Terug in Lüneburg

Terug in Lüneburg, dat juweel in baksteen, niet ver van Hamburg. Vandaag is er weer een zitting in het proces tegen de man die in Auschwitz de boeken bijhield en het geld en bezittingen registreerde van de gedoemden die per trein aan de Rampe arriveerden. Oskar Gröning, 93. En Oskar Gröning, zo liet de rechtbank in een rondschrijven weten, zal vandaag spreken. Twintig minuten is er uitgetrokken voor zijn verklaring. Het zal stormlopen bij de rechtszaal. De wereldpers heeft zich weer gemeld, net al bij de aanvang van het proces.

Waarom? Omdat de algehele verwachting is dat Oskar Gröning aan slachtoffers en nabestaanden zijn excuses zal aanbieden. En dat een oud-nazi zijn excuses aanbiedt, dat is in de naoorloogse Duitse rechtsgeschiedenis niet eerder vertoond. Ze komen laat, die excuses, en ze komen van een hoogbejaarde op de allerlaatste zittingsdag, de dag ook waarop de slotpleidooien zullen beginnen.

En toch willen we ze horen. En daarom trekt de Duitse en de internationale pers weer naar Lüneburg, om die gesproken woorden met eigen oren te horen. En misschien ook om zich ervan te laten doordringen hoe - na zeventig jaar - treurig dit alles is.

"Ik was maar een klein radertje", had Gröning eerder verklaard, in april bij aanvang van het proces. Hij voelde zich weliswaar moreel schuldig, maar niet persoonlijk, niet in strafrechtelijke zin. Aangeklaagd is hij voor medeplichtigheid aan de moord op driehonderdduizend mensen, hoofdzakelijk Hongaarse Joden. Het viel niet te begrijpen als je er niet zelf bij was, zei hij, als was er een innerlijke logica voor de kampen geweest. In de weken die volgden, hoorde hij, uiterlijk meestal onbewogen, de smartelijke getuigenissen aan van overlevenden. Hij heeft, las ik ergens, de gruwelen van destijds gerationaliseerd. Zoals Eichmann.

Bij een van die laatste zittingen in het Gröningproces was ik aanwezig. Van de zestig persplaatsen was nog geen derde bezet. Voor de rechter stond een kleine vrouw. Ze was, hoe ongelooflijk dat ook klonk, in Auschwitz geboren. Haar verhaal, en vooral dat van haar moeder, was aangrijpend geweest, zei de rechter na haar krachtige verklaring. Gröning had zich niet verroerd. Hij had er grauw uitgezien, en frêle. De volgende zittingsdag moest afgelast worden. De aangeklaagde kon niet verschijnen. Dat was begin juni.

Nu, een maand later, is het zonnig in Lüneburg. Langs de voordeur van mijn bed & breakfast, in een van de historische gebouwen in de binnenstad, groeien witte klimrozen. Het straatje heet 'Reitende Diener' en staat haaks op de oude stadsmuur. Op de hoek een oude Ratsbücherei, oorspronkelijk de bibliotheek van de Franciscanen; boekenkasten onder kruisgewelven. In de gevels Latijnse teksten, vergulde Mariabeelden in nissen, rode rozen in kloostertuinen. Een borstbeeld herinnert aan Johann Abraham Peter Schulz (1747-1800), de componist van de liederen 'Der Mond ist aufgegangen' en 'Ihr Kinderlein kommet'.

Alles is lieflijk, over de kasseien rammelt een leeg koetsje. De koetsier heeft grote borsten.

Straks zal een oude man 'het spijt me' zeggen. Misschien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden