Ten noorden van de toekomst

Paul Celan. Beeld
Paul Celan.

DENKEN OVER DICHTEN - In dit 25ste gesprek over poëzie en filosofie vertelt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer waarom zijn interpretatie van een zin uit een gedicht van Paul Celan niet houdbaar bleek te zijn. "Ik merkte dat mijn uitleg begon te kantelen."

'Wat maakt een gedicht goed? Die vraag wordt mij vaak gesteld", zegt Theo de Boer. "Het is een heel lastige vraag, waarop je beter een antwoord kunt geven door hem iets anders, iets deftiger te stellen: wat geeft een gedicht zijn zeggingskracht? Die zeggingskracht kun je ontdekken en toetsen door het gedicht vaak te herlezen. Is het tegen herlezing bestand? Wordt het er sterker door? Herhaalbaarheid is een criterium voor poëtische duurzaamheid. Maar aan die herhaalbaarheid gaat nog een test vooraf: wat blijft er na eerste lezing hangen? Is dat de moeite waard? Toen ik voor het eerst de bundel 'Atemwende' van de Roemeense dichter Paul Celan las, bleef er een gedicht van één zin hangen:

IN DEN FLÜSSEN nördlich der Zukunft
werf ich das Netz aus, das du
zögernd beschwerst
mit von Steinen geschriebenen
Schatten.


Uit: Paul Celan, 'Atemwende'

IN DE RIVIEREN ten noorden
van de toekomst
werp ik het net uit, dat jij
aarzelend verzwaart
met door stenen geschreven
schaduwen.


Paul Celan, 'Verzamelde gedichten', vertaling Ton

Paul Celan, pseudoniem voor Paul Antschel, werd in 1920 geboren in de Oekraïne, en stierf in Parijs in 1970. Hij pleegde zelfmoord, verdronk in de Seine. Celan wordt gerekend tot de belangrijkste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Op volstrekt eigen wijze verwerkte hij in zijn gedichten zijn ervaringen met de Holocaust. Eén van zijn bekende gedichten is 'Todesfuge', waarin hij het lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog oproept en zijn moeder herdenkt.

De Boer: "In dit gedicht dat uit een zin bestaat wordt het beeld opgeroepen van een ik-figuur die een net uitwerpt. Ik moest onmiddellijk denken aan het verhaal over Jezus en Simon: werp het net aan de andere kant uit. Het uitwerpen van een net is in de filosofie vaak gebruikt als beeld voor wat de wetenschap doet. Een wetenschappelijke theorie wordt als een netwerk over de werkelijkheid geworpen. Hoe nauwer de mazen, hoe meer greep we op die werkelijkheid krijgen.

Tegelijkertijd deed het begrip 'uitwerpen' mij denken aan de term 'ontwerpen', die Martin Heidegger in 1928 gebruikte in 'Sein und Zeit', en die sindsdien een sleutelwoord geworden is in de wijsgerige antropologie. Uitwerpen, ontwerpen is een vorm van projecteren."

Niet alleen een wetenschappelijke theorie werpt een net over de werkelijkheid, wij doen dat zelf ook.

"Ja, dat is typisch voor de menselijke bestaanswijze, zeker voor de moderne mens die los van tradities en met veel technische uitrusting zijn eigen leven wil maken. Maar Heidegger heeft ook oog voor de tegenkant. De mens is bij hem niet meer de autonome mens van de Verlichting die zichzelf en de wereld opnieuw uitvindt. Even basaal als het ontwerpen is het geworpen zijn. De mens als geworpen ontwerp, of gesitueerde vrijheid, wordt de definitie van de mens in het existentialisme. Bij Heidegger is die geworpenheid in de loop van zijn ontwikkeling steeds belangrijker geworden. Ook het ontwerp is niet iets wat de mens zelf uitdenkt. Het wordt hem toegeworpen.'

Waarvandaan?

"Vanuit het Zijn, zegt Heidegger."

Ik weet niet of dat antwoord mij verder helpt.

"Behalve vanuit het Zijn zou je ook kunnen zeggen dat het ontwerp toegeworpen wordt vanuit het Niets of vanuit het Lot. Je bent een 'nichtige Grund einer Nichtigkeit', zo staat al te lezen in 'Sein und Zeit' van 1928."

Kom je dat in dit gedicht van Celan tegen?

"Niet letterlijk. Maar er is wel sprake van een instantie die het net verzwaart met stenen. Je kunt daarbij denken aan het gewicht dat nodig is om het net te laten zakken, zoals een loodje bij een hengel. De instantie die verzwaart is evenwel niet de gegeven situatie van het ik, zijn conditie en cultuur, en ook niet het Lot, of het Niets, zoals bij Heidegger, maar een 'du', een 'jij'."

Wie is die 'jij'?

"Het is met die 'jij' van Celan als met de 'gij' van Gerrit Achterberg. Het kan een verloren geliefde zijn of bij Celan zijn vermoorde moeder. Het kan ook een religieuze aanspraak zijn: de 'gij' van Achterberg is bij Celan dan de grote verdwenen Onbekende."

Kan die 'du' niet ook de Muze zijn of de dichter die zichzelf toespreekt?

"Zeker. In elk geval is de instantie die voor tegenwicht zorgt niet een 'het' maar een 'gij' of 'jij'. Dat is een wezenlijk verschil met Heidegger. Zo bleef dit gedicht na eerste lezing in mijn geheugen hangen: als een soort wezenswaarheid van de wijsgerige antropologie."

De eerste test van wat dit gedicht goed maakt is doorstaan.

"Glansrijk. En de tweede test ook, want het gedicht werd bij herlezing alleen maar raadselachtiger. Wat zijn die rivieren 'ten noorden/ van de toekomst'? Bij het noorden dacht ik aan de Noordpool en dat is een magnetisch punt. Het noorden richt onze kompassen."

En richt ook onze ontwerpen van de toekomst.

"Precies. Maar wat is dat, een richtpunt noordelijk van onze toekomst? Is dat niet een richtpunt aan gene zijde van de tijd? Zo krijgt het autonome ontwerpen toch nog een maatstaf aan gene zijde van het aardse bestaan. Dat bevestigde mij in mijn interpretatie.

Zo'n interpretatie is ook een werpen van een net, en komt in eerste instantie tot stand vanuit onze eigen ervaring, ook onze eigen leeservaring. Want bij mijn interpretatie van dit gedicht speelde een rol dat Nijhoff in zijn vroege gedichten sprak over 'pooltochten dromen en gedichten maken', in het voetspoor van de Franse dichter Mallarmé, de 'Pool-reiziger naar het poëtisch-absolute'. Nijhoff wilde opstormen naar een hoogte waar hij God in een 'ijskoude lucht' en 'jubelend in sneeuwstormen verwacht'.

Bij het tot stand komen van een interpretatie is het gedicht dat je onder de loep neemt natuurlijk telkens de toetssteen, of anders gezegd, kan het gedicht zelf tegenwicht gaan bieden. Eén probleem bij mijn interpretatie van dit gedicht noemde ik al: er is hier een persoon die roept, niet een anonieme instantie. Maar de eerste echte scheur in mijn net ontstond bij de stenen.

Omdat ik op een School met de Bijbel gezeten heb, weet ik iets meer van stenen dan de gemiddelde heiden. Je kunt in Nederland nog altijd gebouwtjes tegenkomen met het opschrift 'Eben-Haëzer'. Ook binnenschepen heten zo. Eben-Haëzer betekent 'steen der hulpe'. Na een overwinning op de Filistijnen nam Samuël een steen en gaf die de naam Eben-Haëzer en zei: 'Tot hiertoe heeft ons de Heer geholpen' (1 Samuël 7:12).

Via de volksvroomheid is de steen uit de Bijbel in het alledaagse leven doorgedrongen. Het is een gedenksteen. Later zag ik hoe aan het eind van de film 'Schindler's List' de Joodse overlevenden in Israël een steen werpen op het graf van de hoofdpersoon, de industrieel Oskar Schindler die hun leven redde door hen in zijn fabriek aan te stellen als onmisbare goedkope arbeidskracht.

Ook Celan spreekt in een ander gedicht over dat werpen van stenen op een graf: '... wirf sie weg, wirf sie weg,/ ... aufs Grab, auf die Gräber, ins Leben.' Vertaald: '... werp ze weg, werp ze weg,/ ... op het graf, op de graven, in het leven.'

Ik denk dat 'ins Leben' eerder nog vertaald kan worden met 'naar het leven'. Toen ik dat las, begon mijn interpretatie te wankelen. Een gedenksteen herinnert aan een feitelijke, historische gebeurtenis. Het kan dus niet gaan om een boventijdelijke waarheid omtrent de mens."

Het moet gaan om een gebeurtenis die een stempel op onze tijd heeft gedrukt.

"Ja, het gaat om wat Celan zelf in een van zijn voordrachten 'dat wat gebeurde' noemde ('das was geschah'). De 'jij' van het gedicht herinnert dááraan. Een tweede eye-opener was een opmerking van Otto Pöggeler, een Duits filosoof die een mooi boek schreef over Celan. Hij zegt dat het land 'ten noorden/ van de toekomst' een land is zonder toekomst en verwachting, 'een land van de dood en de doden'.

Dit betekende dat mijn interpretatie begon te kantelen. Het land ten noorden van de toekomst is geen hoger ideeënrijk maar juist het tegendeel, een onderwereld, het rijk van het Niets dat in het gedicht van Juarroz ter sprake kwam. Ik moest dus terugkeren naar de concrete geschiedenis. Naar datgene waar gedenkstenen voor worden geworpen: 'ins Leben'.

Dat herdenken veronderstelt een heel ander mensbeeld dan dat van Heidegger. De dood is bij Heidegger de laatste grens van het ontwerpend bestaan, een grens die ons de eindigheid van het bestaan te binnen brengt en er een laatste ernst en zin aan geeft."

De dood intensiveert het leven.

"Daar gaat het bij Celan helemaal niet om. De Franse filosoof Emmanuel Levinas heeft eens opgemerkt dat we het menselijk bestaan niet moeten begrijpen vanuit de dood, maar vanuit de moord.

De dood werpt terug op het eenzame zelf. De moord verwijst naar de ander, naar een moordenaar en naar een slachtoffer en naar getuigen. We zijn dan terug in het concrete bestaan samen met medemensen. Bij de moord gaat het om wat een ander overkomt. Gedenk dat! Richt een steen op om daaraan te herinneren! Denk voorbij je eigen dood aan een toekomst voor anderen!

De aangesproken 'jij' beseft dat zij daarmee de ik-figuur een zware last oplegt."

U spreekt van zij. Mogen we hier denken aan de vermoorde moeder van Celan?

"Ja. En de ik-figuur kan onder die last bezwijken. Zij doet het daarom 'zögernd': 'aarzelend', beslist maar tactvol."

Wat betekenen die schaduwen die de stenen 'schrijven'?

"Het lijkt een helder beeld: stenen werpen schaduwen op de bodem van de rivier. Maar paradoxaal genoeg zijn het niet de stenen maar de schaduwen die het net zwaar maken -- dat staat er letterlijk: '... das du/ zögernd beschwerst/ mit von Steinen geschriebenen/ Schatten'. Op die schaduwen, op het schaduwenrijk waarheen de stenen vallen, richt zich alle aandacht.

Een steen op zichzelf verzwaart, maar een gedenksteen verzwaart door te schrijven, door het opschrift; en dat opschrift drukt als een last op het schrijfwerk van de schrijver. De 'dichtheid' van de tekst, van de textus of het 'weefsel' zoals het Latijn zegt, wordt steeds sterker in het herhaald lezen."

Dat geldt voor een grafschrift én voor Celans gedicht?

"Ja."

Maar als dit herdenken het leven zo verzwaart, moet je er dan niet eens mee ophouden?

"Ik vrees dat het dan nog zwaarder zal drukken."

null Beeld
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden