooltjes, vijf zwembaden en negenhonderd kilometer openbare weg te onderhouden. Veel gemeenten financieren hun wensen met woningbouw, maar dat houdt op. Alle aandacht gaat naar wijken in de grote steden, maar ook het platteland heeft een saneringsfonds nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden