Tekstschrijven als vak

Toneelaffiches. Linkerpagina: Avenier van Maria Goos (ontwerp Chris Raimond). Deze pagina, rechtsboven: interest van Rob de Graaf (ontwerp: Igor Teuwen). Linksboven: De voortzetting (ontwerp: Frits van Hartingsveldt). Hiernaast: De Berm (ontwerp: studio Brordus Bunder). (Trouw)

Toneelteksten lijken vaak vogelvrij. Maar boekjes en stimulerend beleid waarderen de autonomie van toneelschrijvers op.

’Mevrouw, ik heb twee teksten van u bewerkt.” Zomaar een mededeling door de telefoon. Schrijfster Marian Boyer kon even haar oren niet geloven. Er heerst nog akelig veel naïviteit, om niet te zeggen domheid, omtrent de rechten van toneelschrijvers. Sinds het mogelijk is om toneelteksten te downloaden en er (soms) een paar euro voor is betaald, denkt iemand algauw daarmee een fiat voor opvoering – en kennelijk zelfs voor bewerking – te hebben. Regels daaromtrent worden gemakshalve over het hoofd gezien.

Toneelteksten lijken vaak vogelvrij. Hun schrijvers hebben daar last van. Omdat je, anders dan bij een roman, nu eenmaal met meer factoren te maken hebt, zoals regie, spel, vormgeving, bemoeien nogal wat mensen zich er in de praktijk mee. Herman Heijermans noemde het ooit „prijsschieten” tot het stuk was veranderd in een „verzameling kleine veranderingetjes”, en dan kreeg híj in recensies de schuld van de chaos. Pas in dit nieuwe millennium zijn initiatieven effectiever om toneelschrijven als vak een steviger bedding te geven. Ook beleidsmatig.

Websites zoals in bovengenoemd geval (van Lira, stimuleringsfonds van onder meer literair-dramatische teksten, en recent De Nieuwe Toneelbibliotheek) hebben allereerst een servicefunctie. Ze voorzien in een behoefte aan oriëntatie alvorens een beslissing over uitvoering te nemen. Die behoefte groeit, en wijst tegelijk op een andere positieve ontwikkeling. De belangstelling voor en waardering van Nederlands toneelrepertoire neem toe.

Alleen al in het eerste kwartaal van dit theaterseizoen zijn zeker twintig nieuwe stukken uitgebracht. Een kleine greep: ’Interest’ van Rob de Graaf, ’Ko!’ van Dick van den Heuvel, de komedie ’Bedgeheimen’ van Haye van der Heyden, ’Naar wijder horizon’ van Don Duyns, ’Dankwoord?’ van Frans Strijards. Verder lunchpauzeproducties – Bellevue Lunchtheater is een belangrijke kweekvijver – of Ger Thijs’ toneelbewerking ’Heren van de thee’ (naar Hella Haasse) als gelukkig voorbeeld van verbintenissen tussen drama en literatuur. En in 2010 volgt nog veel meer.

Hoezo geen Nederlandse toneelschrijfcultuur? Er is een breder draagvlak voor nieuw Nederlands repertoire, niet alleen bij productiehuizen en kleine toneelgroepen, maar inmiddels ook bij de grote gezelschappen. Maar een traditie? Nee. Het Toneel Speelt is het enige gezelschap dat sinds een paar jaar eigentijds repertoire heropvoert. Verder blijft het in het professionele theatercircuit bij eenmalige uitvoeringen.

Omdat het succes van een toneelstuk afhankelijk is van veel meer factoren dan de kwaliteit van de tekst zelf, kunnen opvattingen van schrijvers en theatermakers soms botsen.

In hoeverre je tekst moet respecteren of erin mag veranderen is nooit vast te leggen. Net zomin als smaak of artistieke mening. In een standaardcontract, dat door de VvL (Vereniging van Letterkundigen) en de VNT (Vereniging van Nederlandse Theatergezelschappen) is geconcipieerd, valt regelmatig de vage term ’in redelijkheid’. Volgens Jeroen van den Berg is de toneelschrijfcultuur niet wezenlijk anders dan in Heijermans’ tijd. Hij had ooit voor Generale Oost (theaterwerkplaats als tussenstation tussen opleiding en professionele theaterveld) een scène geschreven, die door negen van de tien groepjes acteurs gewoonweg onherkenbaar was veranderd. Elders werd een tekst van Don Duyns door acteurs in losse vellen met wasknijpers aan een lijn gehangen: ze wilden een andere volgorde proberen.

In Amerika daarentegen, is Van den Bergs ervaring, staat de schrijver centraal in plaats van de regisseur. Daar wordt, merkt Matin van Veldhuizen –haar stuk ’Eten’ wordt in New York gespeeld– over elk te veranderen woordje gebeld of gemaild. Goede gesprekken en betrokkenheid bij het repetitieproces kunnen juist inspirerend werken. Voor Lot Vekemans werkt zo’n fase als een soort stofkam, waarin de restjes waar je zelf nog overheen las, eruit worden gehaald. Maar verder? Zinnen staan er niet zomaar. In een artificiële taal, een „verschoven alledaagsheid”, zoals Rob de Graaf zijn toneeltaal omschrijft, komt dat per definitie nauw.

De behoefte aan meer bescherming, uitwisseling van ervaringen, en vooral ruimte om stukken te kunnen ontwikkelen zonder directe productiedwang –de stress vanwege een al verkochte voorstelling van een nog onaf stuk kan dodelijk zijn– leidde in 2002 tot de oprichting van het Platform Theaterauteurs (PTa). Met een vierjarige subsidie kon het PTa vanaf 2004 schrijfopdrachten geven, tekstlezingen organiseren en als een soort makelaar optreden tussen schrijvers en theatermakers.

Het PTa vulde daarmee een gat in het beleid. Tot grote vreugde van artistiek leidster Marian Boyer staat het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) nu klaar om die rol over te nemen. Gistermiddag heeft het NFPK dat op de laatste Toneelschrijfdag van het PTa in de Amsterdamse Balie bekendgemaakt. Het voorstel heeft op dit moment nog de status van een pilot, met een bedrag van 100.000 euro nog heel bescheiden, waarschuwt George Lawson, bestuursvoorzitter van het NFPK. Het moet nog langs de Raad van Toezicht en het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap. Maar als het NFPK de scheppende kunsten wil vertegenwoordigen, zoals al met componisten gebeurt, dan is het wel de bedoeling dat de toneelschrijfpilot in substantiëlere vorm wordt neergelegd in de volgende, herziene cultuurbeleidsnota.

Schrijvers zullen individuele aanvragen, die uitvoeringsgericht maar niet uitvoeringsverplicht zijn, mogen indienen. Als gezelschappen een aanvraag voor een schrijfopdracht indienen, moeten zij de helft van de kosten zelf bijdragen en zal het NFPK het werkplan blijven volgen.

Dit nieuws is een grote stap vooruit voor de autonomie van toneelschrijvers. Goed voor het zelfvertrouwen en aanzien van het vak. Aansluitend was gisteren tevens de officiële lancering van De Nieuwe Toneelbibliotheek die, behalve talloze te downloaden toneelteksten, fraai vormgegeven toneeltekstboekjes aanbiedt op de website. Die maken de blijvende waarde van een toneeloeuvre mooi zichtbaar. Dat kan tot (her)opvoering stimuleren. Wie weet is een Nederlandse toneeltraditie geboren.

(Trouw)
(Trouw)
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden