Terreurslachtoffers in Brussel lopen stuk op de kleine lettertjes van de verzekering

Op 11 maart, de Dag van het Slachtoffer, gingen slachtoffers van de aanslagen in Brussel en van de Bende van Nijvel in Brussel de straat op.  Beeld Belga
Op 11 maart, de Dag van het Slachtoffer, gingen slachtoffers van de aanslagen in Brussel en van de Bende van Nijvel in Brussel de straat op.Beeld Belga

Veel slachtoffers van de aansla­gen in Brussel, vrijdag drie jaar geleden, wachten nog altijd op schadevergoeding.

Politiewoordvoerder Christian De Coninck (58) stond op 22 maart 2016 tussen de doden en gewonden bij metrostation Maalbeek in Brussel. Vlak na de explosies, op het vliegveld van Zaventem en de metro, nam hij ter plekke poolshoogte en stond hij de toegestroomde pers te woord.

Met de geur van verbrand vlees in zijn neus werkte De Coninck die dag verder, ook de weken daarna. Tot hij last kreeg van pijn op de borst, woede-uitbarstingen en concentratieproblemen. Na acht maanden volgde de diagnose: een post-traumatische stressstoornis (PTSS). Een klap in het gezicht van De Coninck, die sinds 1982 bij de politie werkt – eerst als agent, later als woordvoerder. “Ik ben een macho: ellende, dood, dat hoort nu eenmaal bij onze baan. Als je daar niet tegen kunt, ben je een mietje, vond ik. PTSS is een taboe.”

Geen arbeidsongeval

Die klap kwam nog harder aan toen de verzekeraar van zijn werk­gever weigerde zijn situatie te erkennen als arbeidsongeval. “Het feit dat je je niet onmiddellijk hebt gemeld en geen zichtbare schade hebt opgelopen is voor hen voldoende. Hun motto is: deny till they die.”

Een klassiek geval van hoe er met first responders wordt omgegaan, zegt Philippe Vansteenkiste van slachtoffervereniging V-Europe, die zo’n 200 slachtoffers vertegenwoordigt. Precies drie jaar na de aanslagen bevinden nog tientallen van hen zich in een administratief doolhof. Twee op de drie slachtoffers wachten nog altijd op schadevergoeding.

Vansteenkiste kent talloze voorbeelden van gebrekkige nazorg en eindeloze procedures. “Mensen worden qua invaliditeit veel te laag ingeschaald, omdat hun PTSS niet wordt meegerekend of omdat verzekeringsartsen procenten aftrekken voor eerdere trauma’s. Naar ons idee is er onvoldoende kennis van dit soort oorlogstrauma’s en proberen ze de schade te minimaliseren.” Hoe slachtoffers worden ingeschaald, bepaalt hun recht op bepaalde tegemoetkomingen.

V-Europe pleit daarom, in navolging van de parlementaire commissie die onderzoek deed naar de aanslagen, voor een garantiefonds van de overheid. Onafhankelijke deskundigen zouden per slachtoffer een rapport opstellen en schadevergoeding toekennen en die daarna bij de verschillende verzekeraars terugvorderen.

In de kou

Ook de speciale VN-mensenrechtenrapporteur Fionnuala Ní Aoláin pleit daarvoor. Zij stelde begin deze maand dat de Belgische staat slachtoffers te vaak in de kou laat staan. Ze hekelde onder meer de ‘fragmentatie van dienstverlening’ en het ‘falen van de private verzekeringssector om aan de complexiteit van de behoeften van slachtoffers te voldoen’.

Zo’n fonds komt er vooralsnog niet. Wel beloofde de Belgische regering dat er een centraal loket komt dat de administratie van terreurslachtoffers gaat beheren, zodat slachtoffers nog maar op één plek hoeven aan te kloppen. De oprichting daarvan botst echter op de complexe Belgische staatsstructuur: officieel zijn de deelstaten verantwoordelijk voor bijstand aan slachtoffers.

Volgens de bond van verzekeraars Assuralia is het logisch dat veel dossiers nog openstaan. Die kunnen pas gesloten worden als de gezondheidstoestand van slachtoffers is gestabiliseerd, schrijft ze in een persbericht. Het verwijt dat verzekeraars slachtoffers ‘met een ongelooflijke minachting’ behandelen noemt de bond ‘onrechtvaardig en te betreuren’.

Geluk

Politiewoordvoerder De Coninck, die al twee jaar arbeidsongeschikt thuis zit, had uiteindelijk geluk. Zijn werkgever regelde een contra-expertise door een arts die concludeerde dat zijn PTSS wel degelijk veroorzaakt was door een arbeidsongeval. Daardoor krijgt De Coninck gewoon zijn salaris doorbetaald. “Maar als mijn korpschef niet in actie was ­gekomen, had ik naar de rechter ­gemoeten, want de verzekeraar blijft ontkennen.”

De politieman heeft nog steeds concentratieproblemen, angsten en nachtmerries en slikt ‘een cocktail aan medicijnen’. Hoe het verder gaat voor hem blijft afwachten. “Er is wel licht aan het eind van de tunnel, maar het wordt niet groter.” Elke zes maanden moet hij naar een arts voor controle. “Binnenkort opnieuw. Het kan zijn dat die beslist dat ik weer aan het werk moet, terwijl het me nog niet eens lukt om in mijn eentje naar het centrum van Brussel te ­reizen.”

Lees ook:

Een aanslag in Brussel is erger dan in Ivoorkust, of toch niet?

Is er geen al te groot verschil tussen de aandacht voor aanslagen in Londen, Parijs of Brussel en die in Ankara of Lahore? Spreekt het echt vanzelf dat wat dichterbij is, meer aandacht krijgt? Zeker niet voor iedereen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden