Ten Holts ’Canto ostinato’ als solostuk voor harp of piano

(Trouw)

Echte minimal componisten zijn in Nederland op de vingers van een hand te tellen. Simeon ten Holt (1923) is er een die zich kan meten met internationale grootheden. Hij ontwikkelde een hoogstpersoonlijke, sensuele stijl binnen. Zijn pianowerk ’Canto ostinato’ kan worden beschouwd als het ’In C’ (Terry Riley) van de Nederlandse muziek.

Zoals Rileys ’In C’ gaat Ten Holts magnum opus voor twee tot vier pianisten over het ’herstel van de tonaliteit na de tonaliteit’. En over interactie: met de vorm die ter plekke ontstaat door het aantal herhalingen en het wel of niet spelen van motieven; met de tijd die de spelers moeten nemen om naar elkaar toe te groeien. Net als voor zijn Amerikaanse evenknie geldt voor ’Canto’ dat geen ander Nederlands naoorlogs werk zo vaak worden uitgevoerd en steeds opnieuw zoveel indruk maakt.

Kort na elkaar verschenen recent niet alleen twee nieuwe opnames van ’Canto’, opvallend genoeg allebei door slechts een musicus gespeeld.

Ten Holt schreef ook eigenhandig zijn memoires, ’Het woud en de citadel’ (Uitgeverij Balans). Net zoals zijn muziek schreef hij het boek niet voor collega’s en musicologen, maar voor zijn publiek. En dat is groot.

Er schijnt ooit een plan te hebben gelegen om een biograaf aan het werk te zetten. Maar, vroeg Ten Holt zich af: „Waarom zou ik een derde over mij laten schrijven, zolang ik zelf nog in leven ben. Ik ben de persoon om van mijn herinneringen, denkbeelden, illusies en vergissingen, de ultieme, muzikale, poëtische en prozaïsche verteller te zijn.”

De componist begon ooit begon als serialist, tot hij genoeg kreeg van het componeren met zijn hoofd. Hij wilde zijn vingers laten zoeken naar tonen, achter de piano. Zo werden werken zoals ’Canto’ „de geschiedenis van mijn eigen lichaam”, vertelde hij ooit. Die levenslust spat van de pagina’s van zijn biografie. In Bergen geboren, beschrijft Ten Holt zijn jeugd, zijn leerjaren bij Jacob van Domselaer, zijn omzwervingen in Parijs, New York en Amsterdam, zijn docentenperiode in Arnhem, zijn vriendschappen en liefdes. Met de nadruk op die laatste twee.

Dat ’Canto Ostinato’ een bestaansrecht als solostuk heeft, bewijzen twee recente cd’s. De Italiaanse harpiste Assia Cunego speelt een elegante en door de perfectie ietwat afstandelijke versie van het werk.

Terwijl pianist Ivo Janssen in zijn live opname in de Ruïnekerk in Bergen (historische plek als het om Ten Holt gaat) juist veel reliëf en karakter aanbrengt in de verschillende secties. Janssens sublieme uitvoering is daardoor heel persoonlijk geworden: het steeds uitstellen is hier het onderwerp, met het liedthema als ontroerend thuiskomen. Adembenemend.

Vanavond in het Amsterdamse Orgelpark: ’Canto’ door onder meer Jeroen van Veen. (AF)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden