'Tegenstellingen zijn grotesk'

DEN HAAG - De overconsumptie is een schande. Richard Jolly, de leider van het team dat het Human Development Rapport 1998 opstelde, zegt het met hartstocht. Maar de oplossing is niet eenvoudigweg minder consumeren. “Dat is te simpel.”

INEKE NOORDHOFF

Er zijn nog zeker een miljard mensen die geen drinkwater, huis of basisvoedsel hebben. Voor die groep is meer consumptie absoluut noodzakelijk. Maar ook de 8 procent Nederlanders die in armoede leeft, moet de gelegenheid krijgen meer goederen aan te schaffen.

Vers uit het vliegtuig (Jolly woont in New York), heeft hij nog geen tijd gehad om kennis te maken met de uitspraak van bisschop Muskens dat armen die honger hebben een brood mogen stelen. Hij schrikt van het woord 'stelen', maar vindt het prachtig dat de bisschop zo de discussie over armoede heeft losgeweekt. “Ons hele rapport is doordrenkt van het uitgangspunt dat armen recht hebben op ontwikkeling. Daar gaat het om. Nederland staat op de tweede plaats op de armoede-ranglijst voor rijke landen. Dat is dus bepaald niet slecht. Maar toch lijden hier in Nederland 8 van de 100 mensen aan een of andere vorm van armoede. Een samenleving moet oog hebben voor zijn armen, daar iets aan doen. En als die armen dan geen brood hebben? Tsja, stelen is natuurlijk wel het laatste wat je zou moeten doen.”

De tegenstellingen in de wereld worden grotesk, meent Jolly. “De ene is toe aan een derde garage, terwijl een miljard mensen geen kleren en voedsel genoeg hebben.” Jolly wil niet als zedenpreker te boek worden gestaafd. Hij vindt de koopzucht zelf niet echt verwerpelijk. De angel zit hem in het gat tussen rijk en arm, en de (milieu)overlast die de consumptiedrift veroorzaakt.

Zijn team beet zijn tanden stuk op de vraag hoe je nou tegen consumptie moet aankijken. “Dat hoofdstuk hebben we wel zeven keer herschreven. We wilden van een paar goederen identificeren wat er nou zo slecht is aan consumptie.” Die kennis zou een beknotting van de overconsumptie verdedigbaar maken.

“We kwamen er niet uit. De meeste artikelen kunnen 'goed' zijn als ze op de juiste wijze wordt gebruikt, en 'slecht' bij overmatige toepassing. Maar zelfs dat laatste is in zijn algemeenheid niet waar. Ik zal een voorbeeld geven. Iemand heeft er plezier in zijn hele huis vol te hangen met dure Rembrandts. Excessief? Ja. Maar wie heeft er last van, waarom zou het niet mogen?”

Veel religies zetten zich af tegen materialisme. Jolly: “Afzien van consumptie wordt in veel religies gezien als een deugd. Ik vind dat een lastige discussie. In elk geval zou ik me aan zo'n sterk moreel oordeel niet durven wagen.”

De 'consuminderaars' vinden dat de rijke landen dan maar een paar stappen terug moeten. Jolly vindt dat te eenvoudig. “Hun argumenten zijn misleidend. Het is niet zo gemakkelijk. Als de rijke landen een crisis doormaken, worden de arme landen geschaad in hun mogelijkheden om geld te verdienen en zich te ontwikkelen. De tijd dat je werelddelen kon isoleren, hebben we ver achter ons gelaten.”

De tegenstanders van de consumptie-maatschappij krijgen wel gelijk van Jolly op een ander vlak: “Er is radicale verandering nodig.” De vraag hoe dan, pareert hij met een pleidooi voor minder vervuilende productie, zorgvuldiger beheer van de bronnen van de aarde, consumptie gericht op ontwikkeling van mensen.

“Dat is helemaal niet vaag”, weerlegt hij kritiek. “We vullen dat in het rapport ook in.” Jolly wil allianties vormen van maatschappelijke organisaties. “Zo krijg je vrouwen, consumenten, kerken, vakbonden, milieugroepen bij elkaar en kun je krachten mobiliseren. Om tegenwicht te bieden aan de eeenzijdige informatie uit reclames, bewerkstelligen dat producten voor armen worden ontwikkeld, eerlijke handel stimuleren en dergelijke.”

Lag de focus van consumentenorganisaties voorheen vooral op “meer waar voor uw geld”, tegenwoordig richten ze zich meer op eco-producten, ethiek en eerlijke handel, vindt hij. “Via de consumentenbeweging horen mensen dat Nikes gemaakt worden door kinderen.”

Mensen worden tot kopen verlokt door reclames. Het rapport hamert sterk op het tegenwicht bieden aan die eenzijdige informatie. “Inmiddels denk ik dat we daar iets te sterk op de economen-lijn zijn gaan zitten. Die gaan ervan uit dat consumenten rationele beslissingen nemen. Adverteerders hebben daar een realistischer idee over: die begrijpen dat het beter verkoopt als je er een mooie vrouw bij zet, of inspeelt op de lekkere trek. Misschien kunnen allianties zich buigen over de vraag hoe je de wereld zover krijgt dat er niet al te krachtig wordt ingespeeld op die menselijke zwakheden.”

Vormen de allianties en lokale initiatieven tegengas tegen de globalisering? “Die globalisering verwerp ik niet. Die is gewoon een feit. We vechten niet om die ontwikkeling tegen te houden, maar om hem te controleren. Tegelijkertijd is er de wereld om je heen. Ik werd daarop gewezen door mijn kinderen. Die zeiden 'Pa waarom ben je nou steeds met de wereld bezig, doe eens wat waar je eigen stad of buurt iets aan heeft.”

Niet alleen consumenten moeten aan de slag om de driften in te tomen, ook overheden en het bedrijfsleven. “Er zijn hele perverse subsidies, die vervuilend gedrag stimuleren. Honderden miljarden per jaar worden daaraan gespendeerd. Daar moet je mee stoppen. Producenten moeten werken aan milieubehoud. Groen zakendoen is al commercieel interessant. Ethisch zakendoen moet nog door velen ontdekt worden.” Jolly gelooft dat het kan: “Er gebeurt al verschrikkelijk veel. We hebben heel wat initiatieven genoemd in ons rapport, om de gedachtenvorming te helpen en te laten zien dat het kan werken.”

In het rapport staat dat de crisis in Azie best eens kan verkeren in een kans om deze consumptie-maatschappij ingrijpend te veranderen - en verbeteren. De recessie in de jaren dertig was ook de catalysator voor veranderingen. “Hier, kijk wat ik er bij heb gezet met mijn eigen pen”, priemt Jolly zijn vinger in zijn rapport op bladzijde 36. Het rapport is enkele maanden geleden afgerond. Inmiddels ziet de crisis er ernstiger uit. “Een crisis als kans, kan dat ook gezegd worden bij een complete ineenstorting?” schreef Jolly in de zijlijn. “Ik sta nog steeds achter die passage. Hoe erger de crisis des, te groter de stimulans om echt iets te veranderen.”

INFORMATIE-TEKORT

Advertenties zwiepen de consumptiebehoefte op. Wereldwijd wordt jaarlijks 435 miljard dollar uitgeven aan advertenties (net zoveel als er aan drugs omgaat).

In armere landen wordt steeds meer van de pas verworven rijkdom besteed aan reclames. In Korea en Venezuela wordt per inwoner al meer aan advertenties gespendeerd dan in de VS.

Door de veelheid en de gekleurdheid van de aanprijzingen raken consumenten misleid. In de VS hebben actiegroepen een plan bedacht: als adverteerders 3 procent van hun uitgaven storten in een fonds, kan daarmee onafhankelijke voorlichting op televisie gebracht worden.

VERZET GROEIT

De consumptie stijgt extravagant, maar ook de tegenbeweging neemt in omvang toe. Europeanen besteden inmiddels 300 miljoen dollar per jaar aan 'verantwoorde' consumptie-artikelen. Via 45 000 winkels worden in Europa en Amerika de verantwoorde waren verkocht. Daarnaast worden verantwoorde producten vaak apart gelabeld en liggen ze dan in gewone winkels. Met deze alternatieve handelsstroom houden zich ongeveer 100 organisaties bezig. Volgens het Human Development Report 1998 verdienen inmiddels 5 miljoen mensen in ontwikkelingslanden hun brood met het voorzien in deze behoefte aan verantwoorde producten.

KLOOF WORDT GROTER

De drie rijkste mensen ter wereld bezitten evenveel als de 48 armste landen samen per jaar aan nationaal inkomen hebben. De 84 rijksten hebben bij elkaar net zoveel als China met zijn 1,2 miljard inwoners aan inkomen per jaar vergaard

De meeste exorbitant rijke mensen wonen in de VS (60 van de top 225). Maar ook ontwikkelingslanden kunnen er wat van: van de 225 rijksten zijn er 78 die hun rijkdom vergaarden vanuit een ontwikkelingsland. In heel Afrika wonen er maar 2 van de 225 allerrijksten.

Een in een rijk land geboren kind consumeert en vervuilt in zijn leven net zoveel als 30 tot 50 kinderen in armere landen.

BIZARRE VERSCHILLEN

Het kost 6 miljard dollar om te bewerkstelligen dat iederen op deze aarde basale scholing krijgt. Als iedere Europeaan of Amerikaan van zijn parfum-aankopen de helft van de waarde weggeeft, is dat ideaal al te financieren. In Europa en Amerika wordt meer uitgeven aan honden- en kattenvoer (17 miljard dollar) dan er nodig is om alle inwoners genoeg voedsel en gezondheidszorg te geven om te overleven (13 miljard).

Voor 40 miljard kunnen op wereldschaal basale sociale voorzieningen worden getroffen. Bijna net zoveel wordt er jaarlijks in alleen al Japan uitgegeven aan vermaak in de zakenwereld. Die 40 miljard is 0,1 procent van het wereld-inkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden