Terug in Chili, met een glimp Nederland

Interviews | Na de militaire coup van 11 september 1973 in Chili ontvluchtten tienduizenden het land. Nederland nam zo'n vierduizend Chilenen op. Zodra het kon keerden sommigen terug naar hun vaderland. Hiernaast drie portretten van terugkeerders. Hoe was het weerzien met Chili? En hoe heeft Nederland hun leven beïnvloed?

SYBILLA CLAUS

Ah, je bent te vroeg. Hier is iedereen altijd laat. Maar jij komt uit Nederland. Je dacht zeker dat er onderweg vertraging kon ontstaan." Na de hond en de hulp verschijnt nu ook de plagende Jorge Arrate zelf aan de deur van zijn huis in Santiago.

Op het moment van de coup in 1973 was Arrate, destijds minister, op reis in het buitenland. Pas veertien jaar later kon hij terugkeren naar Chili. "Anderen mochten al eerder terug, maar ik bleef tot 1987 op de zwarte lijst staan. Drie keer heb ik vergeefs geprobeerd het land in te komen."

De terugkomst was emotioneel. "Ik stond voor La Moneda, het presidentieel paleis waar ik president Allende voor het laatst had gezien. Er waren veel werklozen op straat, de economische ongelijkheid was toegenomen. De bomen ook: het was groener. Het was belangrijk mijn ouders weer te zien. Ik ben hun enige zoon. In één klap waren zij mij, mijn vrouw en de kinderen kwijtgeraakt. En ik werd door veel vrienden onthaald. Maar meer positieve zaken zag ik niet, want generaal Pinochet was nog steeds aan de macht, en tot het eind van de dictatuur in 1990 zijn er mensen vermoord."

Pas toen werd de avondklok opgeheven, en verdween langzaam de angst om 's nachts in je eigen huis te worden opgepakt. "Er kwamen verkiezingen, maar Pinochet bleef commandant van het leger. We zijn nog steeds bezig om over die enorme achteruitgang van zeventien jaar dictatuur heen te komen. Zo hebben we nog een grondwet van Pinochet uit 1980. En hij heeft deze samenleving ziek gemaakt, doordrenkt van de marktwerking. Zo is er goed onderwijs voor de rijken en slecht onderwijs voor de rest."

Arrate is nog steeds Allendista (aanhanger van de oud-president), radicaal hervormer, en als zodanig teleurgesteld over de traagheid van de politiek, het niet aanpakken van de ongelijkheid. Hij was in de jaren negentig drie maal minister maar het moest in die tijd allemaal zó voorzichtig: "Als socialisten hebben we gefaald, we hadden veel meer beloofd." Uit protest stapte hij in 2008 uit de Partido Socialista, na 46 jaar lidmaatschap. Het jaar daarop deed hij mee aan de presidentsverkiezingen.

Wat hij van Nederland heeft geleerd? "Veel. Ik wilde geen Nederlander worden - mijn hele wezen was gericht op terugkeer - maar ik was het wel. Ik had twee kinderen op school in Rotterdam. Op de terugweg van vakanties in Zuid-Europa, zongen we in de auto Nederlandse liedjes, en waren we daarna weer blij om thuis te zijn."

"Eenvoud is wat ik bij jullie heb geleerd, dat waardeer ik erg. En soberheid in de politiek, een terughoudend gebruik van macht. De kroonprins die de Elfstedentocht schaatst, premier Van Agt op de racefiets. Ik mocht eens het nummer van Den Uyl bellen. Iemand zei 'hallo', en toen vroeg ik naar de premier. 'Ja meneer, dat ben ik', zei hij."

Nu schrijft Arrate aan zijn biografie. Deze maand vergezelt hij zijn vrouw naar Cambridge. Zij zal daar een jaar lesgeven aan de Simón Bolívar-leerstoel. "Ja, Groot-Brittannië is dichtbij de kleinkinderen in Nederland. Maar die zijn al bijna volwassen."

Jorge Arrate (73) was van 1977 tot 1987 directeur van het Instituut voor het Nieuwe Chili in Rotterdam. Zijn twee kinderen en drie kleinkinderen wonen in Nederland.

'Eenvoud heb ik bij

jullie geleerd. Net als soberheid in de politiek.'

Nee, ik bid hier niet", zegt Mónica Pilquil, die half Mapuche-indiaans is. Op de sterfdag van haar vader brengt ze altijd bloemen naar zijn graf. "Wij geloven op een andere manier, bijvoorbeeld dat we allemaal een deeltje zijn van het universum. Zonsopgang is de geboorte, zonsondergang de dood."

Een paar straatjes verder, op het grote algemene kerkhof, ligt haar Nederlandse man Vincent. Hij kwam in 1990 om bij een auto-ongeluk in Santiago. Haar eerste man, de Chileen Ismael, was net als zijzelf lid van de Linkse Revolutionaire Beweging (MIR). Ismael werd in 1974 door onbekende mannen thuis opgehaald en is sindsdien vermist.

Ismael heeft geen graf. Kan ze al geloven dat hij dood is? "Dat is het drama van de vermisten. Lang dacht ik: hij is sterk genoeg om de martelingen te doorstaan. Hij was zo'n intellectueel, een acteur, misschien kon zijn geest ontsnappen. In 1989 zei ik: 'Nee, hij is dood'. Toch, als iemand een gerucht heeft opgepikt, begin ik weer te hopen."

Pilquil keerde in 1984 voor het eerst terug naar Chili, als stagiaire van de sociale academie De Horst in Driebergen. "Mijn Hollandse man Vincent kwam mee, en mijn tweede zoon is vlak daarna geboren. Het was een moeilijke tijd met veel straatprotesten tegen onrecht, van vrouwen, nabestaanden, en in de krottenwijken. Mijn land leek wel een ruïne. Oude meubels lagen op straat als barricaden tegen politieauto's. Ik zat direct een nacht vast in een kazerne omdat ik voor de vermisten had gedemonstreerd."

In 2003 was er in Chili een commissie die getuigenissen afnam. "Mijn zoon ontmoette daar een Chileen uit Zweden die in martelcentrum Londres38 had gezeten. Hij had Ismael daar ontmoet. Toen ik dat hoorde, kon ik niet stoppen met huilen - ik dacht aan zijn laatste momenten." Uit haar handtas haalt Pilquil een vergeelde foto van Ismael in een plastic hoesje. Die draagt ze al veertig jaar mee. "Nabestaanden maken geen rouwproces door, altijd laait de hoop weer op."

Wat is er in Chili terechtgekomen van uw dromen uit 1973? "In de jaren tachtig was er veel armoede maar ook veel onderlinge solidariteit. Het economische model van Pinochet heeft alles veranderd. De welvaart is gestegen, maar de ongelijkheid ook. Vooral de rechtse partijen willen het liefst de bladzijde omslaan, maar hoe kan ik Ismael vergeten? Zoveel moeders zijn al overleden zonder te weten wat er gebeurd is met hun kind."

"Gelukkig heeft de studentenbeweging de draad weer opgepakt. Zij strijden voor eerlijk onderwijs, maar ook tegen de oorlog in Gaza, voor de rechten van Mapuche-indianen en gerechtigheid voor de oorlogsmisdaden. Dat besef maakt me rustiger."

Even later, in het café, loopt een bekende tv-acteur voorbij. Pilquil sist: "Hij zat samen met Ismael op de toneelopleiding. Maar hij heeft onder de dictatuur gewoon doorgewerkt, onder het motto 'Ik doe niet aan politiek'. Die man heeft nooit iets voor de vermisten gedaan." Toeval bestaat niet, weet zij: "Ismael heeft ons hier samengebracht."

Wat heeft u van Nederland geleerd? "Tolerantie, solidariteit met mijn volk, rijke maaltijden, fietsen. Het feminisme heeft me sterker gemaakt. En ik heb er geleerd directer te spreken. Dat durven ze hier niet."

Mónica Pilquil Lizama (61) vluchtte in 1977 met haar zoontje naar Nederland. In 1989 keerde zij terug naar Chili en nam een bakkerij over. Inmiddels is zij cateraar van Mapuche eten.

'Ik heb geleerd directer te spreken. Dat durven ze hier in Chili niet'

'In Nederland herken je rijken niet. Hier lopen zemeteengroteRolexom.'

Mijn moeder was lid van een vrijdenkende afsplitsing van de communistische partij en ontwikkelde in Nederland haar feministische kant. Zij vluchtte na de coup naar Nederland met haar man, een Chileense linkse militair die haar mishandelde."

In Nederland leerden de Chileense vrouwen voor zichzelf opkomen en werd scheiden een optie: "Zij trouwde daarna in Parijs met de pianist van Los Jaivas, een hippie die in de vrije liefde geloofde. Op het eind van hun elf jaar durende relatie verhuisde ze weer naar Amsterdam, waar ik werd geboren. Mijn vader heb ik pas in 2003 hier in Chili leren kennen. Hij is hier heel beroemd, maar hij voelt niet als een vader."

In Amsterdam kwam Erasmo Parra op de zwarte Poolschool terecht. "Een K-tijd. Ik was mijn Nederlands verleerd en kon niet wennen. De juffen vonden alles wat blanke meisjes deden prachtig. Mijn alleenstaande moeder moest vroeg weg naar haar werk, zodoende kwam ik altijd vijf minuten te laat. Ik kreeg daarvoor altijd straf. De onderwijzers dachten dat ik zwerver zou worden."

Erasmo werd onzeker, begon veel te eten en werd heel dik. Het dieptepunt was dat een juf verklaarde dat hij 'een licht downsyndroom' had. "Gelukkig stond mijn moeder altijd achter mij. Mijn oudere broer bracht me muziek bij. Toen ik naar een middelbare school ging voor individueel kunstzinnig onderwijs kwam alles goed."

Inmiddels was zijn moeder ongelukkig in Nederland. "Toen ze me op mijn zestiende vertelde dat ze terug wilde, kwam de klap hard aan. Tot ik bedacht: ik ben een wereldmens, ik maak me geen zorgen meer." Ze vond een baan als ontwikkelingswerker in Chili. Samen met zijn moeder heeft Erasmo in het gepolitiseerde Santiago heel wat demonstraties afgelopen. Hij somt op: "Tegen Pinochet. Vóór abortus, tegen vrouwenmishandeling." Hij was erbij toen scholieren in 2006 een jaar de scholen overnamen.

"Inmiddels geloof ik niet meer in politiek. Ik ben aan een spirituele zoektocht begonnen in het hermetisme en de theosofie. In Nederland miste ik bewustzijn, iedereen is bezig met zijn mobiel en met lege woorden."

In Nederland is Parra Nederlander, in Chili Chileen. "Ik voel me geen migrant zoals mijn verjaagde moeder. En ik ben geen buitenlander, zoals Nederlanders menen. In Chili vind ik het lastig hoe mensen om de zaken heen draaien. Ik heb geleerd vrij te denken, ben hetero maar heb geen problemen met homomannen of lesbische vrouwen. Hier hebben veel homo's een vrouwtje met kind en geven hetero's commentaar als ze een homo zien."

Een ander verschil: rechts en links praten niet met elkaar in Chili. "Zakenpartners beginnen vaak met vissen naar mijn politieke voorkeur. Dat ontwijk ik. Rechts betekent hier de hogere klasse, de quicos, vaak met lichter haar en ogen. Rijken herken je in Nederland niet. Hier lopen ze met een knots van een Rolex en Pradaschoenen."

De winst van zijn jeugd: Parra voelt zich overal vrij. "Ik doe wat ik wil. In Chili gebruik ik mijn achternaam veel: mijn achterachtertante was onze beroemdste zangeres. In een hypocriet land werkt dat uitstekend."

Erasmo Parra (27) is in Amsterdam geboren. Hij woonde van zijn vierde tot zijn zevende in Chili, tot zijn zestiende weer in Nederland, tot zijn negentiende weer in Chili. Daarna volgden New York, Valencia en sinds 2013 Santiago. Parra is muziekproducent en regisseur.

undefined

Het Pinochet-tijdperk

Precies 41 jaar geleden raasden bommenwerpers over het presidentieel paleis - La Moneda - in Chili's hoofdstad Santiago. Twee Oost-Duitse journalisten die in een aangrenzend hotel logeerden, legden op film vast hoe de bommen vielen en grote stofwolken uit het paleis opstegen.

Vóór het bombardement had president Salvador Allende het Chileense volk nog eenmaal over de radio toegesproken. Daarna pleegde hij zelfmoord. Het socialistische experiment was definitief door de militairen om zeep geholpen. In de maanden en jaren daarop ontvoerden en vermoordden het leger en de politie onder generaal Pinochet meer dan drieduizend linkse Chilenen. Tienduizenden werden gemarteld. Pas in 1990 werd de democratie hersteld.

Nog steeds strijden Chilenen voor gerechtigheid. Er zijn 771 (geheim) agenten vervolgd, maar uiteindelijk zitten er slechts 66 vast - op een locatie met zwembad, tennisbaan en wifi. 526 werden er veroordeeld zonder vonnis, 173 met vonnis maar zonder daadwerkelijke celstraf.

Ook vanavond zullen activisten weer kaarsen branden voor het Moneda paleis, bij het Nationale Stadion (dat maanden als concentratiekamp is gebruikt) en bij Villa Grimaldi, een martellocatie die vijf jaar lang de geheime dienst huisvestte en nu een herdenkingsmuseum is.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden