Opinie

Teeven ondermijnde met zijn deal de democratie

Fred Teeven in de Tweede Kamer. Beeld anp

De parlementariërs Teeven en Swagerman hielden zich als aanklagers niet aan een instructie van hun minister, constateert Wim Deetman. Zij zijn daardoor nu aangeschoten wild.

Binnen onze democratische rechtsstaat kan onze parlementaire democratie slechts goed functioneren als alle betrokkenen zich houden aan een aantal - soms ongeschreven - regels. Eén van deze regels gaat in de kern om vertrouwen. Zoals een rechter blind moet kunnen varen op het woord van een opsporingsambtenaar of een officier van justitie, moet een politieke bestuurder, zoals een minister, blindelings kunnen vertrouwen op het ambtelijk apparaat.

Dit vertrouwen behelst onder meer dat ambtenaren de minister gevraagd en ongevraagd adequate en feitelijk juiste informatie geven en dat zij dit op tijd doen. Alleen zo kan een minister politieke verantwoordelijkheid dragen, de verantwoordelijkheid nemen voor wat in zijn of haar naam gebeurt of is gebeurd, en zich politiek verantwoorden in het parlement.

Evenzeer moet een politiek bestuurder, zoals een minister, er blindelings op kunnen vertrouwen dat de besluiten die hij neemt en het beleid dat hij voert loyaal naar letter en geest worden uitgevoerd. Alleen dan kan een minister inhoudelijk voor zijn of haar beleid verantwoording afleggen in het parlement.

Permanent gokbedrijf
Als hiermee de hand wordt gelicht, wordt het politieke lot van een minister een kwestie van een permanent gokbedrijf. Als je hiervoor je schouders ophaalt, verleen je het parlement feitelijk de status van quantité négligeable. En als je het parlement een onbeduidende rol toekent, leg je de bijl aan de wortel van onze democratie. Want wat is je stem dan nog waard?

Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat het parlement niet kan aanvaarden dat een bewindspersoon onjuiste informatie verstrekt. De sanctie is: aftreden. Duidelijk is tegen deze achtergrond ook dat een minister ambtelijk falen zoals geschetst niet kan tolereren.

De commissie-Oosting constateert in haar recente rapport dat de officieren van justitie Teeven en Swagerman, in weerwil van de nadrukkelijke aanwijzing van de toenmalige minister, een package deal sloten met de drugscrimineel in kwestie. De deal van Teeven en Swagerman legt een impliciete koppeling tussen ontneming van criminele winst en strafvermindering.

IRT-affaire
Het omzeilen van de aanwijzing van de minister is ernstig. Immers, in het optreden van de officieren kwam in elk geval niet tot uitdrukking hoe in de democratische rechtsstaat de (politieke) verantwoordelijkheden zijn geregeld. Daarbij komt dat juist in de tien daaraan voorafgaande jaren, in de zogeheten IRT-affaire, er volop aandacht was voor de blinde vlek bij Openbaar Ministerie en politie voor de democratische rechtsstaat.

Nu het rapport van de commissie-Oosting op tafel ligt, zou je kunnen volstaan met de constatering: de betrokkenen vervullen hun functie niet meer en nu zullen maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen. Maar er is een detail in het geding dat zich minder eenvoudig weg laat redeneren: zowel Teeven als Swagerman zijn inmiddels lid van het parlement, respectievelijk van de Tweede en Eerste Kamer.

Voormalig Tweede Kamervoorzitter Anne Vondeling gaf in 1976 een van zijn boeken de titel mee: 'Tweede Kamer: Lam of leeuw?' Met betrekking tot beide heren laat het antwoord op deze vraag - lam of leeuw? - zich raden, vrees ik. Zou een minister-president werkelijk geholpen zijn met parlementariërs die genadebrood moeten eten? Om nog maar te zwijgen over de kiezer.

Willem Deetman (CDA): oud-minister en ex-voorzitter van de Tweede Kamer

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden