Review

Terra incognita van het Russisch proza

Tsjechov, Tolstoj: die lezen we nog wel. Maar hoe zit dat met de Russen uit de vorige eeuw? Was de Gouden Eeuw van de Russische literatuur toen voorbij? Geenszins, schrijft slavist Willem Weststeijn. Denk maar aan Babel of Nabokov. Een voorbeeldige nieuwe bloemlezing toont bovendien hoeveel moderne Russen we nog niet kenden, omdat hun werk niet eerder werd vertaald.

Wie kent ze niet: Poesjkin, Gogol, Dostojevski, Tolstoj, Toergenjev, Tsjechov. De zeldzame samenballing van literair talent in Rusland in de negentiende eeuw heeft een uitzonderlijk rijke literatuur opgeleverd, die nog steeds gretig gelezen wordt.

In ons land is aan deze literatuur een speciale serie gewijd: Van Oorschots onvolprezen Russische Bibliotheek, waarin het verzameld werk van de bovengenoemde schrijvers in vertaling is opgenomen. De Russische Bibliotheek is uniek, voor geen enkele andere literatuur bestaat er zo’n uitgebreide reeks. Begonnen kort na de Tweede Wereldoorlog wordt hij nog steeds aangevuld en vooral ook: vernieuwd. Onlangs nog verscheen in een gloednieuwe, eigentijdse vertaling het laatste (vijfde) deel van de verhalen van Tsjechov. Niet lang daarvoor was topwerken als Tolstojs ’Oorlog en vrede’ en Dostojevski’s ’De broers Karamazov’ dezelfde eer te beurt gevallen.

De Russische literatuur van de twintigste eeuw wordt veel minder gelezen dan die van de negentiende. Natuurlijk, geen andere Russische roman heeft bij ons zoveel herdrukken beleefd als ’Dokter Zjivago’ van Boris Pasternak en Aleksander Solzjenitsyn is een tijdlang heel populair geweest, maar dit zijn uitzonderingen. Bij het grote publiek is de twintigste-eeuwse Russische literatuur min of meer terra incognita. Hoe komt dat?

De vraag is gemakkelijker gesteld dan beantwoord. Je zou eenvoudig kunnen zeggen: een bloeitijd kan niet maar blijven duren, daar moet op een gegeven moment een einde aan komen. In onze Gouden Eeuw kende de Nederlandse schilderkunst ook meer grote namen dan in een periode daarvoor of daarna. Dit is echter eerder een constatering dan een verklaring.

Wat misschien een rol speelt bij de mindere appreciatie van de recente Russische literatuur is dat die, hoewel in tijd dichterbij, toch verder van ons af staat dan die van de negentiende eeuw. De Russische klassieke schrijvers beschreven Russische situaties en Russische personages, maar met hun psychologisch realisme slaagden ze erin die personages en hun problematiek universeel te maken.

De twintigste eeuw met zijn modernisme en postmodernisme bood andere mogelijkheden, maar niet die waarin de Russen zich zo duidelijk hadden ‘bewezen’. Het is opmerkelijk dat zowel Pasternak als Solzjenitsyn in hun romans sterk leunen op de negentiende-eeuwse traditie en niet goed zijn in te passen in de stromingen van de twintigste eeuw. De Russische schrijvers die dat wel doen, spreken ons blijkbaar minder aan. Nabokov werd pas gewaardeerd toen hij als veramerikaniseerd schrijver zijn romans in het Engels begon te schrijven. De Engelse en Amerikaanse literatuur van de twintigste eeuw ligt ons beter: ongeveer de helft van alle literatuur die bij ons wordt vertaald is afkomstig uit het Angelsaksische taalgebied.

Hoe het ook zij, bij de algemene bekendheid van de Russische negentiende-eeuwse literatuur steekt die van de twintigste maar bleekjes af. Dat wil echter beslist niet zeggen dat Rusland na de dood van Tolstoj – nu precies honderd jaar geleden – geen grote schrijvers of geen grote literatuur meer zou hebben voortgebracht. Naast een aanzienlijk aantal dichters – Majakovski en Brodsky zijn waarschijnlijk de bekendste – beschikt de twintigste-eeuwse Russische literatuur over veel indrukwekkende en originele prozaschrijvers. Die schrijvers hebben misschien niet het universele van de Russische klassieken, maar munten weer uit in andere opzichten: Isaak Babel, die op een onderkoelde, maar tegelijk aangrijpende manier de wreedheden van de burgeroorlog beschrijft, Michail Zosjtsjenko, die het dagelijks leven in de Sovjet-Unie op de hak neemt, Andrej Platonov, die, al in de jaren dertig, pijnlijk nauwkeurig duidelijk maakt dat het socialistische experiment in Rusland in feite is mislukt, Michail Boelgakov, met de pas lang na zijn dood verschenen fantastische roman ’De meester en Margarita’.

Al deze schrijvers hebben ernstig te lijden gehad van het sovjetbewind, dat probeerde de literatuur naar zijn hand te zetten en aan de leiband van het socialistisch realisme te laten lopen. Bij de middelmatige schrijvers is dat gelukt, de ‘echte’ schrijvers onttrokken zich aan deze van bovenaf opgelegde eis, wat ze moesten bekopen met een publicatieverbod of, erger, gedwongen emigratie, strafkamp en soms zelfs de dood.

Met zijn revolutie, burgeroorlog, Stalintijd en Tweede Wereldoorlog heeft Rusland een tragische periode achter de rug. Ook de literatuur van deze periode is overwegend tragisch, heel wat tragischer dan die van de rustiger negentiende eeuw. Dat tragische is een van de aspecten die duidelijk doorklinken in de fraaie bundel ’Moderne Russische verhalen’. Ondanks het feit dat de samenstellers er bewust voor hebben gekozen juist niet de nadruk te leggen op kamp- en oorlogsverhalen, wat in de meeste verhalenbundels van modern Russisch proza gebruikelijk is, voel je in bijna alle verhalen toch op een of andere manier die ‘donkere’ achtergrond. Maar omdat er niet geselecteerd is op die achtergrond en de samenstellers zich in de eerste plaats hebben laten leiden door hun persoonlijke smaak, is er een verrassende bundel tot stand gekomen, die een uitstekend beeld geeft van de zeer gevarieerde Russische literatuur vanaf de revolutie tot aan onze tijd.

Moderne Russische verhalen bevat 37 verhalen van 37 verschillende auteurs. Sommigen van die auteurs – Babel, Nabokov, de Nobelprijswinnaar Ivan Boenin – zijn al integraal in het Nederlands vertaald en het uit hun werk gekozen verhaal was dus al beschikbaar. Het overgrote deel van de bundel bestaat echter uit nieuw vertaalde verhalen, in een aantal gevallen van schrijvers en schrijfsters die hier nog niet of nauwelijks bekend zijn. Dat laatste betreft vooral de auteurs die pas kort geleden naar voren zijn gekomen, zoals Irina Denezjkina en de ongekend vruchtbare Dmitri Bykov.

In alle gevallen, ook bij de nog niet gecanoniseerde recente literatuur – en dat is een groot compliment aan de persoonlijke smaak van de samenstellers – zijn de verhalen boeiend en literair gezien de moeite waard. Bovendien uitstekend vertaald. ’Moderne Russische verhalen’ is verreweg de beste bloemlezing van het korte Russische twintigste-eeuwse proza die er ooit in Nederland is verschenen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden