’Tekort aan aandacht voor vrouwen rechtzetten’

Als parlementariër zette Bert Koenders (PvdA) zich in voor meer vooruitgang in Afrika. Dat doet hij nu als minister van ontwikkelingssamenwerking. Op zijn werkkamer in Den Haag vertelt hij hoe Nederland de rechten van vrouwen hoger op de wereldagenda wil krijgen. En dat hij zich gaat richten op fragiele staten als Congo, want daar wonen de meeste armen en is een vrouwenleven het minste waard. Sinds zijn aantreden in februari bezocht Koenders al diverse crisisgebieden in Afrika: Soedan, Tsjaad, Congo, Oeganda, Rwanda en Burundi.

In uw verslagen aan de Tweede Kamer gaat het over ’krachtig aandringen op actie tegen verkrachting in Congo’ of ’krachtig aandringen bij de Soedanese president tegen regeringsbombardementen op Darfur’. Hoe verloopt zo’n gesprek met (oud-)krijgsheren?

„Je moet het aandurven over verkrachting te beginnen, want meestal gaat het daar niet over in diplomatiek overleg. Ik sprak in Congo met de minister van defensie en een generaal uit de provincie Ituri. Die vonden het echt niet vreemd dat wij over verkrachting begonnen, want zij weten donders goed hoe het in elkaar zit. Een soldaat die in zijn eentje met 15 à 20 euro per maand in een dorpje zit, gaat op zoek naar vrouwen, geld en voedsel. Dus is het simpel op tijd uitbetalen van soldij belangrijk. Het gaat om dit soort katalyserende veranderingen, waarbij we goed kunnen samenwerken met de vele Congolezen die ook zo denken, maar geen stem krijgen.

Ik heb gevraagd waarom er niets gebeurt aan het probleem, wat de instructies aan militairen zijn, hoe het kan dat verkrachting in Noordoost-Congo zo’n epidemie is geworden, en hoe zij zelf het goede voorbeeld geven.

Ik weet dat het allemaal milities zijn voor wie eigenbelang de hoofdmoot is en die donoren als geldzak zien. Maar tegelijkertijd is dit de nieuwe regering in Congo, die bezig is haar weg te vinden. De minister en generaal antwoordden dat ze misschien te weinig gedaan hebben, dat zij zelf soms ook machteloos staan, en vroegen hoe derde partners zouden kunnen helpen.

Nederland zoekt in de Wereldbank actief uit waarom de hervorming van het Congolese leger heeft gefaald. Wij kijken ter plekke in de onrustige provincies Ituri en Kivu’s, praten er met generaals en machthebbers over de problemen. Net als hier is in Congo het organiseren van veiligheid een prioriteit.”

Kan het kleine Nederland wel iets betekenen voor de enorme problemen van Congo?

„Natuurlijk is die rol beperkt. Maar complexiteit leidt vaak tot passiviteit, alsof er niets zou kunnen. Dat kan wel, en dat is geen naïviteit. Ook in een land als Congo is serieuze ontwikkelingsdiplomatie mogelijk.

Als onderdeel van mijn nieuwe beleid heb ik de ambassades van elk partnerland opdracht gegeven uit te zoeken wie de macht achter de macht is. Als we weten wie achter de façades beslissingen neemt, weten we met wie we moeten werken. Als je specifieker rapporteert krijg je andere berichten en kun je betere beslissingen nemen.”

Nieuw in uw aanpak is de grotere aandacht voor zogeheten fragiele staten. Het zijn landen die eerder vanwege hun slechte bestuur juist gemeden werden. Voor 2008 is daarvoor 15 miljoen vrijgemaakt, niet veel voor negen landen...

„Het gaat erom dat wij op het ministerie en in de ambassades onze plannen deels herschrijven, en meer tijd en personeel steken in landen zoals Congo, Burundi en Guatemala. Dat hoeft niet veel te kosten. Daarnaast zal het genoemde bedrag uitgroeien. Ik wil bijvoorbeeld, als het mogelijk is, de budgetsteun aan Burundi continueren, omdat het in het fragiele Grote Merengebied ligt. Je neemt met een aantal andere donorlanden meer risico, bij partnerlanden die anders weer terugvallen in chaos of waar een regionale uitbreiding van conflicten dreigt.”

Als parlementariër pleitte u voor een no-fly-zone boven Darfur om regeringsbombardementen te voorkomen. Is het moeilijker om nu minister te zijn en beleid waar te maken?

„Een parlementariër die zijn werk goed doet, heeft ook een zware taak. Ik moest de regering controleren op terreinen waar dat niet zo eenvoudig is, zoals buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking. Je moet constant nadenken hoe je een gezaghebbende lijn uitdraagt. Als dat niet lukt word je niet heel serieus genomen.

Wat ik in het begin het moeilijkst vond aan deze functie is uitzoeken hoever de spankracht van jouw macht gaat. Je werkt in 36 landen met veel diverse organisaties en op allerlei onderwerpen. Hoe kun je datgene waarvoor je de politiek bent ingegaan koppelen aan de menskracht die beschikbaar is en het verantwoord uitgeven van gelden?

Voor Darfur lijkt een no-fly-zone me nog steeds een goed idee. Maar als de Verenigde Staten dat nu afkondigen, vergroot dat de perspectieven van de bevolking niet. In 2004 had dat geholpen, toen het verbranden van dorpen en verjagen van burgers begon. Er is te weinig, te laat gedaan. Nu is de aard van het conflict veranderd. Alleen een militair antwoord op het geweld zal een beperkt succes hebben. Een effectieve vredesmissie moet gepaard gaan met een politiek akkoord.

Ik verwachtte niet veel van het onlangs in Libië gehouden vredesoverleg over Darfur. Toch ben ik erheen gevlogen omdat ik elke kans op vooruitgang wil aangrijpen. Wegblijven van de belangrijkste rebellengroepen ondermijnde het overleg. Dat was een gehandicapt begin. Maar er is geen eenvoudige oplossing voor dit conflict en er was geen alternatief. De rebellen vallen steeds verder uiteen. We hebben geteld en kwamen tot 52 groepjes wiens eisen weinig meer met de behoeftes van de bevolking te maken hebben. Wat nu nodig is, is meer gemeenschappelijke druk op de rebellen om hen mee te laten praten, en op de regering. Dat lijkt China, een van de belangrijkste spelers in Soedan, en ook aanwezig in Libië, in te zien.

Ik sprak bij dat vredesoverleg ook met organisaties van inwoners van Darfur. Hoe wij hen er blijvend bij betrekken is de grote vraag. Met een gift van 50 miljoen euro voor water en scholing wil ik beginnen met wederopbouw. Ook als signaal naar de rebellen, dat wij niet eeuwig op hen blijven wachten.”

U maakt zich er zorgen over dat de positie van vrouwen wereldwijd amper vooruitgaat en hun recht op seksuele zelfbeschikking zelfs onder druk staat. Hoe komt dat en wat is eraan te doen?

„Conservatieve stromingen in de Verenigde Staten, Latijns-Amerika en de islamitische wereld hebben veel weerstand tegen keuzevrijheid voor vrouwen op het gebied van seksualiteit en voortplanting. Wat we in VN-verband al in 1995 in Caïro hebben afgesproken, moet steeds opnieuw worden herijkt. Er wordt alleen over teksten gepraat, terwijl er per land programma’s mogelijk zijn die directe invloed hebben. Gezinsplanning kan best, maar het gebeurt niet.

Ik was net in Londen op een grote abortusconferentie. Dat de moedersterfte niet afneemt, komt deels door onveilige abortussen. Wij willen rechten voor vrouwen weer hoger op de agenda plaatsen. Door actieve ontwikkelingsdiplomatie bij de VN, bij de EU waar het verwaterd is, en bij de Wereldbank waar het is weggedrukt.

Doordat het Nederlandse ontwikkelingsbeleid gericht is op sectoren als onderwijs en gezondheidszorg, is de aandacht voor vrouwen ook verminderd. Dat gaan we rechtzetten door in meerjarenplannen van de ambassades hiervoor fondsen en mensen vrij te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden