Ter dood veroordeelde Kenianen halen vaak de galg niet

NAIROBI - In Kenia zijn in de laatste tien jaar zeker 85 ter dood veroordeelde gevangenen omgekomen door ziekten. Dit meldt minister van binnenlandse zaken, William ole Ntimama. Hij zegt dat er echter in dezelfde periode geen doodvonnissen zijn voltrokken. In Kenia wordt de doodstraf uitgevoerd door middel van ophanging.

De situatie in de 78 gevangenissen in het land is volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International abominabel. In een onlangs verschenen rapport schrijft de organisatie hoe een ambtenaar in 1995 zich had laten ontvallen dat in de eerste negen maanden van dat jaar ruim 800 gevangenen waren gestorven.

Officiële cijfers over het aantal gedetineerden in het land ontbreken. Wel is volgens minister Ole Ntimama het aantal in het afgelopen decennium verdubbeld. De minister beloofde een onderzoek in te stellen naar de oorzaken van het hoge sterftecijfer in de gevangenissen, en ernaar te streven dit aantal aanzienlijk te verminderen.

Gevangenen blijken te sterven aan onder andere tuberculose, chronische bronchitis, dysenterie en aids. De gedetineerden in de overvolle en smerige cellen zonder sanitair zijn voor goede voeding, kleding en medicijnen vooral afhankelijk van hun familie.

Parlementariër Mukhisa Kituyi van de oppositiepartij Ford-Kernya noemt de mededeling dat de laatste tien jaar geen doodsvonnissen zijn voltrokken een publiciteitsstunt van de regering. “Want ondertussen vinden wel illegale dodingen plaats door ziekten.”

Phoebe Asiyo, parlementslid voor dezelfde partij, kent de situatie in de gevangenissen beter dan haar lief is. Zij is zelf een voormalige politieke gevangene. “De veroordeelden moeten zo snel mogelijk worden opgehangen in plaats van jarenlang in cellen te leven om uiteindelijk te sterven aan ziekten”, meent ze.

Mensenrechtenactivisten noemen de cijfers van minister Ole Ntimama het topje van de ijsberg. Niet alleen ziekten zijn doodsoorzaken onder arrestanten. De Keniaanse mensenrechtencommissie registreerde tussen 1994 en 1996 ruim driehonderd dodelijke slachtoffers door politiegeweld.

Ondervraging van arrestanten ging in ieder geval tot eerder dit jaar regelmatig gepaard met martelingen en grof geweld. Suba Churchill Mechack belandde in 1995 tot vier keer toe in de cel. Tegenover Amnesty International vertelde hij: “Ik moest mijn kleren uitdoen. Drie leden van de special branch probeerden met tangen mijn teennagels uit te trekken. Ze sloegen met een hamer op mijn knieën en draaiden mijn vingers om met een ringsleutel.”

Martelingen in Keniaanse gevangenissen en politiecellen zijn herhaaldelijk aan de kaak gesteld. Even zo vaak beloofde de regering beterschap. In februari van dit jaar ging de nieuwe hoofdcommissaris van politie voortvarend te werk. Het slaan van verdachten tijdens ondervraging werd verboden.

Enkele dagen later verschenen echter drie bont en blauw geslagen arrestanten voor de rechter in Thika, een stadje vijftig kilometer ten noorden van de hoofdstad Nairobi. Ze konden nauwelijks op hun benen staan. Hun advocaat beweert dat ze gemarteld zijn. In maart van dit jaar ratificeerde Kenia het VN-verdrag tegen foltering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden