Tegen het evangelie van de economie

De economie is een geloof dat ontkent een geloof te zijn, zegt de Tsjechische denker Tomas Sedlacek. 'Egoïsme en eigenbelang zijn sterke morele noties.'

Tomas Sedlacek houdt ontvangst in het chique Café Savoy in Praag, waar hij vanaf zijn vaste plek achterin wuift naar bekenden en zich op chaotische wijze door een reeks afspraken heen worstelt. De econoom, strateeg van de Tsjechische bank CSOB en docent aan de Karelsuniversiteit geniet iets van rockstar-status sinds zijn boek 'De economie van goed en kwaad' internationaal opzien baarde.

Zonder een vraag van de interviewer af te wachten begint Sedlacek over het bijbelboek Job, Star Wars en een seminar in Yale, intussen almaar scheldend op zijn telefoon, die hem geen moment met rust laat. Hij zal het gesprek ook nog twintig minuten onderbreken voor een korte bespreking buiten het restaurant, maar zolang hij praat doet hij dat met een zeldzame intensiteit.

"Ik zat dus in dat seminar in Yale, over de theologie van de vreugde en - ah fuck." Telefoon.

"Dat was de Tsjechische radio. Waar waren we gebleven? Dat seminar. Luister: er moet iets zijn misgegaan met de schepping, want hoewel Adam een relatie met God had, voelde hij zich eenzaam. En hij had een helper nodig. Blijkbaar voelde hij zich tekortschieten in zijn werk. En let op, dit gebeurde vóór de zondeval. Dus de barsten in de schepping waren er al - dat heeft enorme theologische implicaties."

Maar heeft het ook met economie te maken?

"Ja, want wat er uit blijkt is dit: zelfs al plaats ik een mens in een ideale setting, dan nog zal hij niet gelukkig zijn. Er huist in ons een existentieel gevoel van onvolkomenheid, en dat verklaart onze drang naar consumptie - dat is bedoeld om het gat te vullen. Dit gevoel van onvolkomenheid is onafhankelijk van het politieke en economische systeem waarin we leven. Wat ik naar voren breng is dus niet per se een kritiek op het kapitalisme, maar een kritiek op de menselijke natuur. De economie, die zichzelf vaak presenteert als een alternatief voor het spirituele, kan nooit onze verlossing zijn, zelfs al werkt alles perfect. Zoals in de film 'Fight Club' wordt gezegd: we werken de hele dag in banen die we haten om de spullen te kopen die we niet nodig hebben."

Leven we in een amoreel universum, zoals de Nederlandse auteur Joris Luyendijk zegt naar aanleiding van zijn verblijf in de Londense City?

"Ah, mijn vriend Joris! Maar hier ben ik het misschien toch niet met hem eens. Misschien is er geen sprake van het ontbreken van een moraal, maar hanteert men in de City een ándere moraal, namelijk de economische. Ik heb ook wel gedacht dat er een moreel vacuüm heerste in het economisch denken, dat het strikt mathematisch was, maar ik ben daarvan teruggekomen - ik was naïef. Economie heeft juist een zeer sterke morele lading. Ze gelooft in egoïsme, en dat is - hoezeer ik het er ook mee oneens ben - een ethische keuze.

"Als de bankiers denken dat hun handelen voorbijgaat aan de tegenstelling tussen goed en kwaad en zij economie zien als een soort natuurkunde, dan vergissen ze zich. Egoïsme, eigenbelang, het geloof in de heilzame werking van de onzichtbare hand van de markt en in het idee dat mensen cijfermatig gedefinieerd kunnen worden, dat de zin van het leven bestaat uit het bevredigen van behoeften en de zin van ondernemen uit winstmaximalisatie - het zijn ontegenzeggelijk morele noties. En die vormen samen een nieuwe religie."

Heeft die religie een expliciete geloofsbelijdenis of blijkt dit geloof impliciet uit het ons handelen?

"Het is impliciet. En dat doet denken aan de uitspraak van Kevin Spacey in 'The Usual Suspects': 'De grootste truc van de duivel is mensen te laten geloven dat hij niet bestaat.' Wat natuurlijk een citaat is van de schrijver C.S. Lewis. In de economie geldt iets soortgelijks: we hebben het over geloof dat ontkent een geloof te zijn."

En het manifesteert zich volgens u niet alleen in de financiële sector.

"Inderdaad. Neem de vluchtelingenkwestie. Zelfs die wordt benaderd langs de zogenaamde neutrale, objectieve methode van de economie. Niet filosofen of theologen wijzen de weg, maar economen. Zij vertegenwoordigen, onuitgesproken misschien, ons morele kompas. De hamvraag is dan: dragen de vluchtelingen bij aan onze welvaart of niet? Maar wat voor fucking vraag is dat? Droegen de joodse vluchtelingen in de nazi-tijd bij aan onze welvaart? De zigeuners? Hoe verwrongen moet je geest zijn om aan een econoom te vragen of je iemands leven moet redden?"

Maar moeten we daar de politiek niet voor verantwoordelijk stellen? Die staat toe dat het economische perspectief overheerst.

"Nee, nee. Politici maken die keuze alleen omdat de samenleving zich stilhoudt. Waar zijn de wetenschappers van andere disciplines? Midden-Oosten-studies, sociologie, interculturele communicatie? Politici verschuilen zich achter economen omdat andere stemmen zwijgen. En omdat iedereen, bewust of onbewust, gelooft in het economische evangelie."

Waarom eigenlijk?

"Wetenschap heeft de plaats van religie ingenomen en nu gaat het in golven: we hebben de tijd van de sociologie gehad, die van de psychologie, de filosofie, nu is de beurt aan de economie. En dan krijg je economische antwoorden op alle dilemma's van het leven. Alsof andere antwoorden niet even relevant of relevanter kunnen zijn. Stel: je bent met drie vrienden, en er staan maar twee bierglazen op tafel. Wat doe je? Dat hangt af van wie je het vraagt. Een dokter zal zeggen: geef het bier aan degene die het minste alcohol drinkt. Een psycholoog zegt: nee, de alcoholist heeft het het meeste nodig. Een ethicus: geef het aan de oudste persoon of aan de gast. De econoom: verdeel het in drieën. Er zijn dus nogal wat verschillende benaderingen mogelijk. Als het gaat om luxe goederen krijg je voorrang als je rijk bent, maar in de gezondheidszorg gelden andere criteria - of zouden die moeten gelden."

Het gaat om het vinden van de juiste criteria voor de verschillende categorieën.

"Ik verwoord het liever zo: je moet de juiste beoordelingsideologie kiezen en niet denken dat de ene discipline boven de ander staat. Ga bij de econoom langs, maar ook bij de filosoof, de theoloog, de socioloog, en luister naar hen allemaal voordat je een oordeel velt."

U zegt dat het economische denken alles overheerst, maar zelf vertegenwoordigt u als econoom een tegenstem, en u bent niet de enige. Er zijn overal auteurs, politici en bewegingen die hetzelfde zeggen.

"Maar de reactie die wij krijgen van collega-economen is die van de stilte. Zij menen dat deze kwesties buiten hun vakgebied vallen, dat het filosofie is in plaats van economie. Ze zijn blind voor de morele dimensie van hun werk."

Hoe is dat bij ondernemingen? De filosoof Johan Siebers, die zeven jaar bij Shell werkte, zei eerder in deze reeks: verwacht van bedrijven geen moraal, want dat staat het economisch systeem niet toe.

"Toch zijn ze moreel verantwoordelijk. Iedereen is moreel verantwoordelijk. Het ironische is dat specialisatie en arbeidsdeling - waar op zichzelf niets tegen is - leiden tot verantwoordelijkheidsdeling: als een collectief, zoals een groot bedrijf, zich ergens schuldig aan maakt in plaats van een individu, verdunt de schuld zodanig dat er niets van overblijft. Wat eigenlijk gek is. In het strafrecht is het omgekeerd: als wij tweeën iemand vermoorden, krijgen we beiden twintig jaar cel, niet elk tien."

Intussen zegt een bedrijf als Shell wel degelijk moreel te handelen. Fossiele brandstoffen dragen bij aan ons welzijn. Zonder elektriciteit geen ziekenhuizen.

"Maar dan nog kun je het op verschillende manieren aanpakken. Wie vlees eet, kan de slager niet veroordelen wegens het doden van een dier, maar toch willen we dat dat dier een goed leven heeft gehad. Ja, we hebben benzine nodig. Maar moet er werkelijk zoveel voor vernietigd worden? Hebben we er zoveel van nodig? Moet het zo goedkoop zijn?"

Is het de verantwoordelijkheid van een oliemaatschappij te zoeken naar alternatieven voor fossiele brandstoffen?

"Ja, en het is zelfs in hun eigen belang. Een intelligent wezen onderscheidt zich door - zoals wij in het Tsjechisch zeggen - niet te schijten in zijn eigen leefomgeving. Hier speelt weer het probleem van de specialisatie: de keten is zo lang, dat de vervuiler niet ziet dat het zijn eigen appartement is waar hij in poept. En dan heb je misschien de politicus nodig, die kijkt naar het algemene belang en zegt: je beschadigt het milieu, daar gaan we iets aan doen."

Tenzij de kiezers dat niet willen, omdat zij, zoals uw boek suggereert, gevangen zitten in een fuik van almaar meer consumeren. Vanwege dat gevoel van onvolkomenheid.

"Die barst in de schepping, ja. Maar we kunnen daar ook een positieve draai aan geven. Zoals Leonard Cohen doet: There is a crack in everything..."

...that's how the light gets in.

"Precies. Prachtige song. De barst geeft ruimte aan het licht, de crisis creëert ruimte voor nieuwe kennis, misschien zelfs inzicht. Tien jaar geleden zou ik zijn uitgelachen als ik zei dat de economie een religie is, nu wordt er naar me geluisterd."

Tomas Sedlacek is zaterdag 27 februari een van de gasten op het Brainwash-festival in Den Haag.

Wie Tomas Sedlacek?

Tomas Sedlacek (1977) groeide deels op in Finland en Denemarken, dankzij het werk van zijn vader. Hij studeerde aan de Praagse Karelsuniversiteit en werd op zijn 24ste economisch adviseur van toenmalig president Vaclav Havel. Sedlacek, die zich 'christen-anarchist' noemt, is strateeg bij de Tsjechische handelsbank CSOB, en universitair docent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden