Televisie wordt weer gezellig en nuttig

'Spel zonder Grenzen' komt terug op de Nederlandse televisie. Niet de NCRV, maar de Tros sluit zich op verzoek van de European Broadcasting Union aan bij het internationale spel dat in '77 bij ons van het scherm verdween, maar elders in Europa te zien is gebleven. De selectie van kandidaatsteden is inmiddels in volle gang en binnenkort hebben in Boedapest de opnamen plaats voor een eerste serie van negen programma's.

Vast ingrediënt van het televisiespel was water, veel water en natuurlijk de zeepbaan boven dat water. Het spel werd meestal uitgezonden op de zaterdagavond en dan keken er zo'n drie tot vijf miljoen mensen naar. Maar er waren toen ook maar twee televisiezenders, dus was er ook minder keuze. “Het was echt een grote gebeurtenis”, herinnert de programmaleider van toen, Dick van Bommel, zich. “Het fanatisme van een aantal plaatsen was ook enorm. Het leefde.” Het Parool stuurde in 1977 zelfs een verslaggever mee naar Windsor, toen de ploeg uit Landsmeer daar moest aantreden voor een spel in ridderstijl.

Van Bommel werkte vanaf 1948 bij de NCRV-radio en was bij het begin van de televisie in Nederland betrokken. “Het was een nieuw medium en we vonden toen alleen kijken niet gezond. Kijkers moesten ook betrokken worden bij het medium. En dat lukte. We begonnen eerst met 'Eén tegen allen'. Daarbij gaf een inwoner, in de eerste uitzending was dat iemand uit Middelburg, opdrachten aan de inwoners van Bolsward. Dan moesten er bijvoorbeeld zo snel mogelijk zoveel mogelijk pannenlappen worden gebreid. Binnen de kortste tijd zaten dan tweehonderd vrouwen op het marktplein te breien, terwijl Herman Emmink 'een recht, een averecht' zong. Nu zal het wel allemaal anders gaan, maar ik ben wel benieuwd of die formule in Nederland nog steeds werkt. We hebben in 23 jaar 150 uitzendingen van 'Zeskamp' gemaakt en ook nog een aantal jaren 'Spel zonder Grenzen'. Het was een gezellig programma en ook nuttig.”

Nogal wat televisierecensenten gruwden in die tijd van deze vorm van vermaak. Want was het wel leuk om marathonlopers gestoken in Middeleeuwse kledij door het centrum van Middelburg rond te laten hollen met een grote kist op de schouders? Was dat wel het soort vermaak waar de Nederlandse televisiekijker op zat te wachten? Was het geen veredeld koekhappen, waar kijkers in zes Europese landen zich aan zaten te vergapen?

Van Bommel: “Het was briljant koekhappen. Dick Passchier en Barend Barendse deden de aankondigingen prachtig. Ze legden er altijd de nadruk op dat het de bakker van de hoek of de onderwijzer was die meedeed. Die mensen werden even de Johan Cruijff van het dorp. Dat werden sporthelden.”

Han Heer, coach van de 'Spel zonder Grenzen'-ploeg uit Landsmeer, deed in een van de laatste jaren mee. Het begon toen bij het 650-jarig bestaan van het dorp een zeskamp werd georganiseerd. Via een contact bij de NCRV werd Landsmeer 'een ploeg'. Han Heer: “Ik was voetbaltrainer in het dorp en zo werd ik coach. Van de spelletjes herinner ik me niet zoveel. Je kreeg wel van te voren ongeveer te horen wat het zou worden. We moesten iets doen met een fiets met een groot en een klein wiel en daar moest je met zijn drieën op, ofzo. Nou, wij maar oefenen iedere week. Dat was ontzettend leuk. Eigenlijk was de periode vooraf nog het leukst. Je werd een ploeg en kwam iedere week bij elkaar. Tijdens de uitzending was het wat spannender, omdat dan het wedstrijdelement zijn intrede deed. Dan kreeg het iets tweeslachtigs: aan de ene kant wilde je winnen, maar aan de andere kant was het ook amusement en er moest toch iemand van de glijbaan afvallen. Ik vond het wel jammer dat het wedstrijdelement steeds belangrijker werd.”

“Hier in het dorp verhoogde het de eensgezindheid. Op de dag van de wedstrijd zat het hele dorp voor de buis. Of in deze tijd zo'n programma nog zal aanslaan, weet ik niet. Hier in Landsmeer zou nog wel een ploeg kunnen worden samengesteld. We hebben nog steeds een bloeiend verenigingsleven. Je zag ook toen al dat de ploegen uitsluitend uit de provincie kwamen. Daar leeft zoiets.”

Dick van Bommel ging in '87 met de vut bij de NCRV. Bert Meyer zal voor de Tros de nieuwe serie van 'Spel zonder Grenzen' verzorgen. De NCRV vindt het niet langer in haar programmering passen. Toen Meyer geconfronteerd werd met het voorstel het spel hier te laten herleven, had hij gemengde gevoelens. Meyer: “De European Broadcasting Union vroeg of Nederland weer mee wilde doen en toen is de Tros als eerste gaan kijken. Wij denken dat het goed aanslaat bij onze achterban. Die zijn een beetje in de vergeethoek geraakt. Spelprogramma's draaien tegenwoordig altijd om grote bedragen. Nu komt er wat gezelligheid bij op televisie.”

“Het is het doel van de EBU om zoveel mogelijk co-producties tussen Europese landen te stimuleren en 'Spel zonder Grenzen' is naast het Eurovisie Songfestival het tweede grote programma waarin Europese landen samenwerken. Toen we het programma zagen moesten we toegeven dat het een enorme face-lift heeft ondergaan. Het is niet meer 'jaren zestig'. Nog steeds speelt water een grote rol en gebeuren er dingen in de lucht, maar nu met behulp van moderne technieken en electronica. Er is ook duidelijk meer geld. De echte knulligheid van vroeger is eraf. Wij verwachten veel van het programma. De elementen van vroeger blijven aanwezig, maar mooie lokaties, mooie decors en goede spelletjes gaan het programma dragen.”

Over de spelletjes is flink gebakkeleid. In de tijd van Dick van Bommel werden die voor Nederland door een NCRV-ploeg verzonnen. Die trok zich daarvoor dagenlang terug bij 'tante Loes', een hotel in de buurt van Rhenen. Ieder land moest toen tien spelletjes leveren. Die waren verschillend van kwaliteit en hadden vaak nogal een nationalistisch karakter. Bert Meyer heeft zich er met de EBU sterk voor gemaakt dat alleen de beste spellen in de toekomst het scherm zullen halen. Dit jaar zijn uit alle landen spelletjes ingeleverd en heeft een speciaal team van de EBU onder voorzitterschap van de algemene projectleider de negentig leukste eruit gezocht, zonder te kijken uit welk land de spelletjes komen. Nederland en Italië blijken de grootste leveranciers. En de zeepbaan blijft. De uitzendingen komen dit keer uit één stad, Boedapest. Het laten rondreizen van het circus, zoals dat vroeger gebeurde, is te duur geworden.

De presentatie van 'Spel zonder Grenzen', waar Dick Passchier en Barend Barendse nationale bekendheid mee verwierven, komt in handen van Jack van Gelder. Hij ervaart zijn bekende voorgangers niet als een belasting. Van Gelder: “Het zijn andere tijden nu. Zij waren synoniem voor het spel, dat wel. Ik vond het heel gezellig en nee, ik vind het niet moeilijk ze te vervangen.”

Barend Barendse overleed in 1981. Dick Passchier woont sinds zijn pensionering aan een fjord in Noorwegen. Hij presenteerde tussen '65 en '87 zowel 'Zeskamp' als 'Spel zonder Grenzen' en later nog de variant 'Stedenspel'. Zijn kinderen gaven hem de bijnaam Jan Zeskamp. Passchier: “Ik heb altijd gezegd dat ik na zo'n druk leven rust wilde hebben. Hier in Noorwegen is het een sprookje.” Incidenteel presenteert hij in Nederland nog wel een 'Zeskamp' als hem dat wordt gevraagd. Passchier kijkt met plezier terug op zijn televisietijd. “Ik vind het leuk dat zo'n formule terugkomt op televisie. Wat vaak werd onderschat toen was de sportieve prestatie van de deelnemers. Het ergst waren de onderhandelingen over de spelletjes. Dan zat je met de top van de Europese amusementstelevisie een hele nacht te praten over een emmer, of over hoeveel zeep er over de zeepbaan moest. Dat was gewoon een ramp.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden