Opinie

Tegen pillenbedrog helpt alleen een kritische arts

Beeld anp

Wijs niet te snel met de beschuldigende vinger naar de farma-bedrijven. Huisartsen moeten informatie van de industrie kritischer beoordelen, vindt Kenneth Watson.

Huisarts Hans van der Linde paste zaterdag in zijn stuk over pillenbedrog (Letter & Geest) dezelfde marketingtechniek toe als de farmaceutische industrie, die hij zo heftig bekritiseert.

Wetenschappelijke feiten zo manipuleren, dat zij je betoog ondersteunen. Zijn bewering, dat een nieuw geneesmiddel pas na markttoelating 'voor de allereerste keer op harde criteria wordt getest', is niet alleen misleidend en onjuist maar miskent ook de zorgvuldigheid waarmee het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de European Medicines Agency (EMA) daarmee omgaan.

Direct van de markt
Tegenwoordig moet geen enkel nieuw product aan zoveel en zulke strenge eisen van effectiviteit en veiligheid voldoen als een nieuw geneesmiddel, voordat het verkocht mag worden. Deze eisen zijn zelfs verder aangescherpt na 'traumatische ervaringen' met medicijnen als Vioxx (rofecoxib) bij reuma en Avandia (rosiglitazone) bij diabetes. Het ontwikkelen van een nieuw geneesmiddel is daardoor kostbaar en houdt niet op bij vrijgave voor verkoop.

Wettelijk verplichte geneesmiddelenbewaking dwingt farmaceutische bedrijven ook daarna tot registratie, analyse en rapportage van alle gemelde bijwerkingen. Levensbedreigende bijwerkingen worden zelfs onmiddellijk beoordeeld in overleg met CBG/EMA. Een onveilig geneesmiddel kan direct van de markt gehaald worden.

Medicatieveiligheid
Als een nieuw medicijn wat betreft ziektegerelateerde symptoomverbetering statistisch en klinisch niet beter werkt dan een placebo (neppil) komt het nooit op de markt. Deze bewijsvoering vereist kostbaar en zorgvuldig geprotocolleerd onderzoek onder honderden tot duizenden patiënten. Vaak vergelijken overheden hun effectiviteit daarna nog met het 'beste' bestaande vergelijkbare geneesmiddel. De uitspraak, dat 'nieuwe middelen altijd onbewezen veilig en onbewezen effectief zijn', is dus een gotspe. Het tegendeel is waar. Dat hun veiligheid minder goed gedocumenteerd is dan die van 'oude' is begrijpelijk. Sommige bijwerkingen komen pas na gebruik bij miljoenen patiënten aan het licht.

In 2002 sprak Donald Rumsfeld, de Amerikaanse defensieminister ten tijde van de Irak-oorlog, over het verschil tussen 'zaken waarvan we weten dat we ze niet weten' en 'zaken waarvan we niet weten dat we ze niet weten'. Een onderscheid dat ook hier toepasselijk is. Bij registratie van een nieuw geneesmiddel kan een farmaceutisch bedrijf immers niet verweten worden, dat het niet weet wat het niet weet. Het blijft wel aanspreekbaar op deugdelijke informatieverschaffing over bijwerkingen, die daarna voor het eerst gemeld worden. Sinds 2005 houden CBG/EMA ook hier toezicht op door middel van verplichte risicomanagementplannen, die documenteren welke veiligheidsrisico's van een nieuw geneesmiddel in fase-4 onderzoek nader onderzocht worden. Medicatieveiligheid moet en zal beter.

Kritischer beoordelen
Het door van der Linde gesignaleerde probleem ligt volgens mij dus niet zozeer bij de farmaceutische industrie of het CBG/EMA-toezicht maar vooral bij de (huis)artsen zélf. Marketingmensen van farmaceutische bedrijven zijn inderdaad geneigd de positieve aspecten van hun geneesmiddel zwaarder te benadrukken dan negatieve. Dat is hun vak. Het is ook belangrijk om farmaceutische innovaties bij hun drukbezette doelgroep onder de aandacht te brengen. Zij zijn hierbij nochtans onderworpen aan de strenge Gedragscode Geneesmiddelenreclame en kunnen daarop juridisch worden aangesproken. Van der Linde laat dit onbesproken. Hij ziet eveneens gemakshalve over het hoofd dat de toehoorders hun nascholing erg makkelijk voor zoete koek slikken en blíjven slikken ondanks alle negatieve berichtgeving over dubieuze marketingpraktijken. Daar ligt het werkelijke probleem.

De afzet van elk geneesmiddel 'loopt via de voorschrijfpen van de dokter'. Huisartsen moeten geneesmiddeleninformatie van de farmaceutische industrie gewoon wetenschappelijk kritischer beoordelen. Dat zal deze situatie snel verbeteren. Zij zouden nieuwe geneesmiddelen ook bewust selectiever en terughoudender kunnen voorschrijven. Dat dit nog altijd niet gebeurt, zegt net zoveel over de kracht van 'farmamarketing' als over de marketinggevoeligheid van huisartsen. Waar twee kijven hebben twee schuld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden