Terrorist zijn is ook een groot spannend avontuur

Het silhouet van een Koerdische strijder. Beeld afp

"Bijna," vertelde mij ooit iemand die mij zeer na staat, "was ook ik in een terroristische beweging terecht gekomen. De bijeenkomsten waarin we de politiek bespraken werden almaar sektarischer. Maar iets moet me ongemakkelijk hebben gemaakt. Na een paar keer ben ik er niet meer naartoe gegaan. Anderen bleven. De namen van een paar van hen kwam ik later tegen in de krant. Ze hadden een politieman doodgeschoten."

Die herinnering had niets met jihad te maken. Het gewelddadige splintergroepje waar het over gaat heette GRAPO: Grupos de Resistencia Antifascista Primero de Octubre. De plaats: Madrid. De tijd: jaren zeventig. De Grapo zou uiteindelijk ruim tachtig slachtoffers maken.

Dat is klein bier vergeleken met de ruim achthonderd van de ETA en de vele tienduizenden die in diezelfde tijd omkwamen bij het terroristisch geweld in Noord-Ierland. Het is, wanneer je naar afzonderlijke aanslagen kijkt, ook weinig in vergelijking met de bijna tweehonderd slachtoffers die in 2004 vielen in datzelfde Madrid, om nog maar te zwijgen van de bijna drieduizend van de elfde september 2001. Wie nog in technische vooruitgang van de mensheid gelooft, zou daarin een krachtig argument kunnen vinden - maar het cynisme daarvan overstemt de overtuigingskracht.

Redenen voor verzet
Wat beweegt mensen om de weg van een dergelijke vernietiging in te slaan? Ik wil hun niet bij voorbaat het krediet ontnemen, dat daaraan authentieke verontwaardiging en hooggestemde idealen ten grondslag liggen. De wereld is onaanvaardbaar, rechteloos, en het zijn altijd de minstbedeelden die lijden. Of het is de cultuur, het 'bezette' land, de onderliggende klasse, de rechteloze sekse, de geminachte godsdienst die vernederd wordt en schreeuwt om bevrijding en eerherstel. Redenen voor verzet zijn er altijd genoeg.

Mijn zoon is een jihadist
Dit is een uitgebreide versie van de tekst die Ger Groot uitsprak bij de première van de film 'Mijn zoon is jihadist'. Kijk het debat en de film terug op de site van omroep Human.

Een still uit een video van IS toont een Australische strijder, links. Beeld epa

Voor degene die werkelijk in actie komt is de éne zaak allesbeheersend. En dus gaat zij ook al snel steeds verder gaande middelen heiligen. Er bestaat, denk ik, een omgekeerde evenredigheid tussen de verenging van de blik en de intensiteit van de ideologische overtuiging - die zich al snel vertaalt in een almaar intenser verlangen tot handelen. Voor sommigen heiligt het doel tenslotte elk middel - en zij zijn degenen wier namen we tenslotte in de krant terug zien. Verhoudingsgewijs zijn het er maar weinig, maar ze veroorzaken disproportioneel veel ellende - en van de anderen die, net als de persoon waarmee ik begon, tijdig uitstappen, horen we nooit meer iets.

Waarom gaat de een door?
Vanwaar dat verschil? Waarom gaat de één door waar de ander terugschrikt? Is dat een kwestie van sterker of zwakker geloof in de 'goede zaak'? Ja, dat is het ongetwijfeld - en daarom is het even zinloos te zeggen dat het huidige jihadistische terrorisme niets met de islam te maken heeft als het in de jaren zeventig was te beweren dat het geweld van de Rote Armee Fraktion niets te maken had met het marxisme. Het religieuze dan wel seculiere geloof van waaruit het bedreven wordt, is er het motief en de bewegingskracht van. Levensovertuigingen bestaan nu eenmaal nooit in een luchtledige - en handelingen, omgekeerd, evenmin.

Maar daarmee is nog niet de vraag beantwoord waarom de één aan dat geloof (of althans een zeer specifieke interpretatie daarvan) zoveel blinder gehoorzaamt dan de ander. Daar kunnen uitwendige oorzaken voor zijn, zoals de omgang met foute vrienden, sociaal isolement of desnoods materiële en financiële afhankelijkheid van 'de zaak'. Daarvan was bij mijn voorbeeldfiguur uit het begin geen sprake.

Karakter
Wat dan overblijft is zoiets banaals als 'karakter'. De één is sceptischer aangelegd dan de ander. De behoefte om zich ergens onvoorwaardelijk toe te bekennen is tussen mensen niet gelijkelijk verdeeld. Deels krijgen mensen hun dispositie tot scepsis of juist hun geloofsbehoefte bij geboorte mee, het andere deel wordt door opvoeding en omgeving bepaald. Maar die verschillen zijn er, en ze liggen klaar om door een langskomende ideologie te worden gevuld.

Welke dat is, is tot op grote hoogte een kwestie van toeval en van historische conjunctuur. De uiterst intelligente en journalistiek succesvolle Ulrike Meinhof werd in de jaren zestig langzaam maar zeker het marxistisch gelegitimeerde geweld van de RAF ingezogen. Een nauwelijks minder intelligente vriendin van mij (hoogleraar mathematica in Frankrijk), stond jarenlang ideologisch zeer dicht bij de ETA - zonder zich overigens zelf aan geweld te hebben schuldig gemaakt. Wat zou er van beiden in andere omstandigheden terecht zijn gekomen? Waarschijnlijk zouden ze zich gewijd hebben aan heel andere zaken, maar zo goed als zeker wèl met eenzelfde toewijding en overtuigingskracht. In het beste geval misschien als een nieuw soort Florence Nightingale.

Wat deze voorbeelden bewijzen is dat je niet achtergesteld, gediscrimineerd of gekleineerd hoeft te zijn om je aan radicale en zelfs gewelddadige bewegingen toe te vertrouwen. Ulrike Meinhof was dat allerminst. Maar ze maakte wèl de (veronderstelde) achterstelling van anderen tot haar zaak. Ook het huidige jihadistisch terrorisme weerspiegelt dat. Sommige daders zijn inderdaad afkomstig uit de getto's van de Franse banlieux of het Brusselse Molenbeek - maar anderen zijn dat allerminst. De terroristen van 11 september waren hoog opgeleid - en zij zijn vaak het meest effectief, want een aanslag van enige formaat is een logisch en logistiek veeleisende onderneming.

Zucht naar avontuur
Wat ze óók duidelijk maken, is dat ideologie op zich niet voldoende is om mensen tot geweld aan te zetten. Er speelt nog een ander motief doorheen, dat zich misschien het beste laat illustreren aan de andere figuur die de RAF indertijd haar gangbare naam gaf. Andreas Baader was helemaal niet zo door de marxistische maatschappijanalyse bevlogen. Hij was veeleer een avonturier die zich graag wentelde in luxe. De onderneming die uiteindelijk 'de Baader-Meinhof groep' zou heten, bood hem de gelegenheid tot het leiderschap, de opwindende levensstijl en de privileges die hij zocht.

Die zucht naar avontuur is, denk ik, een vaak onderschatte beweegreden in de Werdegang van de terrorist. Ze is in zekere zin de tegenhanger van zijn ideologische overtuiging, maar wortelt in hetzelfde mechanisme. Beide staan tegenover een ontevreden stemmende werkelijkheid, die tenslotte onuitstaanbare wordt, omdat het ideologische ideaal erin almaar verder lijkt te verdwijnen. Maar ook omdat het ideaal van een betekenisvol leven erin gesmoord wordt door een geestdodende banaliteit. Het één is de gedachte tegenstelling tot het bestaande, het ander is de geleefde tegenstelling ertoe - en ze vloeien naadloos ineen in de opwindende illegaliteit die strijdt voor het ideaal / die strijdt voor het ideaal.

Idee en praktijk vormen zo een ideaal koppel dat, elk op zijn eigen manier, de wereld letterlijk omkeert. Veelbetekenend waren de beelden van de Belgische jihadist Abdelhamid Abaaoud, die de wereld over gingen na de aanslag in Parijs waaraan hij deelnam. 'Flamboyant' en 'mediageniek' noemde NRC hem, iemand 'die een soort Jams Bondachtig bestaan leidde.' Inderdaad zag je hem op de in Syria gemaakte youtube-filmpjes met veel flair rondrijden in terreinwagens waarop menige adolescent jaloers kon worden. Een Robin Hood die de 'vijand' steeds te slim af was: geen wonder dat NRC hem 'een bron van inspiratie' noemde 'voor veel naar radicalisme neigende islamitische jongeren in Europa.' Niet - of althans niet alleen vanwege de Koran - maar ook, en misschien wel vooral, vanwege die terreinwagens en het 'glamoureuze' terroristenleven.

Een Franse jihadist op een gepubliceerde video van IS. Beeld Afp

Verharmlosung
Is het zo banaal? Ja, ik vrees dat het voor een groot deel zo banaal is. Dat betekent allerminst een Verharmlosung van het terrorisme, of zelfs een verontschuldiging ervan - zoals sommigen nu zullen denken. Eerder vrees ik dat het omgekeerde het geval is. Niet omdat de islam juist wèl het kwaad zou incarneren - maar omdat dat maar in beperkte mate van betekenis is. Nee, we kunnen het jihadistisch terrorisme niet losmaken van de islam. Maar dat betekent niet dat het probleem van terrorisme en geweld verdwenen is wanneer er met de islam 'korte metten' zouden zijn gemaakt - hóe je je dat ook zou moeten voorstellen.

Want zoals het verlangen naar een ideale wereld in de leeftijdsfase tussen, grofweg, 15 en 30 jaar tot zijn hoogtepunt komt, zo doet ook het verlangen naar avontuur dat. Breken met het banale leven, de angst voor het ritme van métro-boulot-dodo en het 'klootjesvolk'- bestaan: dat alles vindt zijn weerklank in een verlangen naar een 'groots en meeslepend leven', zoals Hendrik Marsman het noemde.

Dat hoeft niet altijd uit te monden in terrorisme en geweld. Verreweg de meeste mensen zullen kiezen voor een andere carrière. Maar op een zeker contingent jongemannen zal de opwinding van de strijd een onweerstaanbare aantrekkingskracht blijven uitoefenen. In vroeger eeuwen werd die geabsorbeerd door (huurlingen)legers en eventueel het vreemdelingenlegioen. Nu moeten ze elders op zoek: vandaag de dag in Syrië, in de jaren zeventig in de Palestijnse trainingskampen waar bewonderaars van de RAF nog wel eens terecht kwamen.

Menselijke natuur
Ik vrees dat deze hang naar opwinding behoort tot de menselijke (en vooral mannelijke) natuur, minstens in een bepaalde levensfase. Als dat zo is, dan zijn wij nog niet jarig en zou het probleem wel eens onoplosbaar kunnen zijn. Ironisch genoeg des te onoplosbaarder naarmate onze eigen leefomgeving meer en meer wordt gepacificeerd, want de hang tot avontuurlijk geweld hoe dan ook vervulling.

Dat is geen reden om de huidige jihadgang niet te bestrijden, de vredigheid van onze beschaving als een illusie af te doen of het geweld niet langer te beteugelen. Daarin is in de loop der eeuwen tenslotte al heel wat bereikt; het dagelijks geweld van vandaag valt in het niet bij dat van de vroege moderniteit, zo verzekeren historici ons.

Toch blijft het échte geweld trekken: geniepig en onderhuids, maar des te onuitroeibaarder. Het is in zekere zin 'lekker' - en in de ideologische strijd ook nog eens de bezegeling van het eigen gelijk. Zelfs de risico's die ermee gepaard gaan dragen aan de aantrekkelijkheid ervan bij. Ja, de jonge terrorist weet dat hij misschien zal sneuvelen - maar dan wel voor een 'goede' zaak die iemand tot méér maakt dan hij anders geweest was, en in een leven dat weliswaar kort maar in ieder geval groots en meeslepend is geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden