Tegen vechten, dragen, winnen

Diski filosofeert over een ouderboek om alle vergeten woorden in te verzamelen

Het eerste wat schrijfster Jenny Diski voelde toen haar in juni 2014 werd verteld dat ze binnen twee, drie jaar zou sterven, was niet doodsangst of paniek, maar ongemak. Een soort plankenkoorts, zo noteert ze in haar memoir 'In Gratitude' dat kort voor haar dood, twee weken geleden, verscheen. "Dat waar je door bevangen raakt als je iets voor je hebt wat zo algemeen bekend en veelbesproken is dat je de weg ernaar toe helemaal kunt uittekenen, inclusief de tegenvallers en verrassingen."

Maar Diski is schrijfster - it's what I do. Dus moet ze het podium wel op en over haar ziekte en naderende dood schrijven. Ook al is ze de eerste niet en huivert ze voor de clichés van het kankerdagboek. "Laat niemand beginnen over dragen, vechten, winnen of verliezen", zegt ze tegen haar man als ze na de diagnose het ziekenhuis verlaten.

Die scherpe opmerking typeert deze schrijfster, en het is precies de reden waarom ik, al klinkt dat gek, erg naar dit laatste boek heb uitgekeken. Als iemand in staat is om laconiek en nuchter, maar met wijsheid en scherpte, onder woorden te brengen wat het betekent om afscheid te moeten nemen van het leven, dan is het Jenny Diski, direct al rebels met sigaret poserend op de cover. Diski, zowel roman- als reisboekenschrijfster en 'tegendraads van nature', verkende in haar autobiografische teksten altijd al graag de donkere krochten van het bestaan, helder en droog. Doopt Diski haar kankerdagboek 'In Gratitude', dan weet je dat die dankbaarheid niet zomaar omarmd maar betwist zal gaan worden. Aan heilscenario's doet deze schrijfster niet, en ook niet aan spiritueel geklets.

Voor wie haar werk nog niet kent: de Britse Jenny Diski (1947-2016) debuteerde in de jaren tachtig met de voor enig rumoer zorgende sm-roman 'Nothing Natural'. Haar reputatie vestigde ze vooral de laatste twee decennia als schrijfster van autobiografisch getinte reisboeken, waarin je haar leerde kennen als een solitaire ziel die eigenlijk helemaal niet zo van reizen hield, meer chronisch op zoek was naar afzondering. Niet echt een kluizenaar maar wel altijd schurend met de groep, schreef Diski veel over haar hang naar leegte en stilte, over de behoefte zich terug te trekken, liefst in een besloten ruimte met uitzicht op niks. Reisde Diski naar Amerika ('Vreemdeling in een trein') dan deed ze dat op een vrachtboot met de blik op de verre horizon. Haar 'Schaatsen naar Antarctica' opende met een beschrijving van haar slaapkamer die helemaal wit is, maar nog niet wit genoeg, waarna Diski de reis naar de Zuidpool aanvaardt. In haar laatste reisboek 'On Trying To Keep Still' schreef ze geestig over haar indolentie ('mijn meest wezenlijke talent'). In 'In Gratitude' grapt ze tegen haar dokter dat ze vanwege die levenslange hang naar het niets eigenlijk voor kanker in de wieg is gelegd.

Waarmee niet gezegd is dat ze nu zonder angst de dood tegemoettreedt, het is meer dat ze zich onbevreesd toont in het bestuderen van de afgrond: "Het idee van vernietiging dringt zich op in het verschrikkelijke besef dat het simpelweg niet voor te stellen is, omdat het voorbij gaat aan de 'jij' die er deel van is."

Ook op haar ziekbed behoudt de schrijfster haar luciditeit. Iedere zin doet ertoe. Wrang en geestig schetst Diski de sfeer in het kankerziekenhuis waar een 'zwijgende massa van kankerpatiënten' gelaten wacht op behandeling. Ze verwondert zich over het hel verlichte en versierde maar visloze aquarium in de wachtkamer: 'zouden dode vissen te confronterend zijn?' Ze beschrijft de symptomen van het verval, de brandblaren na de bestraling, de chemo die haar zo verzwakt dat het trapje naar haar voordeur de zwaarte krijgt van een pelgrimstocht naar Santiago. Ze piekert over alle 'verloren woorden' waar ze niet meer op kan komen, wat haar doet filosoferen over een ouderenboek met al die vergeten woorden. "Zoals een kinderboek, alleen biedt die een taal voor 'het worden', dit is de taal van 'het gaan'." Ze schetst hoe de bij momenten overweldigende paniek een vaste plek heeft in haar lichaam: onder het middenrif. "Daar strekt de angst haar messcherpe klauwen uit, als een rat of roofvogel, en ze schraapt en knaagt zich naar binnen." Roerend zijn de passages over hoe haar man en zij elkaars verdriet niet kunnen verdragen en over het grootste verlies: haar 'betoverende' kleinkinderen die ze niet zal zien opgroeien.

Maar Diski schrijft niet alleen over de naderende dood . Een belangrijk deel van 'In Gratitude' gaat op aan een kwellend verleden waar de schrijfster ook in haar eerdere boeken steeds uitgekiend kleine stukjes van prijs gaf. Zo schreef ze eerder over haar borderlineouders, die haar en elkaar naar het leven stonden, over haar ervaringen met drugs en seks als twintiger in de swinging sixties, over haar zelfmoordpoging op haar veertiende, hoe ze daarna werd opgevangen door de moeder van een klasgenoot: niemand minder dan Doris Lessing, toen nog geen Nobelprijswinnares, wel al een vermaard schrijfster.

Meer dan dat feit werd eerder niet prijsgegeven maar nu is het tijd om alles te vertellen, op zijn Diski's dan, die haar memoir 'verstoppertje spelen met de waarheid' noemt.

Diski woonde vier jaar bij Lessing in huis, ze hielden altijd contact. Eerder spraken de vriendinnen, of eigenlijk pleegmoeder en pleegdochter ('Doris, my mumble, mumble, mumble', zoals Diski schrijft) in het openbaar niet over elkaar, maar nu Lessing dood is, en Diski stervende, is het moment gekomen. Vrij onthutsend is dan wel dat hun relatie niet de harmonieuze mentor-pupilverhouding blijkt te zijn die je je er onwillekeurig bij had voorgesteld. Diski legt een moeizame relatie bloot tussen een beschadigde, onhandelbare, vaak mokkend zwijgende puber en een intellectuele, kille vrouw die idealistische motieven heeft, maar eigenlijk geen idee heeft hoe ze met de lastige Jenny om moet gaan. Lessing beschuldigt Diski van emotionele chantage en ondankbaarheid, en kwetst haar met nauwelijks verhulde kritische portretten van haar in haar romans, waar ze Diski dan ook nog fijntjes op wijst: 'jij bent die zwerver'.

Je voelt in dit onthullende relaas het onverwerkte oud zeer, en ook een behoefte tot rechtvaardiging. Maar je mist de andere kant van het verhaal. Reken er niet op dat Diski hier echt het achterste van haar tong laat zien. De 'ondankbare' weet ook dat ze over deze geschiedenis niet het laatste woord zal hebben. De brieven van Doris Lessing zullen nog verschijnen, biografen gaan zich op hen storten. Maar met 'In Gratitude' heeft Diski wel de toon gezet; het is een soms raadselachtige maar rijke tekst die je direct weer wilt herlezen.

Een troost in het besef dat er geen nieuwe boeken meer zullen verschijnen van deze betreurde, lastige, 'ondankbare' vrouw.

Jenny Diski: In Gratitude Bloomsbury; 288 blz. euro 21,99

Jenny Diski in haar huis in Cambridge in 2015

Doris Lessing was haar pleegmoeder; hun relatie was moeizaam

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden