'Teken Mijn Verhaal': strips over dromen die altijd dromen blijven.

Met koningin Beatrix toosten op de voetbaloverwinning aan de houten stamtafel bij haar thuis: het is de droom van de jonge Rick Baars, oftewel de 'superspits van Ajax'. En Emily wil niets liever dan veranderen in een 'snoepkoningin' die elke ochtend een bad neemt in een badkuip vol snoepjes, met daarbij drie kraantjes voor cola, fanta en sprite. De fantasieën van tweehonderd gehandicapte kinderen zijn door ruim honderd striptekenaars op papier gezet; een initiatief van Stichting 'Teken Mijn Verhaal'. Het tweede stripboek 'Tover Mijn Verhaal' ligt inmiddels bij de boekhandel.

De beste voetballer worden, een superheld zijn of mee doen aan 'Idols': dromen van kinderen lijken doorgaans op elkaar. Maar toch is er een verschil als gehandicapte kinderen - sommigen met het Down's syndroom, anderen slechtsziend of blind of zonder de mogelijkheid te kunnen lopen - over hun wensen mogen vertellen, meent Dithmarine van Rongen, coördinator van de stichting. “Deze kinderen kiezen een rol waarvan ze wéten dat zie die nooit zullen spelen. Kinderen zonder handicap kunnen dromen van een baan als brandweerman en zij zullen zich minder met de vraag bezig houden of het wel te realiseren valt.“ Zo vertelt Bernie Vergers aan tekenaar Jean-Marc van Tol (tekenaar van Fokke en Sukke) dat hij het liefst een strandwandeling maakt, boodschappen wil gaan doen en hockey wil spelen. 'Dat zijn allemaal wel erg normale dingen', verzucht Van Tol in de strip. 'Voor jou misschien', antwoordt Bernie, 'Maar míj lijkt me dat spannender dan de spannendste strip!'

Zes jaar geleden kwam Gerrie Hondius, bekend van haar strip 'Ansje Tweedehandsje' in het feministisch maandblad Opzij, met het idee om de verhalen van gehandicapte kinderen op papier te zetten. In de Oprah Winfrey-show werd toentertijd de vraag gesteld hoe je je talent kunt inzetten om anderen te helpen. Hondius bezocht een Mytylschool (school voor lichamelijke en meervoudig gehandicapte leerlingen) in Beverwijk - 'op zoek naar kinderen zonder handjes'. Haar initiatief heeft veel striptekenaars, waaronder Gerrit de Jager (bekend van 'Zusje'), Djanko en Peter Pontiac, Maaike Hartjes, Martin Lodewijk, Arend Smit, Wilma van den Bosch en Guido van Driel, gemotiveerd om ook met deze groep aan de slag te gaan. “Je reist twee maal naar de school en je moet het vertrouwen van het kind winnen. Daarna ben je drie tot vier dagen aan het tekenen“, zegt Van Rongen. Inmiddels zijn de tekenaars in opdracht van de stichting aan de slag gegaan op scholen in Breda, Cruquius en Rotterdam. Dit jaar starten er eveneens projecten in Tilburg, Roosendaal, Den Haag en Utrecht. Daarna komt Groningen aan de beurt. “Het project is zo'n succes geworden, omdat voor deze kinderen er nu een extra mogelijkheid is om met hun buitenwereld te communiceren. Een meisje in een rolstoel wilde niets liever dan een parachutesprong maken, voetbalster worden. De tekening nam ze iedere dag mee naar school. Als ze zich droevig voelde, vond ze er troost bij. Fantasie is voor gehandicapte kinderen een belangrijk instrument om even de werkelijkheid te ontvluchten.“

De verhalen hoeven niet op de werkelijkheid te berusten. Vaak zijn de kinderen de helden in het stripavontuur, ook al moeten ze daarvoor een ruimtereis in een rolstoel maken. Ze krijgen namen als 'MegaMax', 'SuperNassir' of 'SuperIvo'. Ook slechtzienden en blinde kinderen zijn aan het fantaseren geslagen. “Er werd wel de vraag gesteld waarom je überhaupt met blinde kinderen zou gaan werken. Die kunnen hun strip toch niet zien. Maar voor die kinderen is het belangrijk dat ze zo hun verhaal aan anderen kunnen vertellen. Het geeft hen het gevoel dat ze het waard zijn om een tekening van te maken.“ Bij hen was een duidelijke voorkeur voor stripverhalen met balsporten. Kinderen die niet in staat zijn om te praten, zijn ook aan de beurt gekomen. “Een docent vertaalde de geluiden en gebaren die het kind maakte.“ Sommige niet sprekende kinderen wezen plaatjes in boeken aan om over hun leven te vertellen.

Voor de striptekenaar is het ook een hele belevenis, vertelt Van Rongen. “Ze werken vaak alleen en nu krijgen ze een kind als opdrachtgever. Zo wilde een jongetje een verhaal over een tenniswedstrijd. Bleek dat de tekenaar een score in de strip had gezet die onmogelijk was volgens de regels van het tennisspel. Hij heeft die bladzijde opnieuw moeten doen.“ De verhalen moeten zo expliciet mogelijk in beeld worden gebracht, ondervonden tal van tekenaars. De familieleden moeten goed lijken, net als de prent van Frans Bauer of de afbeelding van een paard. “De striptekenaars krijgen soms de bibbers. Dan verlaten ze met een rood hoofd de zaal, met maar een vraag: 'Hoe teken ik dat?“, weet Van Rongen. Hun alledaagse werk, het tekenen van strips voor volwassenen is een hele andere zaak. Hier krijgen ze meteen commentaar van hun opdrachtgever. Is Feyenoord de verliezer? Dan moet er ook niks van het team overblijven. “Een tekenaar verzuchte al: 'alstublieft deze keer géén voetbal'. Toen bleek hij samen te werken met een kind dat droomde dat hij een speler was bij Ajax. De andere spelers moesten dan ook op de échte voetballers lijken. De tekenaar restte niets anders dan goed de portretten van het elftal te bestuderen.“

.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden