Tegen de magiërs riep ik: Bij Denier, bekrachtig dit wapen

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Sander Burger.

Wat hebt u meegemaakt?

„Een paar jaar lang, verschillende weekeinden per jaar, speelde ik een paladijn, een fanatieke kruisvaarder die zijn kerk dient. Met heel mijn hart stond ik dan achter mijn heilige doelen: het uitschakelen van de slechteriken. Ik ging in mijn rol van paladijn uit van het geloof dat er aan het begin van de tijd een metatekst was, waarin alles stond. Die tekst is verloren gegaan, maar in alle menselijke gedachten en teksten kunnen stukjes metatekst zitten, die de priesters via een mystiek procedé eruit kunnen filteren. Het was mijn heilige taak om de vrijheid van het schrift te verdedigen.

Elke ochtend, voordat we met zo’n tweehonderd mensen met de verschillende religieuze groepen aan het spel begonnen, leidde ik de mis voor mijn dertig geloofsgenoten. We zeiden de erecode op dat alle kennis moest worden teruggevonden en de onwetendheid bestreden. Dat deden we voor het altaar – een met symbolen geborduurde doek op een grote steen, met daarop een kandelaar met zes waxinelichtjes. Het altaar was voor onze god Denier, die heel bekend is uit andere spelen, al sinds de jaren zeventig. Ik kon Denier dan ook in mijn gebed iets vragen, iets onzelfzuchtigs, zoals steun voor broeders en zusters.”

Gaf dit een religieuze beleving?

„Het gaf een ongrijpbare sensatie. Als zo ’s ochtends, met zijn allen in de openlucht, de eed als strijdkreet klonk, gaf dat steeds een ongelofelijk krachtig gemeenschapsgevoel. Soms had ik ook wel de beleving dat er iets van Denier terugkwam als ik het hem vroeg. Als ik bijvoorbeeld bij een confrontatie met kwaadaardige magiërs uitriep: ’Bij Denier, bekrachtig dit wapen met uw heilige macht’, en dan het veld in stormde. Dan voelde ik me werkelijk gesteund. Alsof er een engel op mijn schouders zat.”

Werkte het gegeven dat het ’maar een spel’ is, niet relativerend?

„Het is en blijft een spel. Dat is iets wat geen van de spelers ooit vergeet. Maar dat betekent niet dat je er niet helemaal in meegenomen kan worden, en dat het beleefde ook na het spel nog in je systeem kan zitten. Zo was er eens een vrouw zwanger van een onwezen dat volgens bepaalde geloven niet geboren mocht worden. Daar heb ik me met man en macht tegen verzet. De strijd duurde het hele weekeinde. Het kind is gelukkig toch geboren en bleek geen afwijkingen te hebben. Nog tijdenlang heb ik die strijd met me meegedragen. Het appelleerde aan iets in mij.

Eigenlijk denk ik dat de paladijn die ik speelde een ouderwetse versie van mijzelf was. Over allerlei zaken dachten we hetzelfde en maakten we dezelfde keuzes. Tegenwoordig speel ik de paladijn echter niet meer. Hij is overleden tijdens een reddingsactie van een aantal jongelingen. Tegenwoordig speel ik een heel vrome kleermaker die bij de mis altijd vooraan zit.”

Dacht u nooit besmuikt: ’moet je mij nu zien’?

„Dat is een barrière waar je doorheen moet. Bij het eerste evenement, een ’drakenfeest met 5000 anderen, wist ik me met mezelf geen raad en dacht ik: zijn ze niet allemaal hartstikke gek hier? Ik was genezer en op een goed moment heb ik tegen mezelf gezegd, vooruit Sander, daar gaan we dan, en ben ik in het diepe gesprongen. Ik heb me aangemeld bij een partij en ben de hele verdere dag vol overgave op het slagveld bezig geweest om wonden te verbinden.”

Bent u ook religieus in het gewone leven?

„Ik ben er nog niet uit, maar ik geloof wel dat er iets moet zijn. De personages die ik speel zijn vele malen religieuzer dan ik bereid ben te zijn.

In het gewone leven is het moeilijk om zonder wortels in een religieuze gemeenschap hoge morele standaards te doen gelden, zoals ik dat in het spel wel kan. In het dagelijks leven is het eerder een kwestie van go with the flow. Soms mis ik het engagement.

Ook het hebben van een God die je kunt aanroepen, zoals in het spel, mis ik in het gewone leven weleens. Wat zou het fantastisch wezen als je met honderd procent zekerheid kunt weten dat God bestaat en wat Hij van ons wil. Dan zou ik heel anders zijn dan nu. Je moet nooit nooit zeggen, maar toch geloof ik niet dat zulke geloofszekerheid me ooit ten deel zal vallen. Zekerheid bestaat voor mij alleen maar in het spel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden