Tentoonstelling 'Het is maar spel' in Delfts Legermuseum

DELFT - "Als jongens van vier tot zes jaar uit allerlei soorten speelgoed mogen kiezen, besteden ze tweederde van hun tijd aan oorlogsspeelgoed" , zegt de historicus Klaas Kornaat.

De organisator van de gisteren geopende expositie over oorlogsspeelgoed in het Delftse Legermuseum vindt dat niet verontrustend. Ook twee pedagogen, Joop Hellendoorn en Frits Harinck van de Leidse universiteit, hebben vastgesteld dat de voorkeur van kinderen voor miniatuur wapentuig los staat van agressiviteit. Kinderen maken zelf onderscheid tussen 'spel', hun 'gespeelde fantasie-agressie', en echte agressie.

Daarom is de tentoonstelling in het Legermuseum 'Het is maar spel' gedoopt. Kornaat (35), organisator en samensteller van de expositie, wil de geschiedenis van dit speelgoed tonen zonder partij te kiezen in de van oudsher oplaaiende emotionele discussies over de al dan niet schadelijke effecten.

"We presenteren objectief de meningen en laten zien dat dit speelgoed al eeuwenlang voortkomt uit de realiteit van de wereld van de volwassenen. Het is een integrerend deel van onze samenleving, zoals ook ziekte, waardoor kinderen doktertje spelen. Als een rode draad loopt door de expositie de stelling dat speelgoed niet los staat van de tijd, dat het een weerspiegeling is van de politiek en de geschiedenis."

En de veronderstelde negatieve invloed van het krijgsspeelgoed op kinderen? "Die bestaat dus niet" , zeggen mevrouw dr. Joop Hellendoorn en dr. Frits Harinck van de Leidse universiteit, die gisteren al een en ander loslieten over het nog lopende onderzoek.

Joop Hellendoorn: "Toen mij werd verzocht mee te denken over de opzet van deze tentoonstelling, kwam ik op het idee van dit onderzoek dat pas in december afgerond zal zijn. Bij tegenstanders van oorlogsspeelgoed leeft altijd het misverstand dat het 'speelse vechten' van kinderen gelijk staat aan agressiviteit. Maar ons is gebleken dat elkaar pijn doen, kapot maken of elkaar uitschelden bij deze vorm van spelen bijna niet voorkomt."

"We kunnen concluderen dat het niet in het speelgoed zit als kinderen zich agressief gedragen. Integendeel: kinderen kunnen hun gevoelens van rivaliteit en strijdlust kwijt in hun spel. Zij behoeven die emoties daarom niet op te zouten. Volwassenen doen dat wel en misschien vaak zolang tot er oorlogen uit ontstaan." De bezoeker van 'Het is maar spel, van houten zwaard tot super soaker', wordt getoond dat kinderen zich al vanaf de oudheid vermaakten met oorlogsspeelgoed. De tot en met 4 april durende tentoonstelling is niet alleen te zien in het Delftse Legermuseum, maar ook (eveneens tot en met 4 april) in het Goudse Zuidhollands Verzetsmuseum en in het Haagse Defensie Voorlichtingscentrum.

In het Zuidhollandse Verzetsmuseum ligt de nadruk op de pedagogische aspecten, terwijl in het Defensie Voorlichtingscentrum vooral 'modern' oorlogsspeelgoed (computerspelletjes en een simulatiespel met een F16) is opgesteld.

Klaas Kornaat is een half jaar met organisatie en coordinatie bezig geweest, waarvan de laatste twee maanden full-time. "Toen het Legermuseum iets met speelgoed wilde, is uit gesprekken met een aantal mensen dit idee geboren. De Rotterdamse stichting Kunstprojecten deed het voorbereidend werk, twee ontwerpers van 'Dog Design' in Rotterdam verzorgden de vormgeving, en ik heb de organisatie op me genomen."

"Ik voerde bij voorbeeld de orienterende gesprekken met particuliere verzamelaars, die speelgoed aan ons hebben uitgeleend. Ook haalde ik de op te stellen stukken bij hen af; dat kan pas nadat er een vertrouwensrelatie is gegroeid. Ik heb het voordeel dat ik zelf ook verzamelaar ben (van politieke propaganda-geschriften) en de verzamelaarsliefde voor hun spullen heel goed begrijp."

"Als ik een verzamelaar zeg dat zijn collectie uniek is en dat het zo waardevol is dat ook andere mensen die moeten kunnen zien, hoef ik dat niet te spelen. Ik ben zelf ook enthousiast geraakt over dit soort speelgoed, mede omdat ik sowieso al geinteresseerd ben in geschiedenis, vooral in de moderne geschiedenis."

Maar het oorlogsspeelgoed, dat vooral door de oorlogen van de moderne geschiedenis in massaproduktie kwam, ontstond al in de oudheid. Kinderen vermaakten zich in de Romeinse samenleving onder meer met miniatuursoldaten, waarmee de veldtochten van het Romeinse leger werden nagespeeld. Maar prenten en handschriften uit de Middeleeuwen laten zien dat alleen kinderen van vorsten oorlogsspeelgoed kregen.

De produktie van de tinnen soldaat kwam op gang in de achttiende eeuw, met als voorloper de Duitser Johan Gottfried Hilpert (1732-1801) die een grote verscheidenheid van tinnen figuren op de markt bracht. De platte tinnen soldaat werd pas echt populair na de Napoleontische oorlogen. Tegen het einde van de negentiende eeuw werd er in Duitsland zelfs voor ruim een miljoen Duitse marken aan tinnen soldaten vervaardigd.

De ronde, massieve (en later holle) loden of metalen miniatuursoldaat versloeg rond de eeuwwisseling de tinnen figuur in populariteit. Duitse producenten waren Heyde en Haffner, terwijl Lucotte en Mignot in Frankrijk de soldats de plombe maakten. En de Engelsman William Britain veroverde de markt met holle figuren, die alle legers van het Britse imperium in beeld brachten.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in 1914, lieten Duitse zowel als Britse speelgoedfabrikanten alle scrupules varen. De kinderen (met welvarende ouders, want de arme gezinnen konden dat niet opbrengen) kregen cadeautjes als miniatuur machinegeweren, helmen en uniformen.

In de expositieruimte staan ook een indianen-wigwam en een kind in indianenpak: ontleend aan de spannende verhalen van Karl May en de latere tv-series als Rawhide en Bonanza. De voor kinderen nagemaakte woestijnpakken van de Amerikaanse militairen in de Golfoorlog van vorig jaar ontbreken evenmin.

Een hele vitrinekast is gewijd aan het oorlogsspeelgoed dat Duitse kinderen in de jaren dertig onder de kerstboom kregen: soldaatjes en dure blikken miniatuur legervoertuigen van de firma's Hausser en Lineol, die de bewapening van de Duitse Wehrmacht nauwgezet kopieerden. Miljoenen van deze speelgoedsoldaten vonden, met een andere vorm van de helm en met de uniformkleuren van de andere nationale legers, hun weg over de wereld. Ze werden gemaakt van een mengsel van lijm en zaagsel, met een frame van ijzerdraad.

Klaas Kornaat vertelt bij deze zogeheten Elastolin-figuren van Hausser: "Na 1933 werden ook de politieke figuren van het Derde Rijk geproduceerd, van de SA en de SS en de nazileiders, zoals Hitler, Goering en Goebbels. Je kunt erover in discussie gaan of je deze figuren moet opstellen, maar ik vind dat ze hier niet mogen ontbreken. Ze maken deel uit van de geschiedenis van het oorlogsspeelgoed." Op de Elastolin-soldaten, die in de jaren dertig ook in Nederland werden verkocht, wordt jacht gemaakt door verzamelaars die er in hun kinderjaren mee speelden. De prijzen van dit oorlogsspeelgoed bereiken vooral op Duitse veilingen en oud speelgoedbeurzen een soms duizelingwekkende hoogte.

Wat drijft de soldaatjes-verzamelaars om dan diep in hun beurs te tasten? Zijn het geweldsaanbidders? Een handelaar in oud speelgoed: "Ik ken geen zachtaardiger klanten dan juist de soldaatjes-verzamelaars."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden