TENTOONSTELLING

Het is een erfenis, denken evolutiebiologen. We hebben haar niet zelf uitgevonden maar overgenomen van het beestenvolk en aangepast voor eigen gebruik. De tentoonstelling 'Het sprekende lichaam' toont de overeenkomsten tussen de lichaamstaal van mens en dier. En de verschillen: “Wíj kunnen stilstaan bij de bekken die we trekken.”

En dat alles in één sprekende pose, zonder interventie van de stem. Maar wekenlang hangend, was het eigenlijk niet een onnodige omweg om je ongenoegen over het wereldgebeuren zo te uiten, een protest op dierlijk niveau? Beesten moeten wel, ze kunnen slechts in bescheiden mate, zonder veel variatie hun mondje roeren. Ten teken van overgave gaan ze maar op de rug liggen of krommen de staart tussen de poten. Dan begrijpen ze elkaar.

Maar voor een mens, met zo'n machtig apparaat als de hersenen, is het toch beneden zijn stand om met een grimas of met de ordinaire wijdbeensheid van John Wayne de zaken naar zijn hand te zetten. Zeg wat je op je lever hebt, loop het niet zo omslachtig en indirect uit te beelden.

We doen niet anders dan dat laatste, blijkt op de zondag geopende tentoonstelling 'Het sprekende lichaam' in het Noordbrabants natuurmuseum en het aanpalende Scryption in Tilburg. De mens bedient zich niet minder van non-verbale communicatie dan het dier. Stoer zijn niet onze woorden maar met het lichaam, en op z'n nijdigst zijn we niet in verbale razernij maar eerder in onze blik.

Per definitie is de tekstuele uitleg bij het sprekende lichaam nogal summier. Ogen worden geacht het gebaar sinds mensenheugenis te begrijpen. Tuitlippen bij voorbeeld: je moet er toch niet aan denken dat je ze niet meer in een punt kunt krullen en dat verliefdheid daarom zou verschralen tot de dagelijkse mededeling 'Natuurlijk hou ik nog hartstikke veel van je'.

Dat de mens zich geenszins heeft teruggetrokken op het exclusieve gebied van de taal laten de vele foto's op de tentoonstelling zien. Verdriet bij voorbeeld laat zich nooit zo mooi vertellen als op de foto van een oude vrouw, naast de beroemde plaat van koningin Beatrix die vlak na de vliegtuigramp met afgrijzen door de Bijlmer loopt. Hoe zou die droevige vrouw, ooit het verhaal kunnen verwoorden dat in haar ogen ligt? Wat dat betreft schuilt er een woordkunstenaar in ons lichaam.

Het is een erfenis, denken de evolutiebiologen, we hebben lichaamstaal niet zelf uitgevonden maar functionele gebaren en houdingen van het beestenvolk aangepast voor eigen gebruik. Er zit bij ons in vergelijking met het dier natuurlijk een groot portie hersenen tussen. Wíj kunnen stilstaan bij de bekken die we trekken en dat doet hooguit de chimpansee ons na. Dat bleek bij voorbeeld uit de spiegelproeven van G. G. Gallup. Zet allerlei dieren voor een spiegel: alleen chimpansees zullen een houding aannemen en daarbij hun haardos wat fatsoeneren, zich kennelijk bewust van hun lijf.

De droefheid van die oude vrouw kun je niet op het gezicht van een domme makaak tekenen, maar misschien wel op dat van een orang-oetan. Hersenen dus! En zo snuffelen zeehonden wel aan elkaar, maar kussen . . . Mogelijk is ons zoenen een rudiment van het mond-op-mond voeren van moeder en jong, opperen biologen. Onze voorvader australopithecus vond het wellicht een mooi gebruik en ontdekte er voor zichzelf een liefdesgebaar in. Hersenen dus!

Is lichaamstaal werkelijk zo door de bovenkamer bemiddeld? Vouw de handen: welke duim ligt er nu boven, vraagt Desmond Morris in 'De naakte mens', het standaardwerk uit 1979 waarop de tentoonstelling voor een deel is gebaseerd. Wie kent die duim van zichzelf? Bijna niemand, en zo blijkt aanzienlijk meer van ons gedrag heel terloops en vaak verborgen voor het bewustzijn.

Dat geldt vooral voor 'biologische lichaamstaal'. In ons huizen instinctmatige reacties van schrik en vreugde, van kippevel en blozen, waar het bewustzijn maar achteraan lijkt te sukkelen. Dat lijkt het ook te doen bij het heffen van de handen als het fatale schot op je gericht staat. Of tijdens de waanzinnige overwinningsroes van Gilbert Duclos-Lasalle in de wielerklassieker Parijs-Roubaix vorig jaar: dan kàn de regie niet meer in handen zijn van een hoofd dat wikt en weegt.

Maar dat moet toch wel, want per slot van rekening hebben wij aan al die gebeurtenissen vooraf betekenis gegeven. Dat maakt de vergelijking tussen mens - ook een dier, benadrukken ze in Tilburg - en dier zo merkwaardig. Winnen op Alpe d'Huez is menselijke heroïek ten top, met een 'ondierlijke' geladenheid. Maar bij de vreugdedansen als een Nederlander als eerste over de finish gaat, bekruipt je toch het gevoel dat het Hollandse verstand een straatje om is.

Het lichaam spreekt uiteraard niet alleen onbewuste emoties uit. Over zijn victorie-gebaar moet Churchill op z'n minst een beetje hebben nagedacht. Dat geldt nog meer voor de agent op de hoek van de straat, aan wiens lichaam het verkeer moeiteloos gehoorzaamt. Of voor doven die elkaar toespreken. Hier heersen orde en conventies, vaste regels voor hoe het lichaam iets hoort te zeggen.

Maar eigenlijk is dat uniforme vocabulaire maar beperkt, want zodra gebaren cultureel zijn bepaald, blijkt weer hoe de mensheid uitblinkt in het vermijden van eensgezindheid. Pas bij voorbeeld op met je handen, die hier met duim en wijsvinger op elkaar willen aangeven dat je keurig werk hebt afgeleverd, maar in andere landen vertellen dat je een nul bent. Wat de wijsvinger trouwens al niet vermag, vooral als zelfstandig debatteur in de politiek. Een legendarische is natuurlijk Nixons wijsvinger op de colbert van Chroesjev.

De door cultuur bepaalde lichaamstaal moet uitdrukkelijk het domein van de mens zijn, denk je. Maar je zou zweren dat twee flirtende albatrossen of futen al jaren dansles achter de rug hebben. Zodra het gebaar de stijfheid van de verkeersagent verliest en het karakter van een kunstuiting of ritueel krijgt, kun je mens en dier weer moeiteloos aan elkaar paren.

Dan blijken het allebei uitslovers, die zich mooier maken dan ze zijn. Pauw en bodybuilder kunnen elkaar de hand geven, albatros en flamenco-danser ook. De pasjes zijn voorgeschreven, maar als met de gratie en sierlijkheid ook de vurigheid toeneemt, zie je de 'geest' zich terugtrekken en spreekt alleen nog het lichaam.

'Het sprekende lichaam', tot en met 5 november in het Noordbrabants natuurmuseum en het Scryption, Spoorlaan 434 en 434a, Tilburg. Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur, zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden