Tegelaars zoeken fris imago

MAKKUM - Zoals Leerdam wordt geassocieerd met de glasindustrie en Delft met de fabricage van blauw porselein, zo roept het Friese dorp Makkum gedachten aan aardewerk op. Ooit beheerste de aardewerkfabriek Tichelaar, inmiddels omgedoopt tot 'Koninklijke Tichelaar Makkum' het economische leven in de schilderachtige plaats, maar sinds de Duitsers er het surfstrand hebben ontdekt en de Amerikaanse multimiljonair Donald Trump er een peperduur zeiljacht bestelde, is er niet meer sprake van een mono-cultuur.

CEES STRAUS

Zelf doet 'Makkum' er veel aan om die mono-cultuur enigszins te relativeren: er wordt tegenwoordig binnen het bedrijf niet alleen maar naar eeuwenoude voorbeelden van aardewerken borden gewerkt, sinds enige tijd zijn ook kunstenaars in de fabriek welkom om het bedrijf een minder oubollig aanzien te geven.

Dat dat noodzakelijk is, bleek in de afgelopen jaren. Tichelaar is een oud, geheel ambachtelijk ingesteld bedrijf, waarvoor de gelijknamige familie nog altijd leden voor de directie aflevert. Het bedrijf wordt eens per dertig jaar een flink stuk ouder: werd in de jaren '60 nog de 300ste verjaardag gevierd, vorig jaar bleek Tichelaar opeens 400 jaar te bestaan. Als het historisch onderzoek naar de roots van de familie Tichelaar (de naam verwijst naar het beroep van de tegelaar die rond 1594 in een eenvoudig oventje met Friese klei stookte), wordt voortgezet, zal het bedrijf in 2005 niet vier, maar vijf eeuwen bestaan...

Hoe ouder, hoe traditioneler, klinkt het in de Friese fabriek. En traditie betekent automatisch ouderwets, ook al levert Tichelaar een uitstekend produkt. Hoe goed de met oud-Hollandse voorstellingen versierde schalen ook zijn, het publiek apprecieert dit soort vormgeving niet meer. De melkwitte koetjes, de tegeltableaus met fiere fregatten en de kaststellen met exotische bloemen er op, ze passen niet meer in de hedendaagse woning. Tichelaar merkte het al in de jaren '80 toen de vormgeving niet langer meer verkocht en het bedrijf moest afslanken om zijn produktie kwijt te kunnen. Met minder mensen lukte het om het bomvolle magazijn leeg te krijgen, maar duidelijk is wel dat Tichelaar van koers moet veranderen: kwaliteit verkoopt niet meer als het aan een te oude generatie van kopers is verbonden.

Confronteren

De herdenking van het 400-jarig bestaan kwam vorig jaar als geroepen om ter gelegenheid van zoveel festiviteiten iets geheel nieuws te doen. “Waarom zouden we ons zelf niet eens confronteren met afwijkende ideeën. Dat kan alleen maar verfrissend werken in een bedrijf waar mensen te lang vast zitten aan het traditionele ambacht”, zegt Jan Lieverdink, hoofd van het laboratorium van Tichelaar en een van de mensen in het bedrijf die op verandering is ingesteld. “Natuurlijk willen we niet met het badwater ook het kind wegdoen. Tichelaar maakt ook minder traditioneel werk, met name in de grofkeramische sector. We maken voor de woningbouw rietvorsten en apekonten (onderdeel van het rieten dak bij traditionele huizen, red.) en we glazuren voor derden per jaar ettelijke honderdduizenden dakpannen. In opdracht doen we alles wat men vraagt in de sfeer van relatievoorwerpen. Iemand die zijn klassieke auto op een wandbord geschilderd wil hebben, is even welkom als Philips, voor wiens jubilarissen we tegenwoordig een modern herdenkingsbord maken. We hebben een restauratieafdeling die tot ver in Duitsland bezig is en verder hebben we een designafdeling.”

Van die laatste afdeling moet het 'nieuwe' gezicht van Tichelaar komen. Daar zijn ontwerpers als Jan van der Vaart, Marcel Wanders en Dirk Romijn werkzaam, die vazen bedachten met afwijkende vormen en eigentijdse decors. Romijn maakte een zeer spraakmakende bloemenvaas, waarin de tulpen als bij een oester liggend worden ingestoken. Onder invloed van het licht kruipen ze omhoog, maar de vorm van de vaas blijft voor altijd een gesloten schelp. Het is de meest extreme vaas die bij Tichelaar wordt gemaakt, extreem omdat ze zo ver afstaat van alles wat hier eeuwenlang is gemaakt.

Eind vorig jaar heeft de design-afdeling met de komst van een groep kunstenaars een nieuwe impuls gekregen. “Kunstenaars hebben vaak goede ideeën, waarvan we in dit bedrijf veel kunnen leren. Op hun beurt zullen ze het interessant vinden om hier met de bestaande outillage en de mensen, de technici en de schilders, te komen werken.” Er bleek na een open inschrijving opmerkelijk veel interesse te zijn; niet minder dan 55 kunstenaars wilden wel in Makkum komen werken. De volgende stap was het samenstellen van een pool van 27 kunstenaars, waarvoor de hulp van een onafhankelijke selectiecommissie werd ingeroepen. Keramiste Barbara Nanning, vormgever Bob Verheyden en schilder Jan van den Dobbelsteen mochten op het inmiddels bedachte thema 'verhalen vertellen' een ontwerp in klei maken. Zij konden zelf hun opvolger aanwijzen, waarbij in aanmerking werd genomen dat deze nieuwe kunstenaars zouden worden beïnvloed door het reeds gemaakte werk.

Friese klei

Voor Barbara Nanning, die zich voor haar beeld met de titel 'Sporen in de aarde' door een recente reis door het woestijnlandschap van Marokko liet inspireren, verliep de beginfase niet zonder problemen. “Bij Tichelaar wordt een ijzerhoudende klei gebruikt, die hier dertig kilometer vandaan direct uit de Friese grond komt. Dat is prima klei voor dakpannen, maar voor mij was ze totaal ongeschikt. Al mijn experimenten gingen na verloop van tijd scheuren, braken bij mijn handen af.” Tichelaar doorbrak vervolgens voor het eerst een traditie: het importeerde op Nannings verzoek een speciale chamotteklei uit Duitsland, waarmee ze nu wel succes heeft. Nanning: “Mijn eerste evraringen zijn erg positief. Ik heb me verbaasd dat alles hier met de hand gaat. De produktielijnen zijn erg kort, dat is een uitvloeisel van het traditioneel werk. De sfeer is gemoedelijk, al moet er natuurlijk wel produktie worden gehaald. Anderzijds, je stapt in een bestaand werkproces, dat betekent dat je je ook moet aanpassen. Het materiaal legt zo zijn beperkingen op. Ik heb hier vooral geleerd om op grote schaal te werken. Mijn eerste werk was veel te zwaar. Op een gegeven moment ben ik gaan couperen en snijden om het hanteerbaarder te maken. Ik dacht dat het een makkie was om heel grote vormen zo maar in de oven te zetten. Dat viel dus flink tegen.”

Kaststel

Barbara Nanning heeft inmiddels haar keus uit de pool gemaakt; ze geeft nu aan sieraadontwerpster Lam de Wolf raad hoe en wat ze bij Tichelaar kan maken. Haar collega Bob Verheyden koos het duo 'cn JKN' waarachter de kunstenaars Jan Broekstra en Sander Leuske schuilgaan, Jan van den Dobbelsteen koos nadat hij onder meer een bestaand kaststel in vrolijke kleuren had gepointilleerd de jonge keramiste Lot Moorrees, die ongetwijfeld varkentjes of ander kleinvee in majolica wil uitvoeren.

Tichelaar hoopt dat er bij het werk van de deelnemers iets bij zit dat in produktie kan worden genomen. “Dat zou voor ons mooi meegenomen zijn,” zegt Lieverdink, “maar noodzakelijk is het niet. Het werk blijft eigendom van de maker, wel willen we het nog eens exposeren.” Dat laatste is toe te juichen, al was het maar om te laten zien dat de Friese tegelaars ook met kunst overweg kunnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden