Tegen spruitjeslucht, hokjesgeest en christendom-in-stofjas Barthold van Ginkel 1911 - 1995

AMSTERDAM - Alleen al omdat hij met zijn preken volle kerken kon doen schudden van het lachen, valt te betreuren dat ds. Barthold van Ginkel voorgoed het zwijgen is opgelegd.

Vrijdag - een week of twee vóór zijn 84e verjaardag - is hij in Amsterdam gestorven. Hij was een van de pakkendste en rekkelijkste predikers van de hervormde kerk en omstreken, waar hij - om zijn critici de woorden uit de mond te nemen - zestig jaar lang vele kansels onveilig heeft gemaakt.

Zijn droom was, 'de spruitjeslucht van onverdraagzaamheid en gelijkhebberij' uit de kerk te verdrijven, christenen-in-grijze-stofjassen ontvankelijk te maken voor spiritualiteit van velerlei herkomst, en rand- en buitenkerkelijken - liefst toegerust met enige feeling voor literatuur en psychologie - te winnen voor wat hij als het Evangelie beschouwde.

Christelijke godsdienst omschreef hij ooit als: “Met de bijbelschrijvers heenwaden door de stroomversnelling van de drie grote angsten - voor de dood, voor het tekortschieten als mens en voor de zinloosheid van het bestaan - en de drie grote bevindingen - verbijstering, verwondering en vertedering -”, die ieder mens ten deel kunnen vallen. Dominees die daar niet zelf doorheen gewaad waren, voorspelde hij een toekomst als leuterbroek-voor-lege-banken.

Zelf had Van Ginkel tot op hoge leeftijd niet over de bezettingsgraad van kerkelijk meubilair te klagen, al bereikten de scharen nooit meer de omvang van de jaren zestig, waarin ds. J. J. Buskes rijmde: “Artiest, pin-up girl, boerenkinkel /allen kerken ze bij Van Ginkel”. Toen, herinnerde A. J. Klei zich in 1981, was een nieuwe preek van Van Ginkel zoiets als een première in Tuschinski.

Drie weken

Elk optreden werd dan ook grondig (critici prefereerden een andere term, bijvoorbeeld uitentreuren) voorbereid. Van Ginkel werkte ongeveer drie weken aan een preek, zei hij twintig jaar geleden in Trouw - maar dan kon hij er ook, her en der in het land, maanden mee toe. Wat zijn toehoorders ervan meenamen, was, naast de herinnering aan een geoefende ludieke presentatie, vooral een verzameling treffende beelden en religieuze bon-mots: 'Geloven is op een plank de oceaan oversteken', 'een goed clownsnummer is een preek' (door tegenstanders liefst in omgekeerde volgorde geciteerd), 'herken de Godsgedachte in de kip die je vanuit de legbatterij aankijkt'.

Over Van Ginkel is vaak geschreven, dat hij kerkelijk steeds verder naar links is opgeschoven. Hij begon in 1934 als gereformeerde-bondsdominee en eindigde als vrijzinnig gastpredikant voor iedere gemeente die hem maar uitnodigde - maar dan wel een jaar van tevoren, want hij deed aan lange-termijnplanning. Zelf typeerde hij zich liever als een mandoline met drie snaren - een bevindelijke, een midden-orthodoxe en een vrijzinnige -, die hij alle drie met overtuiging kon bespelen, al ving menigeen sinds jaren slechts de onorthodoxe tonen op.

Relativisme

Van Ginkel schreef ook (enkele) boeken. In die hoedanigheid is hij in Trouw - in een periode waarin het snarenspel van deze krant iets eentoniger was dan nu - meer dan eens afgedroogd. In 1965 namen verscheidene orthodoxe godgeleerden, onder wie dr. H. J. Langman en prof. G. C. van Niftrik, hem op de kerkpagina kolommenlang onder handen wegens het vérgaande relativisme van zijn bundel 'Twistgesprekken met God'. Hem werd kwalijk genomen dat in zijn ogen “de Veluwenaar met zijn psalmen, de neger met zijn spiritual, de quaker met zijn stilte en de vrijzinnige met zijn innerlijk Licht” allemaal even heilzaam bezig waren.

Het slachtoffer verdedigde zich met een aanval op de cerebrale theologische discussies die al drie eeuwen talloze harten hadden verkild. Hij kwam op voor het goed recht van iedereen om “het taalveld te kiezen waarin voor hem het duidelijkst de bijbelse Stem doorklinkt”.

Barthold van Ginkel stond als hervormd dominee in Renswoude, Wezep en Katwijk, voordat hij in 1945 naar Amsterdam kwam. Daar trad hij onder andere op als voorganger van de Bachzaal-gemeente en als predikant voor de floating members, zoals randkerkelijken wel genoemd werden in de tijd dat dit etiket nog niet op bijna de hele kerkpopulatie kon worden toegepast. Hij vond ook enkele jaren onderdak bij de Protestantenbond. Twintig jaar lang, tot 1980, doceerde hij aan de pastoraal-psychologische leergangen van de Utrechtse universiteit. Sinds 1983 was hij in deeltijd verbonden aan de Amsterdamse Vrije Gemeente / Vrije Kring, en wel als rector van de Scholen voor praktische mensenkennis en levensbeschouwing. Intussen bleef hij links en rechts preken, tot in Samen-op-weg-gemeenten toe.

Dertig bejaarden

Hij had, zeker de laatste jaren, weinig fiducie in een spoedige renaissance van het kerkelijk leven. Over een eeuw - voorspelde hij in 1991 - zouden in de kerken nog slechts “zo'n dertig oude mensen (bijeenkomen), die mijlenver verwijderd zijn geraakt van het dan heersende levensgevoel”. Maar daarna kwam het weer goed. Dan zouden eindelijk de 'theologische en pastorale verstandskiezen doorbreken' en zou er een kleurrijke, op heel de mens en het volle leven afgestemde kerk verrijzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden