Tegen elke partij is wel wat te zeggen

Nog nooit heb ik voor verkiezingen zozeer met mijn handen in het haar gezeten. Een zwevende kiezer ben ik nooit geweest. Als sociaaldemocraat gold ik binnen mijn intellectuele milieu lange tijd als tamelijk 'rechts'. Inmiddels ben ik door de tijdgeest ingehaald. Ongetwijfeld nog net iets rechtser dan toen, zie ik mij op de sociale media soms omschreven in termen waar oude bolsjewieken nog een puntje aan zouden kunnen zuigen.


In werkelijkheid ben ik steeds meer gaan twijfelen aan mijn lidmaatschap van de PvdA. Niet dat dat ooit veel heeft voorgesteld. Nimmer heb ik een vergadering bezocht, laat staan geflyerd of rozen aan voorbijgangers uitgedeeld. Mijn lidmaatschap wortelde in de euforie na de verkiezingszege van Joop den Uyl in de late jaren zeventig - die door Nieuw-Linksers in de partij vervolgens vakkundig werd verkwanseld.


Daarna is het nooit meer helemaal goed gekomen tussen de PvdA en mij. Was ze me eerst te links, in de jaren negentig werd ze me te rechts toen Wim Kok de ideologische veren afschudde. Mak schikte de partij zich in de liberale overwinning - volgens de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama had het vallen van de Berlijnse Muur het einde van de geschiedenis ingeluid. Ook voor de PvdA was de mens voortaan op de eerste plaats een individu en pas daarná een sociaal wezen - een idee dat haaks staat op wat zij altijd had beweerd en waar ik nog altijd in geloof.


Ongeveer tezelfdertijd werd de partij gekaapt door het feminisme. Vreemd is dat niet. Hoe 'links' die beweging zichzelf ook mag vinden, in werkelijkheid heeft ze het in haar oorsprong en geschiedenis eerder van rechts moeten hebben. Inmiddels is de PvdA een geöliede machine van feministisch wensdenken - soms op dubieuze gronden.


Er komt een moment waarop je zoiets welletjes vindt - maar wat dan? D66 heeft mijn diepe sympathie voor haar pro-Europese standpunt; maar als religie in het spel komt, slaan alle stoppen door en betreur ik het alsnog dat ik haar één keer mijn stem gaf. De ChristenUnie is vaak overtuigend, maar verpest dan alles weer met haar euroscepsis. Het CDA blijft ongrijpbaar, GroenLinks is zo'n beetje de PvdA in het kwadraat, de SP is dát plus anti-Europa, en in het mensbeeld van de VVD zal ik nooit geloven.


Zo is er altijd wat. Bijna zou je sympathie krijgen voor het supermarktmodel van GeenPeil dat van iedere beslissing van de Tweede Kamer een referendumvraag wil maken. Elke kiezer zijn eigen winkelmandje van politieke wensen: het lijkt het toppunt van democratie - zolang je gratis winkelen bij de grootgrutter wilt verkopen als de ultieme droom voor het gezinsbudget. Hoe aantrekkelijk ook, het pijnlijke besef dat alles een kwestie is van evenwicht en samenhang komt later pas - ten koste van veel chaos en ongerede.


Kennelijk ontkomen we niet aan partijen met min of meer dichtgetimmerde programma's, waarvan een deel ons wel en een deel ons helemaal niet aanstaat. En waarvan we al helemaal niet weten wat daarvan in de coalitieonderhandelingen overeind blijft of sneuvelt. Wie kiest op basis van specifieke verkiezingsbeloften of programmapunten mag bij voorbaat zijn eigen teleurstelling incalculeren.


Wat overblijft, is het vage soort intuïtie dat we 'vertrouwen' noemen. We kiezen op hoop van zegen: in de verwachting dat de uitverkorene min of meer zal handelen in de geest die wij met hem denken te delen. En misschien wel vooral dat hij er geen al te grote puinhoop van zal maken. De boel bij elkaar houden: dat is eigenlijk al heel wat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden