'Technologie in voedsel is niet eng'

De Nederlandse economie zit in het slop, maar niet overal. Een tweeluik over innovatie in techniek en voeding, sectoren die floreren. Deel 1: soja, zaad en zuivel. Nederland is na de Verenigde Staten de grootste exporteur in de voedingssector. 'Over tien jaar verdienen wij meer met het leveren van ingrediënten uit melk voor voeding en geneesmiddelen dan met zuivel als eindproduct.'

Chinezen en Japanners komen graag kijken in Wageningen, zegt Roger van Hoesel. Maar in Nederland voelt de directeur van Food Valley zich wel eens een roepende in de woestijn. "Ja, er is volop belangstelling voor eten, maar vooral voor natuur en een kip die een goed leven moet hebben gehad." Als er technologie aan het produceren van voedsel te pas komt, wordt het een beetje eng gevonden, terwijl natuur, het leven van de kip en de techniek heel goed bij elkaar passen, meent Van Hoesel.

Food Valley verenigt 120 bedrijven in de voedingssector in Nederland, maar vooral in de regio rond Wageningen. "Hier komen heel veel werelden bij elkaar", zegt Van Hoesel. "Alles wat een veevoerbedrijf gebruikt om brokken voor het vee te maken komt uiteindelijk via de melk en het vlees in onze magen terecht. Met techniek komen wij veel meer te weten over de beheersing van de voedselketen en van de invloed op de gezondheid van mensen. Met die kennis kunnen wij wereldwijd ons voordeel doen."

"Het is een bonte stoet van activiteiten", vertelt Van Hoesel. Het varieert van onder meer zuivelcoöperatie Friesland Campina, Scelta (champignonteelt), BLGG AgroXpertus (bodemonderzoek) en Ojah (vleesvervangers) tot ketchupfabrikant Heinz. De organisatie van Van Hoesel probeert bedrijven te helpen hun goederen en diensten over de grens te slijten, nieuwe buitenlandse bedrijven aan te trekken en samenwerking tussen ondernemers te bevorderen.

Een groot zuivelconcern zoals Friesland Campina is een bekende naam, dat geldt ook voor de ketchup van Heinz. Maar er zijn ook kleine innovatieve ondernemingen: een bedrijf studeert op een stofje (carotenoiden) dat via het voer en de kip in eieren moet komen en dat bij de mens die het ei eet een remmende werking op verschillende ouderdomskwalen heeft. 'Een soort Willy Wortel' is bezig het koken te veranderen. Van Hoesel: "Door te koken met kleine stroomstootjes is stoofvlees in twee minuten gaar en vis in 30 seconden. Hij is er nog niet. Hij heeft nog niet alle antwoorden over smaak en gezondheid. Maar het is innovatie op en top."

Soms zijn bedrijven die al in Nederland zitten behulpzaam bij het aantrekken van nieuwe bedrijven. Het Japanse Kikkoman, wereldmarktleider op het terrein van sojasaus, heeft een laboratorium in Wageningen. Daar wordt onder meer onderzocht hoe soja kan dienen als vervanger van zout in levensmiddelen. "Als Japanners hier komen, gaat dat vaak via de familie Mogi, eigenaar van Kikkoman."

Een ander innovatief bedrijf in de regio is Keygene. Vijfentwintig jaar geleden werd het biotechnologiebedrijf opgericht door drie onderzoekers. Omdat Nederlandse bedrijven op het terrein van plantenveredeling te klein zijn om de concurrentieslag met grote concerns als Sandoz en Monsanto te winnen, bundelen zij onderzoek en ontwikkeling; de Nederlandse zaadbedrijven Rijk Zwaan (De Lier) en Enza Zaden (Enkhuizen) zijn aandeelhouders van Keygene. Aanvankelijk deden ook de Nederlandse bedrijven Royal Sluis en De Ruiter mee maar die zijn opgeslokt door Monsanto. Andere bedrijven wilden graag samenwerken en namen een belang in Keygene: het Franse bedrijf Vilmorin en de Japanse onderneming Takii.

In de loop der jaren is Keygene gegroeid naar 130 werknemers met behalve in Wageningen vestigingen in de Verenigde Staten en China. Op het terrein van groente en fruit onderzoekt Keygene exclusief voor de aandeelhouders, voor andere landbouwproducten, zoals tarwe, maïs en katoen, werkt het bedrijf ook voor andere opdrachtgevers. "De techniek voor groente kun je ook inzetten voor bijvoorbeeld rijst", zegt directeur Arjen van Tunen.

"Door de manier waarop wij werken kunnen bedrijven zoals Rijk Zwaan en Enza meedoen in de concurrentiestrijd. Sterker: zij behoren in de wereld op veel deelmarkten voor groente- en fruitzaad tot de top drie. Zij hebben een flink deel van de markt voor groentezaad."

Keygene ontleedt het DNA van gewassen en verbetert de plant door zo te kruisen dat een gewenste eigenschap naar voren komt. Van Tunen: "Wat wil een tuinder? Die wil zaad met de beste eigenschappen. Trostomaten kan je alleen verkopen in een pakketje als de tomaten allemaal tegelijk rijp zijn. Het is handig dat een krop sla zo groeit dat de blaadjes met één snee allemaal loslaten. Een fabrikant kan de blaadjes makkelijker snijden en in een zakje doen, en belangrijk is vooral dat er door minder snijvlakken minder bederf is."

De onderzoekers van Keygene verbeteren het zaad door gebruik te maken van de natuurlijke eigenschappen van een plant. "Nog maar tien procent van de eigenschappen die in de totale natuurlijke variatie binnen een soort aanwezig zijn, wordt benut", zegt Van Tunen. "De mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput. Wij kunnen gewassen nog beter bestand maken tegen bijvoorbeeld ziekten en droogte en zo de opbrengst verbeteren."

Van Tunen denkt dat zijn aandeelhouders en andere klanten op die manier beter kunnen exporteren. "Iedere keer als wij iets nieuws vinden vragen wij patent aan: tien tot vijftien keer per jaar. Wij doen ook zaken in India. Daar groeit de bevolking, meer mensen wonen in steden en er is behoefte aan meer voedsel. Er is dus beter zaad nodig om een hogere opbrengst te krijgen. In China werken wij aan verbetering van het zaad voor tarwe en Chinese kool. Er zijn vele manieren om de voedselvoorziening in die landen te verbeteren. Je moet ervoor zorgen dat de logistiek verbetert, zodat bijvoorbeeld tomaten onderweg naar de consument niet bederven, maar plantenveredeling helpt ook, omdat tomaten dan langer houdbaar zijn."

Hoe lang houdt Nederland de concurrentie met China nog vol? Heel lang, zegt Van Tunen. Keygene werkt daar samen met een Chinees bedrijf en leidt ook Chinese wetenschappers op. Dat doet het bedrijf alleen als daar een jarenlange samenwerking tegenover staat en niet alle informatie zomaar wordt gedeeld. Van Tunen is op zijn hoede: "Je moet het hard spelen". Ook Van Hoesel van Food Valley ziet de Chinezen niet langszij komen. "Voedselveiligheid is voor China heel belangrijk. Op dat terrein hebben wij een voorsprong en kunnen wij kennis exporteren. Verder is het voor China een hele toer om de eigen bevolking goed te voeden en dus gaan zij voorlopig onze producten en kennis importeren."

De Wageningse universiteit is in het cluster van voedingsactiviteiten belangrijk, zowel de onderwijstak als de onderzoeksinstellingen, aldus Food Valley-directeur Van Hoesel. "Wij zien ook steeds vaker dat bedrijven en de universiteit samenwerken bij het gebruik van apparatuur." Keygene-directeur Van Tunen wijst in het laboratorium naar een machine die DNA-gegevens van planten ordent. "Dit apparaat kost een miljoen euro en wij delen de investering met de universiteit. Onderzoekers van de universiteit komen hier werken en in hun lab staat een andere machine waarvan wij gebruik maken. Zo verlaag je samen de kosten."

Een ander voordeel van het werken in een cluster van voedingsbedrijven ligt op het terrein van personeel, zegt Van Tunen. "Vrijwel al onze medewerkers hebben een hbo- of universitaire opleiding. Hier werken analisten, maar ook klassieke plantenveredelaars, mensen met groene vingers. Het is schone werkgelegenheid. Soms zijn mensen bij het ene bedrijf uitgekeken en stappen over naar een andere onderneming in de buurt." Verder is het belangrijk dat buitenlands personeel in een internationale omgeving kan wonen, meent Van Tunen. "Twintig procent van onze mensen komt uit het buitenland. Andere bedrijven en de universiteit trekken ook mensen aan van over de grens."

Van Hoesel ziet de komende jaren een belangrijke verandering: "De nadruk ligt nog sterker op duurzaamheid en gezondheid. Ik denk dat reststromen, zoals groenteafval en mest, beter gebruikt gaan worden. Gezond eten gaat nog een grotere rol spelen: minder suiker, zout en vet in het eten. De voedingssector en de zorg kruipen dichter naar elkaar toe. Het ziekenhuis in Ede richt zich al op gezond eten naast het beter maken van zieke mensen. Danone, fabrikant van toetjes, besloot het nieuwe onderzoekscentrum in Utrecht te vestigen, in de buurt van het een universitair ziekenhuis."

Nederland wordt minder een producent van kaas, melk en varkensvlees en meer een leverancier van specifieke kennis en vaardigheden op het terrein van voedsel. Daarmee kan Nederland zich onderscheiden, denkt Van Hoesel. "Ik verwacht dat wij over tien jaar meer verdienen met het leveren van ingrediënten uit zuivel dan met zuivel als eindproduct. Zuivel is plaatsgebonden, het gebeurt waar de koeien zijn. Maar het leveren van ingrediënten kan wereldwijd.

"Melk wordt steeds meer 'gekraakt', net als olie. Door melk te kraken haal je er allerlei ingrediënten uit die in andere producten worden gebruikt. Misschien komt er daarbij wel een stof tevoorschijn die hartfalen vermindert. Ander voorbeeld: cranberries bevatten heel veel gezonde stoffen. Die kan je uit de bes halen en in een ander product stoppen. Een van onze leden is daarmee bezig. Wij zijn altijd sterk geweest in de export. Dat blijven wij door steeds een stap verder te zijn dan de rest."

Voedingsindustrie
De agrarische sector en de voedingsindustrie leveren jaarlijks voor 48 miljard euro aan toegevoegde waarde (opbrengsten minus kosten). Boeren en tuinders met koeien, groente of aardappelen leveren daarvan 11 procent. De verwerkende industrie heeft een aandeel van 19 procent. De handel (winkels) en het vervoer zorgen voor 40 procent. En de toeleveranciers met hun kennis en machines zijn goed voor 27 procent.

Nederland is na de Verenigde Staten de grootste exporteur in de voedingssector ter wereld. Daarom heeft van de veertig grootste concerns in de wereld een kwart een vestiging in Nederland. Grote en kleine bedrijven verwerken onder meer vlees, melk, olie, vet, suiker, cacao en graan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden