Tegen de machtige structuren

'Meedoen, meer werk, minder regels'. Hoe krakkemikkig geformuleerd ook, in het motto van de ongekende coalitie van CDA, D66 en VVD is ook het bindmiddel van liberalen en christen-democraten te vinden. Alle onmin uit het verleden ten spijt, hebben zij elkaar gevonden in het streven de burger meer zeggenschap te geven, ten koste van regelzucht en bureaucratie.

CDA'er Ernst Hirsch Ballin schetste in 1994, aan de vooravond van de formatie waarin D66-leider Hans van Mierlo als wegbereider van Paars optrad, spookbeelden van zo'n kabinet zonder christen-democraten. Van Mierlo ontplofte toen hij hoorde van de zwarte toekomst die de katholieke minister voorzag: ,,Ik kan hem de oren van het hoofd trekken!''

Het was lange tijd haat en nijd tussen CDA en D66, twee partijen waarachter niet alleen politiek, maar ook cultureel werelden van verschil schuilgaan. Een coalitie van beide partijen leek tot voor kort ondenkbaar-tot het moment dat Boris Dittrich zijn knopen telde en met zijn fractie besloot aan te schuiven bij Balkenende en Zalm.

De 'frisse en vitale omstoters, mobiliseerders en brekers', zoals de journalist K. L. Poll D66 ooit noemde, doorbreken nu voor de tweede keer in tien jaar tijd oude barrières. In Paars brachten ze de erfvijanden PvdA en VVD samen in één coalitie. Nu wagen zij, voor het eerst zonder grote linkse broer PvdA aan hun zijde, regeringssamenwerking met de christen-democraten aan te gaan. ,,Dit is onze tweede revolutie'', zei Boris Dittrich gisteren op het D66-partijcongres. Afgezien van het 'tussenkabinetje' Van Agt III, in de zomer van 1982, moeten we terug naar vooroorlogse jaren, toen de Vrijzinnig-democratische Bond (VDB) met Colijn regeerde, voor we een vergelijkbare coalitie aantreffen.

Is de christelijk-liberale coalitie bij voorbaat ten dode opgeschreven? Of hebben CDA, VVD en D66 alledrie iets te winnen bij hun samenwerking?

Van Mierlo wilde destijds Hirsch Ballin de oren van het hoofd trekken na diens uitspraak dat in de maatschappelijke sfeer die onder een paarse coalitie zou ontstaan, ouders zich voor de geboorte van hun geestelijk gehandicapte kind zouden moeten excuseren. Hoe misplaatst ook, achter die opmerking van de CDA-minister ging het wezenlijke politieke verschil tussen CDA en D66 schuil. Opvattingen over het zelfbeschikkingsrecht staan centraal in het politieke denken van D66. In het vertrouwen dat het individu zelf kan oordelen over goed en kwaad, bepleiten de democraten de grootst mogelijke terughoudendheid in het opleggen van beperkingen aan zijn handelingsvrijheid.

Die overtuiging kwam vooral tot uitdrukking in het streven naar een vrije euthanasie- en abortuspraktijk. Dat was voor Hirsch Ballin reden te waarschuwen voor het ontstaan van een praktijk waarin geestelijk gehandicapte kinderen in de regel worden geaborteerd. ,,Het is volbracht'', zei D66-minister Borst op een Goede Vrijdag over de legalisering van euthanasie onder Paars. Of ze het bewust deed of niet, het trof christelijke politici in het diepst van hun ziel dat Borst in haar triomf het kruiswoord van Jezus aanhaalde. De nadruk die D66 legt op het zelfbeschikkingsrecht tekent die partij als 'libertair', in de woorden van Ruud Lubbers. De toenmalig CDA-leider sloot D66 om die reden in 1989 uit als coalitiepartner, ook toen tot grote woede van Van Mierlo, die de 'hoogmoed' van het CDA laakte.

In de overtuiging dat het leven niet alleen van het individu zelf is, heeft het CDA minder moeite dan D66 met inperkingen van het zelfbeschikkingsrecht. De christen-democraten beschouwen mensen niet alleen als individuen maar ook als leden van een gemeenschap, waarin elke persoonlijke daad gevolgen voor anderen kan hebben. Wie beschikt over zichzelf, beschikt niet zelden over anderen. Die notie geeft de overheid volgens de christen-democraten het recht grenzen te stellen. ,,Het zelfbeschikkingsrecht is doorgeschoten. Wij willen dat de overheid morele grenzen trekt'', zei Jaap de Hoop Scheffer in zijn tijd als partijleider.

De oriëntatie van D66 op het individu heeft ook een culturele achtergrond. D66 dankt zijn ontstaan aan de culturele omwenteling van de jaren zestig. Na de wederopbouw, die discipline, offervaardigheid en gemeenschapszin vergde, verlangden mensen een grotere keuzevrijheid en maakten zij zich los van zuil en kerk. Van Mierlo gaf met zijn streven het bestel te laten 'ontploffen' een stem aan dat vrijheidsethos. De christelijke partijen KVP, ARP en CHU raakten in die jaren van ontzuiling en ontkerkelijking in een crisis. Pas met de vorming van het CDA wisten zij die te keren.

Hoewel in de grondtrekken van beide partijen de tegenstellingen van toen nog traceerbaar zijn, heeft het denken sedertdien uiteraard bij D66 noch CDA stilgestaan. Dankzij dat proces is er nu meer dat beide partijen bindt dan op het eerste gezicht lijkt. Dat verklaart wellicht waarom het CDA in de formatie zo snel met D66 en VVD overeenstemming bereikte, na het wekenlange vergeefse geploeter met de PvdA. Het kabinet-Balkenende-II zou geen lang leven zijn beschoren als D66 er louter en alleen zou zijn ingestapt omwille van enkele formele staatsrechtelijke hervormingen, of omdat de partij in de regering misschien zichtbaarder is dan in de oppositie. Een nadere blik op de politieke overeenkomsten tussen CDA, D66 en VVD toont dat hun coalitie een succes kan blijken.

Een terloopse opmerking van CDA'er Ab Klink, directeur van het wetenschappelijk bureau van de christen-democraten, gaf onlangs al aan dat er iets is veranderd. Hij zei dat het CDA zich met zijn 'concepten' tegenwoordig beter thuisvoelt bij de liberalen dan bij de PvdA, iets wat Balkenende naderhand heeft herhaald.

Dat was een opmerkelijke uitspraak. Hoeveel ergernis er ook altijd is tussen CDA en PvdA, tot voor kort veronderstelde men dat de oude volkspartijen in elk geval met hun maatschappijvisies dicht bij elkaar stonden.

Zowel De Hoop Scheffer als de PvdA'er Thijs Wöltgens, de ideologische waakhond bij de sociaal-democraten, droeg nog kort geleden aan die indruk bij. PvdA en D66 mochten in Paars dan samen in één regering zitten, dat nam volgens Wöltgens niet weg dat D66 samen met de VVD de 'vijand' van de sociaal-democratie was. In zijn ogen wensen beide liberale partijen een Europa waarin de verzorgingstaat om zeep is geholpen. In de strijd met de 'neoliberale' vijand zal de PvdA vaak samen kunnen optrekken met het CDA, schreef Wöltgens in het PvdA-blad Socialisme & Democratie.

De Hoop Scheffer schetste in een '1 mei-rede', één van zijn beeldbepalende toespraken, een tegenstelling in de politiek tussen een 'sociale stroming' met het CDA als centrum, en een 'economische stroming' rond de VVD. In de laatste zijn de wetten van de markt het overheersende principe, meende hij, in tegenstelling tot de stroming rond het CDA, waarin welzijn op gelijke hoogte staat met economische soliditeit. ,,Respect voor menselijk leven van vroeg tot laat is het vertrekpunt, samenleven doe je niet alleen is het motto'', zei hij.

Niettemin sprak De Hoop Scheffer in die rede in het Vakbondsmuseum ook een zin uit waarin het CDA nu de basis van het formatieakkoord met VVD en D66 heeft gevonden. ,,In Nederland is de verantwoordelijkheid gecollectiviseerd'', zei hij. Overheersend in het ideologische verhaal van het CDA op dit moment is de waarneming dat het systeem van de verzorgingstaat is vastgelopen doordat de burger geen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid worden gegund. De partijen in de nieuwe christelijk-liberale coalitie hebben elkaar kunnen vinden in hun analyse dat de zeggenschap van de burger moet worden vergroot, ten koste van regelzucht en bureaucratie. CDA, VVD en D66 hebben geprobeerd dat te formuleren in het wat krakkemikkige motto van hun regeerakkoord: 'Meedoen, meer werk, minder regels'.

Balkenende brak vorig jaar de staf over dat vastgelopen systeem van de verzorgingsstaat, in één van de redes die hij uitsprak om de ideologische plek van het CDA in deze tijd nader te duiden. Hij zei dat de verzorgingsstaat is verworden tot een bureaucratisch systeem met logge organisaties, waarop niemand meer vat lijkt te hebben. De burgers zeker niet. In naam mogen zij de zeggenschap hebben over de organisaties die zorg, onderwijs, maatschappelijke dienstverlening bieden, in feite hebben zij niks te vertellen.

Balkenende: ,,Zij hebben weinig meer te kiezen. De aangeboden zorg, onderwijs en dienstverlening wordt een soort eenheidsworst, waarvoor je ook nog eens op de wachtlijst moet staan.'' Hij schreef dat probleem ook toe aan de 'eenzijdige' visie die andere politieke partijen volgens hem op de burger hebben: ,,Zij beschouwen hem louter als consument, en de zorg of het onderwijs als product. Sociale samenhang vraagt om meer. Mensen kunnen en willen zelf ook meer verantwoordelijkheid dragen voor hun leven.''

Willen de scholen, de ziekenhuizen en andere maatschappelijke organisaties zich weer kunnen voegen naar de uiteenlopende levensstijlen en voorkeuren van de burgers, besloot Balkenende, dan moeten ze onder de vleugels van de overheid vandaan worden gehaald en teruggegeven aan die burgers. ,,Wat is hun zeggenschap nog, als de overheid ingrijpt in de bedrijfsvoering, de beslissingen over de investeringen neemt of het onderwijsprogramma tot in detail voorschrijft?''

Zijn kritiek richtte zich hiermee op wat het 'verstatelijkte middenveld' heet: organisaties die ooit zijn ontstaan dankzij het initiatief van burgers die zorg en onderwijs niet aan de staat wilden toevertrouwen, zijn met diezelfde staat verweven geraakt. Met de remedie voor dat probleem konden CDA, VVD en D66 het fundament voor hun coalitie leggen, hoezeer zij ook verschillen in hun waardering voor de rol van het middenveld.

,,Iedereen moet meedoen'', heet het in hun regeerakkoord. ,,Met werk, met vrijwilligersactiviteiten, in het verenigingsleven, op school en in de buurt. Meedoen betekent niet alles van een ander of van de overheid verwachten, maar zelf verantwoordelijkheid nemen. De overheid heeft te lang gedacht dat door steeds meer regels te maken, Nederland er beter voor komt te staan. Dat blijkt niet te werken. Mensen kunnen veel zelf als zij daarvoor de vrijheid krijgen. Als ondernemer, als werknemer, als docent, agent, verpleger of opvoeder. En als kiezer.''

Het viel toen niet zo op, maar de man die vanwege zijn liefde voor de 24-uurseconomie ooit door het CDA als de verpersoonlijking van Paars werd gezien, de D66'er Hans Wijers, had over dat verstatelijkte middenveld welbeschouwd dezelfde opvattingen. ,,Daarom ben ik D66'er'', zei hij ooit over zijn politieke motieven. ,,Om de machtige structuren die de mensen afremmen aan te pakken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden