Poëzie

Tellegen geeft dat ongrijpbare ‘tegenzin’ tot leven een smoel

Janita MonnaBeeld Maartje Geels

Of ik het nu het mooiste werk in de tentoonstelling vond, weet ik niet eens, maar het beeld bleef me een tijdje achtervolgen. 

Het was een bekende tekening van M.C. Escher: twee handen die uit het papier verschijnen, vingers die zichzelf als het ware scheppen. Ze riepen allerlei andere handen op. Getekende, door Leo Vroman bijvoorbeeld, en geschreven als deze van Toon Tellegen in zijn nieuwe bundel ‘Glas tussen ons’.

Ik steek mijn hand uit
en leg hem op tafel
mijn broer wil hem schudden,
zo’n losse hand…

Net als bij Escher lijkt ook Tellegens hand zijn eigen gang te gaan, zich niet te onderwerpen aan de wil van zijn eigenaar. Een vervreemdend effect dat vaker optreedt in deze bundel. Ledematen, karaktertrekken en andere menselijke eigenschappen worden even gescheiden van het lichaam waar ze onderdeel van zijn. 

En zo wordt dat raadselachtige, lastig kenbare ‘ik’, dat zich maar moeilijk ergens mee laat vergelijken, van een afstandje tegen het licht gehouden. 

“Kijk, en daar is mijn tegenzin, / mijn trouwe tegenzin in nu en straks / met zijn stramme pasjes”. 

Ineens komt dat ongrijpbare ‘tegenzin’ tot leven. Tellegen geeft het een smoel. Zoals alleen hij dat kan, zoals hij zo vaak grote woorden in wonderlijke situaties verzeild laat raken. Ook nu weer. En toch klinkt de dichter met een enorm oeuvre en tal van grote prijzen op zijn naam in ‘Glas tussen ons’ wezenlijk anders.

Schone sokken

Alleen al van de titels van de gedichten gaat een zekere dreiging uit. ‘Voor het te laat is’, ‘Er hangt iets in de lucht’, ‘Breken’. Verval dient zich aan, ouderdom wrikt zich een weg naar buiten, en waar in vroeger werk nog hoopvol gefluisterd werd dat vrede op komst was, is het nu de dood die op ‘schone sokken’ langs de huizen sluipt.

Die dood nam al een broer mee en een moeder. Ze worden gemist, er blijft behoefte aan contact: “waarom wil mijn moeder nog altijd iets van mij weten? // het is winter, ze staat voor het raam, tussen de vitrages, / ik kijk haar aan, glas tussen ons en schaamte, / mijn moeder.”

Ernstig en sober

Tellegens wereld is minder zacht, is guurder. Met zijn taal is het ongeveer als met het gezicht dat hij in een van zijn gedichten beschrijft: de toon in zijn woorden is verschoven van ‘enigszins onzeker, maar vriendelijk’ naar ‘ernstig’ en ‘sober’. 

En af en toe schemert de buitenwereld erin door, in ‘Zomer’ bijvoorbeeld, dat ondanks zijn luchtige titel een kleine parabel lijkt over het Nederland van nu, broedplaats voor haat: ‘mensen schoffelen en wieden de hardnekkige liefde die hem smoort’.

In zijn eenvoud is Tellegen ook persoonlijker. Zijn visie op de mens, op het eigen ik is misschien een weinig rooskleurige. ‘Overbodig zijn we allemaal’, schrijft hij ergens. Toch is zijn poëzie dat allerminst.

Glas tussen ons
Querido; 64 blz. € 16,99.

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Lees ook:
Uiteindelijk kun je van de tijd alleen verliezen

Ingmar Heytze heeft iets met auto’s. Er rijden er in ieder geval heel wat rond in zijn nieuwe dichtbundel ‘Ik wilde je iets moois vertellen’. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden