Tenniskampioenen zonder ambities

GOIRLE - Een kweekvijver voor aanstormend talent zou het moeten zijn. Een springplank naar de internationale top. Maar op de NK tennis, waar de vedetten al jaren verstek laten gaan, gingen de titels naar twee oudgedienden: Marcel Reuter en Hanneke Ketelaars. Kampioenen die de grote ambities al jaren geleden hebben laten varen.

De toekomst is door het verleden verslagen. Een rampenscenario voor de organiserende tennisbond? Nee, dat niet. Natuurlijk had de bond liever een nieuwe held gepresenteerd. Zoals twee jaar geleden met winnaar John van Lottum, of vorig jaar nog met Amanda Hopmans die nu een verdienstelijk lid is van het Fed Cup-team. Maar de bobo's weten ook dat de echte beloftes als Peter Wessels en Dennis van Scheppingen in Goirle ontbraken.

Wat overbleef was een gemêleerd gezelschap. Waar de ene helft nog vol verwachting de weide wereld intrekt, zijn de dromen van de anderen inmiddels in heimwee gesmoord. Niet iedereen is geschikt voor het bestaan van een globetrotter, weet de 26-jarige Reuter uit ervaring. “Altijd alleen zijn, constant hotel in en uit, het vele hangen en wachten; het was niets voor mij. Door het Satellite-circuit moet je in twee jaar heen zijn, anders word je knettergek. Slechte ballen, slechte accommodaties. Ik ben te vroeg aan dat leven begonnen.”

Van zijn 18e tot zijn 23e bestormde hij de ATP-ranking. Althans, hij deed een poging daartoe. De Amsterdammer, tegengewerkt door een onwillige knie, reikte nooit verder dan de 415ste positie. Toen een van de vele anonieme zwoegers, nu de 'koning van de A-toernooien'. Verlost van het moeten slaat de vechtjas van eredivisie-club Popeye Gold Star tot zijn eigen verrassing een aardige boterham bijelkaar. De titelverdediger heeft daarom zijn bijbaantje in de viswinkel van zijn vader weer opgezegd.

Als in echo verhaalt de 24-jarige Ketelaars - ooit de nummer 180 van de wereld - van haar ervaringen. Vier jaar geleden hield zij de internationale wedloop voor gezien. Sinds een aantal maanden regeert de exploitante van tenniscomplex de Krekel in Mariaheide met oerdegelijk spel op de Nederlandse banen. Ook Kim de Weille troefde zij gisteren vanaf de baseline af, zij het nipt (4-6, 6-0, 7-6). Vooral op het tactische gebied delfde de 22-jarige Uithoornse, die na een langdurige blessure terugvecht, het onderspit.

De druk is op vaderlandse bodem minder, de afleiding groter. Ketelaars: “Ik leef niet meer als een tennisprof en toch zou ik qua niveau nu misschien internationaal beter meekunnen dan destijds. Op een goeie dag kan ik het bijvoorbeeld Miriam Oremans knap lastig maken. Maar vergeet niet: het speelt hier zoveel gemakkelijker. Als ik nu verlies, ben ik twee uur later lekker thuis. Daar kan ik me weer met andere zaken bezighouden. Wat een verschil met voor veel geld naar het andere eind van de wereld reizen en het gevaar lopen er al in de eerste ronde uit te vliegen.”

Natuurlijk zijn Reuter en Ketelaars, beiden aanvoerder van de plaatsingslijst, blij met de nationale titel. Goed voor de eer en de portemonnee, die met respectievelijk 7500 en 4500 gulden wordt gespekt. Maar aan de jonge garde was de beker beter besteed, vindt Reuter. “Ik ben niet verbaasd dat ik gewonnen heb. Alhoewel de concurrentie - met Martijn Bok, Melvyn op der Heide en Martin Verkerk erbij - sterker was dan vorig jaar. Ook ik ben gretig als ik tussen de lijnen sta. Daarom vind ik mijn zege niet slecht voor het Nederlandse tennis, maar een jonge jongen had er meer aan gehad zich in de kijker van sponsors en toernooidirecteuren te spelen.”

Op conditie won hij gisteren de uitputtingsslag (5-7, 6-3, 3-6, 6-4, 6-3) van de verrassend sterke Melvyn op der Heide, die als qualifier aan het kampioenschap was begonnen. De trainingen bij Amstelpark, waar de 23-jarige gravelspecialist sinds een aantal maanden speelt, werpen vruchten af. In april veroverde hij tijdens het Satellite-toernooi van Barcelona zijn eerste ATP-punt. De finaleplaats in Brabant is opnieuw een hoogtepunt, glundert de tweedejaars prof. Hij moet het vooral van zijn gouden instelling en loopvermogen hebben. Een wild card voor het Challenger-toernooi in Scheveningen, dat vandaag begint, is het loon naar werken.

Een waterval aan woorden: “Ik ben een laatbloeier, maar dat was Haarhuis ook. Prestaties als deze zijn goed voor je moraal en vormen een stimulans om er nog harder aan te trekken. Nu schommel ik nog rond de 700e positie, maar ik weet dat ik het niveau van de top driehonderd aan kan. Voor het eerst durf ik te zeggen dat ik een goede speler ben.”

In de kleedkamers wordt er niet over gesproken, maar natuurlijk kent hij Reuters voorgeschiedenis. “Ach, iedereen is anders. Voor mij is alles nog een avontuur.” Zo onstuimig als Op der Heijde is, zo bedeesd praat Reuter bij de herkenning van lang vervlogen dromen. “Nee, ik benijd hem niet. Een toptalent is hij niet, maar van mij mag hij het proberen. Mijn manier van leven is het niet. Niet meer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden