Terechtliggen

Op vrijdag 14 mei 1943 liep de 69-jarige Amsterdamse koopvrouw Lea Cohen over de met dennentakken en prikkeldraad gecamoufleerde Himmelfahrtstrasse in Sobibor van Kamp II naar Kamp III om daar, samen met haar lotgenoten, vergast te worden. Haar kleren had ze al afgegeven, onderweg werd ze nog kaalgeschoren. Voor haar het gruwelijke einde van haar leven, voor de kampbewakers dagelijkse routine, misschien vergelijkbaar met de routine waarmee Lea Cohen jarenlang dagelijks met haar waren op de markt had gestaan.

Ik weet niet wat ze dacht, of ze ook maar een cent geloofde van de desinfectiepraatjes van de als een dokter verklede SS-officier, of dat ze wist dat ze binnen enkele ogenblikken zou sterven, aan koolmonoxide die door dieselmotoren de ruimte in Kamp III werd binnengeblazen. Het was een flinke vrouw, hoorde ik altijd, die reeds op jeugdige leeftijd haar man Mozes had verloren en voortaan met hard werken de kost voor haar twee kinderen moest verdienen. Of mijn eigen kinderen precies weten wie ze was, weet ik eigenlijk niet eens, maar dan weet ik het maar voor ze: het was hun betovergrootmoeder. Lang geleden, dat wel, ouders en kinderen met ‘bet’ ervoor voelen de familieband niet heel erg. Toch kijk je tegen het proces in München tegen John Demjanjuk, ex-bewaker in Sobibor, misschien net iets anders aan wanneer een verre verwant van je erbij betrokken was. Vreemde vertoning trouwens. Voor de Duitsers een prestige-object om op het nippertje, echt zo’n beetje de laatste kans, te laten zien dat ze wel degelijk werk maken van de vervolging van nazibeulen. Voor Demjanjuk allicht zijn laatste poging om te laten zien dat hijzelf ook een soortement slachtoffer was, door de Duitsers gedwongen tot onmenselijkheid. Hij stáát niet terecht, hij lígt terecht, als een beklagenswaardige zieke in een rolstoel, knullige baseballpet op, waarmee hij wil laten zien dat hij eigenlijk in Amerika thuishoort. Is het allemaal echt? Is het een Schwalbe? We weten het niet, de pientere oogjes waarmee hij even zijn advocaat schijnt te hebben aangekeken doen vermoeden dat-ie heel wat meer van zijn omgeving meekrijgt dan hij wil doen geloven. Maar wat dan nog? Toen hij in 1993, na eerst de doodstraf te hebben gekregen, door de Israeliërs werd vrijgelaten omdat men niet kon aantonen dat hij Iwan de Verschrikkelijke was, waren ze zich ervan bewust dat hij wel degelijk een klein kampbeultje was geweest, maar ze vonden ‘m de moeite niet meer waard. De grote vis die ze gevangen dachten te hebben, bleek een klein snertvisje, dat ze net zo lief teruggooiden het water in. Waaruit hij vervolgens door de schuldbewuste Duitsers alsnog aan land werd gehengeld. En nu ligt hij daar, als een vis op het droge, ogen dicht, happende mond. Het heeft iets ontluisterends, ik weet niet of Lea Cohen er genoegdoening aan zou hebben beleefd. Maar het moet toch maar, ook als het grotendeels symbolisch is, de kijker tegen de borst stuit en nauwelijks nog iets oplevert. Omdat er, als het om de Holocaust gaat, nu eenmaal geen eelt op onze ziel mag groeien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden