Terrorist of amokmaker: is het onderscheid wel zinvol?

Als de motieven van een dader terug te voeren zijn op het geloof is de reactie anders dan wanneer een dader 'slechts' psychische problemen heeft. Dat maken de aanslagen in Duitsland opnieuw duidelijk. Terrorisme-experts wijzen op de gevolgen van dit denken.

Het patroon is na elke aanslag hetzelfde. De zoektocht naar de motieven van de dader spitst zich toe op zijn geloofsovertuiging en de mogelijke banden met radicale moslims. De uitkomst is voor de publieke perceptie van groot belang. Als een aanslagpleger zich laat inspireren door Islamitische Staat wordt dat als bedreigender ervaren, zoals de man die zondag een bom liet ontploffen in Ansbach. Is een aanslag echter te koppelen aan psychische problemen, zoals bij de schutter die vrijdag in München negen mensen doodschoot in een McDonalds, dan wordt het incident losgekoppeld van de geweldsgolf die we islamitisch terrorisme zijn gaan noemen.

Terrorisme-expert Max Abrahms van de Amerikaanse universiteit UCLA noemt die reactie deels logisch: "Ideologisch terrorisme vooronderstelt dat er een groep achter zit. Zelfs bij een lone wolf-aanval - iemand die op eigen houtje een aanslag pleegt - is een ideologisch motief een teken dat de groep sterk genoeg is om mensen te inspireren. En groepen zijn gevaarlijker dan éénlingen."

De basis voor het onderscheid is vaak erg dun, zegt Wim Meeus, hoogleraar adolescentie aan de Universiteit Utrecht en ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Tilburg, die zich heeft verdiept in terrorisme en jeugd. Er is veel te weinig vergelijkend onderzoek gedaan naar het profiel van deze twee vermeende groepen aanslagplegers.

Meeus heeft wel een paar veronderstellingen. Jongeren die overgaan tot deze vormen van geweld zien een gebrek aan toekomstperspectief. Aan de ene kant van het spectrum is dat een ervaring van maatschappelijke discriminatie. Die kan leiden tot een sterke verbondenheid met een gedachtengoed dat zich verzet tegen de dominante ideologie, zoals de radicale islam. Als voorbeeld noemt hij de broers die in 2015 de aanslag op het Franse satirische blad Charlie Hebdo pleegden, een duidelijk beredeneerde aanslag.

Aan de andere kant heb je de daders met psychopathologische problemen. Zij ervaren een gebrek aan acceptatie in hun directe sociale omgeving. In die gevallen is het moeilijk om te bepalen of daders worden geïnspireerd door de radicale islam. "Deze jongeren zien geen toekomst en zoeken daar ideeën bij", zegt Meeus. Hij vermoedt dat vooral lone wolves sterke psychopathologische problemen hebben.

Dit profiel lijkt van toepassing op zowel de aanslag in een trein bij Würzburg vorige week, geclaimd door Islamitische Staat, als op de aanslag in München. De publieke reactie op de twee incidenten was echter compleet verschillend.

Dat verschil leidt tot een scheve balans in het begrip van aanslagen. Bij daders zónder moslimachtergrond wordt amper verwezen naar hun ideeën, zei terrorisme-expert Beatrice de Graaf onlangs in deze krant. "Dan is het alleen kopieergedrag of het ligt aan het depressieve karakter van de dader of aan zijn verhouding met zijn moeder. Bij moslimterroristen wordt aan zulke factoren juist weinig aandacht besteed."

Ook Abrahms waarschuwt voor een zwart-wit denken. "Deze tegenstelling is nuttig als één van de manieren om aanslagen te karakteriseren. Maar er is veel overlap. Het slechtste scenario is als aanslagen van alle kanten komen en er een wisselwerking ontstaat tussen psychische problemen en ideologie. Dat is wat er nu in Duitsland lijkt te gebeuren. Het maakt terreurbestrijding heel erg moeilijk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden