Telefoon zonder kleine knopjes

Op een ochtend in januari 2007 presenteerde Apple-baas Steve Jobs in zijn zwarte coltrui iets nieuws: 'Het is een iPod, een revolutionaire telefoon en een baanbrekend online communicatiemiddel in één. We noemen het een iPhone.'

In 2006 priegelden we op de kleine knopjes van onze mobiele telefoons en tuurden we ingespannen naar schermpjes van vijf bij vijf centimeter. We konden bellen in de supermarkt en sms'en op de fiets. We leefden de mobiele revolutie. Dachten we.


En toen verscheen de iPhone van Apple. Tien jaar geleden werd de allereerste getoond aan de wereld. "Een iPod met aanraaktoetsen", begint Steve Jobs op een ochtend in januari 2007 zijn presentatie. "Een revolutionaire mobiele telefoon." En dan, om zijn drietrapsraket af te maken: "een baanbrekend online communicatiemiddel". En dat allemaal in één apparaat.


De zaal joelt en klapt. Steve Jobs, met zijn eeuwige zwarte coltrui, spreidt zijn armen en herhaalt het nog maar eens: "Een iPod, een telefoon, en een online communicatiemiddel. En we noemen het: een iPhone."


Tien jaar later zijn alle smartphones een afgeleide van dat allereerste ontwerp. Het geheim is even simpel als geniaal: een groot scherm en een ronde knop.

Touchscreen

"Apple maakte als eerste een telefoon met een groot touchscreen. Dat voelde meteen veel fijner dan die kleine knopjes", zegt redacteur Arnoud Wokke van technologiewebsite Tweakers. "Ik kan niet goed uitleggen waarom. Omdat je het scherm aanraakt, voelt het alsof je dichterbij de telefoon staat. Ik denk dat het daarmee te maken heeft. Vanwege het touchscreen waren de knoppen op het scherm veel groter dan bij bestaande smartphones. Dat bleken mensen fijn te vinden."


Eigenlijk was die allereerste iPhone helemaal geen goed apparaat, zegt Wokke. Het had een slechtere camera dan de concurrentie, geen gps en de gesprekskwaliteit was ook niet geweldig. Omdat de telefoon complete webpagina's opende, raakte het mobiele netwerk regelmatig overbelast.


Die eerste telefoon ondersteunde nog niet apps zoals we die nu kennen. Het is bijna niet meer voor te stellen dat Steve Jobs niet geloofde in de potentie daarvan.

App Store

Maar hij veranderde van gedachten. Toen in de zomer van 2008 de App Store verscheen, werd de iPhone echt populair. De App Store was het eerste platform, een soort winkeltje, waar het voor iedereen simpel werd om apps te kopen.


"Daarvoor bestonden er al wel apps", vertelt Wokke. "Maar dan moest je naar een website, iets downloaden en het op je telefoon zetten. Ik deed dat wel. Maar heel veel andere mensen niet. Apple was de eerste die een gebruiksvriendelijk platform maakte. Daar zijn ze heel goed in."


Gemak dient de mens. Want dankzij de App Store gingen bedrijven op grote schaal eigen applicaties ontwikkelen. Wokke: "Ik weet nog dat ik voor het eerst zag dat je treintijden kon opzoeken op de iPhone. Ik sloeg steil achterover." Ook de spelletjes, hoe melig soms ook, sloegen aan. "Piano spelen op je telefoon, dat werkt kennelijk aanstekelijk."


Maar we moeten ook weer niet overdrijven. De definitieve doorbraak van de smartphone is volgens Wokke te danken aan Whatsapp. De berichtendienst werd in 2009 gelanceerd en maakt het mogelijk om kosteloos eindeloos berichtjes en foto's te versturen. Vanaf dat moment wilde echt iedereen een smartphone hebben. Alhoewel: "Whatsapp kon natuurlijk niet ontstaan zonder het bestaan van een App Store."

Telefoneren

Bellen is inmiddels al lang niet meer de belangrijkste functie van onze telefoon. Hij is het epicentrum van ons leven. We zoeken er treintijden mee op, ontwijken files, downloaden de kaart van Rome als we op stedentrip gaan. De app van de supermarkt vertelt wat we 's avonds gaan eten, we bedienen de thermostaat en lampen in ons huis, lessen op de sportschool reserveren we allang niet meer door te bellen.


Zijn we, misschien, met zijn allen zo langzamerhand verslaafd aan onze smartphones?


"Met het begrip verslaving moet je oppassen", zegt klinisch psycholoog Gert-Jan Meerkerk van het IVO, een wetenschappelijk bureau dat onderzoek doet naar leefwijzen en verslavingen. "In de volksmond betekent het iets anders dan in het professioneel taalgebruik."

Smartphoneverslaving

Dat gezegd hebbende: ja, er is een groep mensen die gedrag vertoond dat 'onmatig overkomt'. "Ze zijn niet verslaafd aan hun telefoon, maar aan de functies van de telefoon. Bijvoorbeeld aan gokken, spelletjes of sociale media. Het zou me ook niet verbazen als een deel van het onmatige gedrag te maken heeft met de toegankelijkheid van pornografie, seks en dating."


Tien jaar geleden promoveerde Meerkerk op het fenomeen internetverslaving. "Toen was dat hele mobiele aspect van het internet nog niet aan de orde. In die zin is er wel wat veranderd. Mensen die verslavingsgevoelig zijn, moeten nu constant weerstand bieden aan de prikkel om even te gokken of even hun berichten te checken. Ze moeten sterker in hun schoenen staan om de verleiding te weerstaan."


De overmatige behoefte aan het checken van een smartphone lijkt nog het meest op een gokverslaving, zegt Meerkerk. "Het gaat daarin om de kick van de onregelmatige beloning: als je gaat gokken, weet je niet of je iets wint, of niet. Als je op je telefoon kijkt, weet je ook niet of je een leuk berichtje hebt of een grappig twitterbericht zal zien. Die onvoorspelbaarheid is een van de mechanismen die verklaren waarom mensen verslaafd raken."


Blijft er nog een vraag over: waarom zijn die iPhones zo duur? De nieuwste iPhone 7 kost rond de 900 euro, vergelijkbare Android telefoons liggen al voor ongeveer 600 euro in de winkel. Het antwoord van techredacteur Wokke is simpel: "Omdat Apple veel winst wil maken. Het is ook slim: de iPhone heeft de status dat het een telefoon is voor mensen die veel te besteden hebben."

Het laatste bastion

De portemonnee is het laatste analoge bastion. Maar ook daar wint de smartphone terrein. Met de nieuwste telefoons is het al mogelijk te betalen met de mobiele app en ook pasjes voor de sportschool of het kantoor zullen straks op de smartphone staan. Verder is de verwachting dat smartphones meer en meer een knooppunt worden waaraan andere apparaten vasthangen. Dan zijn de lichten in huis, thermostaat en rolluiken allemaal te bedienen met de smartphone. Apple verwacht de komende jaren veel van augmented reality. "Een beetje als de Google Glass, maar dan zonder dat mensen het meteen irritant vinden", zegt Arnoud Wokke van techwebsite Tweakers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden