Tegen de leugen van heilzaam verschrompelen

Nog zie je het in de kern van dorpen en steden: de markt met de kerk en het raadhuis. Godsdienst, overheid en economie als de drie-eenheid die welvaart, welzijn en geluk, recht en vrede, orde en moraal garandeert. In Oost-Europa nam de overheid de rol van markt en kerk(en) over, in het Westen kropen overheid en kerk in hun schulp terwijl de markt groeide. Het resultaat in beide gevallen: de mooie harmonie is (voorgoed?) verstoord.

Verval van normen en waarden, verbrokkeling van de sociale cohesie, verloedering, zinloosheid, materialisme: ook wie zich realiseert dat de samenleving nooit een ideaal huis is geweest, kan op zijn vingers natellen dat het huis met broos geworden fundamenten en verslapt gebinte minder waard is, nieuw pleisterwerk, meer open ramen, meer verlichting ten spijt.

De Amsterdamse burgemeester J. Cohen is bepaald niet de eerste of enige die daar eens de vinger oplegt. Of in één adem spreken van 'niet meer gedogen' en 'taak van kerken en religie' wel zo vruchtbaar is valt te betwisten, maar niet het onbestemde gevoel dat het huis van de samenleving kraakt in zijn voegen en dat je soms wel 'help!' zou willen roepen. En niemand komt, want niemand weet hoe of wat.

In het hartje van Leipzig staat het heilige des heilige van de J.S.-Bachdevotie: de Thomaskirche. Niet alleen kan men daar nog de stenen kussen waar de meester wellicht over gelopen heeft, zijn gedachtenis wordt er hoog in ere gehouden door zijn muziek die er klinkt onder meer dankzij het eigen Bachkoor.

Kan iemand een moreel hoogstaand leven leiden en aan God of godsdienst geen boodschap hebben? Kun je je tranen willen storten in de Opferschale van de Matthüus terwijl het verhaal van Jezus en zijn dood je worst is? De feiten, goede daden en gesnotter antwoorden bevestigend: ja dat kan, gek misschien, maar het kan want het bestaat.

Christian Wolff is dominee van de Thomaskirche. Hij leeft in een samenleving waar de overheid - eerst die van het Derde Rijk, aansluitend die van de DDR - indertijd kerk en markt aan zich heeft onderworpen. De markt heeft dat uiteindelijk niet gepikt, heeft hard teruggeslagen en heeft die overheid voorgoed uitgeschakeld. De kerk daarentegen is al gauw met de pootjes omhoog gaan liggen en begon haar positie als minderheid in de marge, ver weg van macht en markt, te idealiseren, opnieuw te ideologiseren: zo zalig klein was het toch ook ooit begonnen, in die dagen van Keizer Augustus en die van Pontius Pilatus.

Wolff noemt dat de leugen van het heilzaam wegschrompelen. Laatst werd een jongere uit Leipzig gevraagd of deze godsdienstig, ongodsdienstig of antigodsdienstig was. Het antwoord: ,,Weet ik veel, ik ben normaal''. Voor Wolff is dit typerend voor een generatie, het succes van de secularisatie. Godsdienst bestaat hooguit nog als abnormaliteit, spiritistische séance, iets van sekten en goeroes. De jeugd in de ex-DDR heeft al onkerkelijke grootouders. En als een jongere zich alsnog zelf in de kerk toch laat dopen vragen opa en oma zich verbijsterd af wat ze verkeerd hebben gedaan.

De dominee vindt dat zijn kerk haar plaats aan de Grote Markt terug moet zien te winnen. En Bach kan hem daarbij helpen. Alsof overigens het idee van Cantate-diensten al niet jarenoud is wijst hij op zijn Motettendiensten: de uitvoering van een deel van een Bach-cantate gaat dan vergezeld van een korte overweging en gebed. De diensten genieten een goede reputatie en gelovigen en zij die zich als 'religieus-onmuzikaal' beschouwen stromen binnen. Hoe spreek je die aan in je overweging? Met 'dames en heren'? Geachte toehoorders, gasten? Wolff kiest voor 'Dierbare motetten-gemeente'.

Zo wendt hij de kostbare schat van het cultuurgoed aan voor enige zending en verkondiging. Wolff voegt meteen toe: ,,Ieder zendingswerk moet ondubbelzinnig afwijzen dat de eigen confessie de absolute waarheid in pacht zou hebben. Maar ook niet de fout begaan het heil te zoeken in religieloosheid, in de Verlichte Geest, in een vernietigende secularisatie.'' 'Religieus-onmuzikaal' prima, maar sluit het 'religieus perspectief' niet uit, luidt zijn bede. De kerken moeten op hun beurt niet te preuts zijn om in woord en daad te laten zien waar ze voor staan, sinds 11 september meer dan ooit ook in vragen van religie en geweld.

Dat religieuze perspectief krijg je niet gemakkelijk zonder groeipakket. In de DDR moest elke jongere zich aan de Jugendweihe onderwerpen, een ritueel annex geloofsbelijdenis in de Boeren- en Arbeidersheilsstaat van de DDR. Na de Wende en de val van de DDR bleef de 'Jugendweihe' maar nu helemaal zonder inhoud.

Daartegenover wil Wolff de ouderwetse belijdeniscatechese, Konfirmandenunterricht, nieuw leven inblazen. Hij gelooft dat hij een goed aanbod heeft, een aanbod dat de verhouding Jugendweihe-Konfirmation (nu in Leipzig zeven tegen een) kan ombuigen. Vorig jaar had hij een vijftigtal Konfirmanten van wie twintig niet eens gedoopt waren.

Hij pakt het streng aan, met een schriftelijk contract. Hij zorgt voor een interessant program van intensieve kennismaking met het geloof, zij verplichten zich het hele programma mee te maken. Wolff gruwt van het huidige aanbod van de kerken - katholiek én evangelisch: een even vrijblijvende Jugendweihe met een vaag christelijk sausje, spottend confirmation light genoemd. We moeten juist de jongeren iets goeds aanbieden én iets van hen eisen, daar is belangstelling voor, is Wolffs ervaring nu.

Staat noch kerk bewijst de jongeren of de samenleving een dienst als met een al-gedogende, niets-eisende Jugendweihe de onverschilligheid en desinteresse bevestigd wordt, vindt Wolff. Hij is overtuigd dat zijn geloof juist nog steeds de kracht heeft weefsel tegen de sociale ontbinding te verschaffen en dat de samenleving mensen nodig heeft die in het christelijk geloof weten te wonen als in een solide huis.

En Bach kan helpen, met zijn onsterfelijke muziek en zelfs met zijn belegen jargon. Want Wolff gelooft dat moeizame woorden als Todessehnsucht, Sünde, Weltverachtung zijn af te stoffen en actueel te vertalen.

Zijn jonge 'Konfirmanten' belooft hij serieus te nemen. Willen ze geen Bach? Dan niet, maar wel andere stevige kost. De boodschap moet je niet verstoppen of toedekken, niet als twee druppels water laten lijken op algemene waarheden. Ooit moet aan de pleinen van de stad niemand meer twijfelen waar de kerk staat en vooral waarvoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden