Tempel en politiek zijn innig verstrengeld

Het taoïsme kent in China, bakermat van deze minst bekende wereldreligie, een ware opleving. Trouw-redacteur Eric Brassem ging er op zoek naar het diepere wezen, de invloed en de tastbare aanwezigheid van de 'tao'. Een speurtocht in zes delen. Vandaag deel 4: Ook in kapitalistisch Taiwan zat de Chinese volksreligie lang in het verdomhoekje. Maar tegenwoordig wedijveren de autoriteiten aan weerszijden van de Straat van Taiwan om de gunst van de gelovigen.

De Chinese communisten hebben zich vanaf de jaren vijftig drie decennia lang ingespannen om de religie met wortel en tak uit te roeien. Veel meer geloofsvrijheid was er op Taiwan. Toch probeerde de autoritaire Kwomintang-regering daar het maatschappelijke leven, en dus

ook de religie, tot in alle facetten te beheersen. Tempels en andere religieuze instellingen moesten zich laten registreren en controleren door de overheid.

Maar in de jaren negentig begon Taiwan zich te democratiseren, en is ook de religie er weer gaan opbloeien. Vrijwel dagelijks vinden op het eiland religieuze festiviteiten plaats. Enkele daarvan zijn zeer spectaculair.

Zo beklimmen taoïstische priesters als onderdeel van hun wijding een metershoge ladder waarvan de sporten bestaan uit messen. Op andere festivals dragen de mannen op blote voeten godenbeelden over tapijten van gloeiend houtskool. Toegegeven: de messen op de laddersporten zijn bot, en de houtskoolvuren worden gedempt doordat er een laag rijst overheen wordt gestrooid, maar dat zijn observaties van de ongelovige.

De religieuze geestdrift vindt zijn hoogtepunt tijdens het festival dat is gewijd aan de godin Mazu, dat jaarlijks miljoenen gelovigen op de been brengt. Tijdens het festival trekken de gelovigen van tempel tot tempel, waarbij ze hun Mazu-beelden rond het hele eiland dragen. De beelden worden geacht door deze bezoeken aan andere tempels te winnen aan spirituele kracht.

Tussen de tempels vindt een (soms letterlijk) moordende concurrentie plaats over de vraag welke tempel het belangrijkst is, en wie er met zijn beelden naar wie moet lopen. De route van de processie hangt samen met de vraag wie het oudste, of het meest authentieke, of het krachtigste Mazu-beeld heeft. Onenigheden bij de processie, uitgevochten door aan de tempels verbonden gangsterorganisaties, kosten soms mensenlevens.

De tempels zijn de laatste jaren steeds machtiger geworden. Tijdens verkiezingscampagnes rennen kandidaten de grote tempels in het land af - om de goden geluk af te smeken, om gelovige kiezers te winnen, en om de machtige tempelorganisaties, die vaak beschikken over miljoenenkapitalen, achter zich te krijgen.

De kleurrijke Taiwanese parlementariër Yen Ching-pao is het vleesgeworden symbool van de verstrengeling van religie, politiek en (duistere) zaken op het eiland. Yen is een veroordeelde maffialeider, die in 2002 in het parlement werd gekozen terwijl hij in de cel zat. Zo verkreeg hij parlementaire onschendbaarheid, en kwam hij op vrije voeten.

In zijn kantoor in Taipei vertelt Yen hoe hij aan zijn kwalijke reputatie komt: ,,Mijn opa, die grote invloed op me had, heeft mij geleerd dat vrienden belangrijk zijn. Of ze nu slecht of goed zijn, vrienden kunnen je helpen. Sommigen van mijn vrienden waren gangsters. Ikzelf ben nooit een gangster geweest.''

Naast parlementariër is Yen bestuursvoorzitter van de machtige, aan de godin Mazu gewijde Lugang-tempel in de Taiwanese stad Tachia. Mazu, tot wie tachtig procent van de Taiwanezen bidt, gaf tijdens Taiwans vorige presidentsverkiezingen een stemadvies -via de priester van Yens tempel. Mazu vroeg de gelovigen te stemmen op Yens politieke bondgenoot, James Soong. Puur toeval, uiteraard, en Yen benadrukt desgevraagd dat hij godsdienst en politiek strikt gescheiden houdt. ,,In de tempel praat ik nooit over politiek.''

Yens tempel onderhoudt uitstekende contacten met Chinese religieuze organisaties. Zijn Mazu-tempel heeft veel te winnen bij uitwisselingen met Chinese Mazu-tempels: door beelden te lenen en as van de wierookvaten uit te wisselen, stijgt Yens tempel op de spirituele ladder -wat meer bezoekers, meer donaties, meer status en meer macht met zich meebrengt.

Sinds 2000 werpt Yen zich op als pleitbezorger van Taiwanese pelgrims, die naar China gaan om daar de Mazu-tempels te bezoeken. Omdat Taiwan directe vliegreizen naar China verbiedt, moeten pelgrims altijd een omweg over Hongkong maken. Yen: ,,Dat kost veel geld. We hopen dat de regering directe verbindingen mogelijk maakt voor pelgrims. Maar dat is een heel gevoelige zaak.''

Heel gevoelig, inderdaad. De pelgrims- en zakenreizen van Taiwanezen naar China zijn onderdeel van de permanente diplomatieke oorlog tussen Taiwan en China. China ziet de Taiwanese investeerders en (reli-) toeristen graag komen. Maar Taiwan wil het verkeer, en de kapitaalvlucht die ermee gepaard gaat, binnen de perken houden -zeker totdat China zich verwaardigt om eens met het 'opstandige eiland' te onderhandelen over douane-aangelegenheden, zoals de vraag of vliegtuigen naar China de Taiwanese vlag mogen voeren.

China's warme welkom voor Taiwanezen komt voort uit Pekings streven naar hereniging met het eiland. Hoe meer Taiwanese zakenlieden belangen hebben in China, des te meer Taiwanezen zullen hun politici willen weerhouden van neigingen tot onafhankelijkheid, zo redeneert Peking. Hoe meer Taiwanese gelovigen en tempels religieuze verbintenissen aangaan met China, des te meer zullen zij inzien dat de twee landen in feite één zijn. Geen wonder dat Taiwanezen als de zakenman-politicus-tempelvoorzitter Yen een streepje voor hebben bij het Chinese leiderschap.

Toen Yen en zijn tempelgenoten in 2000 demonstratief een pelgrimstocht ondernamen naar het Chinese eiland Meizhou om daar Mazu-tempels te bezoeken, was dat voor Peking aanleiding om voor het eerst in de geschiedenis een directe satellietverbinding met Taiwan toe te staan.

Zo konden Taiwanese tv-maatschappijen een directe televisie-uitzending van het evenement verzorgen. China hechtte zoveel belang aan het gebeuren, dat de oppermachtige Chinese censuur de beelden ongezien doorliet. De meereizende Taiwanese journalisten werden trouwens betaald door Yens tempelorganisatie.

Of die Chinese politiek de gewenste uitwerking heeft, is de vraag. ,,Ik ben zeer religieus'', vertelt de Taiwanese beddenfabrikant Chen Kuan Fu, staande aan de voet van een reusachtig Mazu-beeld op het Chinese eiland Meizhou. Meneer Chen investeerde, samen met zijn zakenvrienden, 1,2 miljoen dollar in een beddenfabriek in de Chinese provincie Jiangxi. Daar heeft Chen de dagelijkse leiding. In China houdt hij er zijn mond over, maar Chen is het, ondanks zijn grote belangen in China, eens met de politiek van de huidige Taiwanese regering, die een voorzichtige koers richting onafhankelijkheid vaart. Een paar dagen per maand keert hij terug naar Taiwan, en bezoekt hij daar de tempels uit zijn jeugd. Hij doneert dan ook veel geld. ,,In China ga ik veel minder naar de tempel. Ik doneer daar ook nog niet een tiende van wat ik in Taiwan geef. Die Chinese tempels zijn in staatshanden, verwoest en weer opgebouwd. Daarom hebben ze niets authentieks meer'', meent hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden