Review

Teleurstellende 'doorbraak' Franse pianist Frank Braley

AMSTERDAM - Toen pianist Frank Braley in 1991 de eerste prijs won van het Koningin Elisabethconcours, was iedereen zeer gecharmeerd van zijn intense, persoonlijke en pure musiceren. Men voorspelde de sympathieke pianist een grote carrière, die echter nog wel even op zich zou doen wachten: de toen 22-jarige Franse pianist zat nog op het conservatorium en voelde zichzelf nog allerminst podiumrijp.

Braley heeft de afgelopen elf jaar hard gestudeerd. Hij speelt inmiddels op de internationale podia en heeft een platencontract. Nu is het uur der waarheid aangebroken en kan worden bepaald wat het voortijdig winnen van zo'n belangrijk concours hem opgeleverd heeft.

Maandag was Frank Braley in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam te beluisteren in het kader van de door de NCRV georganiseerde serie 'Doorbrekers'. Of dit recital hem zal helpen in Nederland door te breken, valt echter te betwijfelen. Weliswaar bleek het introverte en kleurrijke van Braley's pianospel nog onaangetast, maar dit bleek nu te veel een maniertje geworden; het frisse, natuurlijke was ervan af.

Het concert begon al een beetje vreemd. In plaats van de op het programma genoemde Toccata en fuga van J.S. Bach, speelde hij twee eigentijdse miniatuurtjes van György Kurtág. Deze plakte Braley naadloos vast aan de Partita nr. 2 in c van Bach. Van deze Partita bevielen de fris en gaaf gespeeld laatste twee delen goed, maar op de rest was vooral stilistisch gezien het nodige aan te merken. Door de gepuncteerde ritmes eerder slapper dan sterker aangezet te spelen, miste het begin van de sinfonia overtuigingskracht. Storend waren ook Braley's misbruik van het linker pedaal, het à la Glenn Gould staccato spelen van alle noten binnen melodische motieven, de fantasieloze versieringen en het overdreven eruithalen van bepaalde stemmen. Wel een sterk punt was, dat Braley de zes delen van Partita tot een eenheid wist samen te smeden.

Dit laatste hem daarentegen niet in 'Prélude, Choral et Fugue' van César Franck. In dit werk creëerde Braley zeker de nodige momenten van klankschoonheid, maar wat bezielde hem sommige thema's in de fuga zo bikkelhard uit de vleugel te slaan? Jammer waren ook het slordige pedaalgebruik en zijn soms troebele techniek.

Zes Préludes van Claude Debussy waren de stukken waarin Braley deze avond zijn talent het best kon tentoonspreiden. Zijn inleving in de door Debussy opgeroepen beelden en sferen vertaalde hij naar een kleurrijk toucher. Op dit Debussy-spel was weinig aan te merken. Dit hoge niveau wist Frank Braley helaas niet vast te houden in de 'Rhapsody in blue' van George Gershwin. Hierin worstelde hij hoorbaar met de stugge klank en aanslag van de vleugel. Op zich is het triest dat het Concertgebouw in de Kleine Zaal geen topinstrument heeft staan. Dit is echter geen excuus voor Braley's falende techniek. Evenmin voor zijn fletse, absoluut niet jazzy vertolking van deze -mits goed gespeeld- zo aanstekelijke muziek. Dat een deel van het publiek desondanks tot een ovatie en wild gejuich overging, was de grootste verrassing die de avond van de teleurstellende doorbraak ons bracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden