Tegenslag voor oprukkend IS

Het Syrische leger in actie tegen IS. Beeld afp

Een mysterieus bericht verspreidt zich in de loop van zaterdagochtend als een lopend vuurtje over de wereld: een hooggeplaatste leider van Islamitische Staat (IS) zou zijn geliquideerd door het Syrische leger in het oosten van het land. Tientallen collega-jihadisten zouden bij de verrassingsaanval zijn omgekomen. Een paar uur later wordt bekend dat ook de Amerikanen een IS-leider hebben geliquideerd, met precies dezelfde functie en op exact dezelfde plaats. Daarbij zouden, net als het eerdere bericht vermeldt, ook tientallen IS-strijders zijn omgekomen.

Een ding lijkt zeker: Syrië en de VS eisen beide de verantwoordelijkheid op voor dezelfde aanslag. De meest plausibele lezing is toch die van de Amerikanen, want het Syrische leger komt al jaren niet meer in het gebied en heeft zijn handen vol aan andere probleemgebieden.

Het Pentagon claimde zaterdag de 'olieminister' van IS, een Tunesiër met de nomme de guerre Abu Sayyaf, te hebben omgebracht. Een groep speciale eenheden van de Amerikaanse krijgsmacht zou in het holst van de nacht via Irak in Oost-Syrië zijn gearriveerd, op zoek naar Abu Sayyaf.

Levend
Het doel was, zo stellen de Amerikanen, om hem levend in handen te krijgen. De actie verliep niet zoals gepland: jihadisten openden het vuur op de Amerikaanse militairen. Abu Sayyaf werd bij het vuurgevecht gedood, samen met zo'n 32 andere IS-strijders. Zijn vrouw wisten de militairen wel levend mee te krijgen. Zij zit momenteel vast op een militaire basis in Irak, waar zij wordt verhoord.

De actie was lang van tevoren gepland, aldus de Amerikaanse minister van defensie Ash Carter, en president Obama was van begin tot eind actief bij de zaak betrokken. Carter is tevreden met de afloop: "De operatie is opnieuw een grote klap in het gezicht van IS." Hij stelde tegelijk dat terroristen zich nooit ergens veilig moeten wanen.

Of de dood van Abu Sayyaf werkelijk een zware slag is voor IS, valt moeilijk te zeggen. De Amerikanen beweren weliswaar dat hij een belangrijke figuur was binnen de organisatie, omdat hij verantwoordelijk was voor de olie-inkomsten, maar vrijwel niemand had tot dit weekeinde ooit van de man gehoord.

Zelfs de doorgewinterde IS-watchers, die doorgaans de hele dag sociale media afstruinen naar feitjes over IS en onderling haarkloven over details, moesten erkennen dat de naam Abu Sayyaf niet in hun bestanden voorkwam - de enige naamsovereenkomst die het opleverde was met een Filippijnse terreurbeweging.

Vernederd
Maar omdat de aanval plaatsvond diep in IS-gebied, voelt de organisatie zich zeer waarschijnlijk vernederd. Daarbij komt ook nog eens het tijdstip ongelegen: na een reeks van grote verliezen, was IS net met een comeback bezig. De jihadisten zijn bezig met een opmars in de historische stad Palmyra in Syrië, en dit weekeinde overrompelden ze de Iraakse provinciehoofdstad Ramadi. De Amerikaanse aanval in Syrië leidt af van de successen, terwijl IS die juist zo hard nodig heeft.

IS-aanhangers lieten ondertussen van zich horen op Twitter. Zij eisten vergelding voor de dood van Sayyaf. Een zekere Abu al-Walid al-Libi, vermoedelijk een IS-strijder, riep zijn volgers op Twitter op wraak te nemen op Obama en de 'aanbidders van het kruis (christenen, red.)'.

Maar de wraak kan zich ook naar binnen keren. IS weet dat de Amerikanen moeten zijn getipt over de verblijfplaats van Abu Sayyaf door iemand binnen de organisatie. Bij een zoektocht naar 'de mol' is iedereen verdacht. En wie door IS beticht wordt van spionage, verkeert in levensgevaar. Het gevolg: interne ruzie en afrekeningen, een scenario waar de Verenigde Staten van zullen smullen.

Vragen
Toch blijven er nog veel vragen onbeantwoord: hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat Syrië als eerste de dood van Abu Sayyaf meldde? De Amerikanen beweren stellig dat de operatie geheim was, en dat de Syrische regering niet is ingelicht.

Tegelijkertijd is het de vraag of Abu Sayyaf werkelijk het doelwit was van de operatie. De Amerikanen zijn al terughoudend met het inzetten van militairen in Irak, laat staan in Syrië.

Dat de Verenigde Staten deze keer bereid waren om kostbare militairen in te zetten in Syrië om een onbekende leider te ontvoeren, doet iets anders vermoeden: de Amerikanen hoopten wellicht dichter bij de hoofdprijs, IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi, te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden