Techniek redt de moraal

Ethici moeten nieuwe technieken doordenken, vindt Denker des Vaderlands Hans Achterhuis. Die technologieën maken ethici juist overbodig, meent Marli Huijer.

Twintig jaar verder en nog niets opgeschoten. De relatie tussen techniek en ethiek is vastgelopen. Ja, we moraliseren graag over duurzaamheid of veiligheid, maar we kijken nog steeds nauwelijks naar wat de techniek daaraan zou kunnen bijdragen. En ja, er is in het denken daarover vooruitgang geboekt.

Hoe komt het dan toch dat filosofen en ethici er niet in zijn geslaagd hun verworven inzichten bij politici, beleidsmakers en een breed publiek ingang te doen vinden? Dat is de grote vraag, die ik aan Marli Huijer, maar ook aan mijzelf, voorleg.

Eerst de huidige praktijk. Het is een bizar onderwerp, dat twintig jaar geleden op precies dezelfde manier speelde als begin dit jaar het geval was. In januari kreeg Bert Wassink, milieuwethouder van Groen Links, in de media de hoon van weldenkend Nederland over zich heen, toen hij dé methode om water te besparen introduceerde: plassen terwijl je onder de douche staat. Hij opperde dat in navolging van een Braziliaanse milieugroep, die tot doucheplassen had opgeroepen om het regenwoud te redden.

Wassinks voorstel ging onze prinses Laurentien (president van Flora en Fauna International, die opkomt voor biodiversiteit in de derde wereld) iets te ver. We moesten volgens haar, zei ze bij Vroege Vogels, gewoon drie minuten korter douchen om water te besparen.

Twintig jaar geleden gebruikte ik precies dezelfde discussie over ons watergebruik - met helaas dezelfde cijfers over douchen, toiletbezoek en wassen als tegenwoordig - als uitgangspunt voor een doordenking van de relatie tussen ethiek en techniek.

Ik wees erop dat het opgeheven vingertje weinig oplevert en soms door hypocrisie, zoals bij onze prinses, zelfs averechts werkt. Morele oproepen bezorgen vooral jezelf een schoon geweten, dat kennelijk belangrijker is dan een schoon milieu.

Wie echt het watergebruik wil verminderen, zal moeten nadenken, zo betoogde ik, over technische middelen, zoals een zuinige douchekop en gescheiden watercircuits op het toilet. Maar de milieubeweging geeft, moralistisch als ze vaak is, de voorkeur aan oproepen tot mentaliteits- en gedragsverandering. Waar vervolgens niemand, behalve de reeds bekeerden, zich iets van aantrekt.

In dezelfde week waarin het doucheplassen door Wassink werd gepropageerd, publiceerde NRC een bericht over het tweede thema dat ik in mijn doordenking van lang geleden aan de orde stelde, de verkeersveiligheid. In Zuid- Afrika vallen elk jaar 14.000 doden in het verkeer. De belangrijkste maatregel die men ertegen nam was het plaatsen van billboards met de oproep om veilig te rijden. Dat hielp niet. Toch vond de minister van Verkeer dat het beleid niet mislukt was. "Het zijn de weggebruikers die falen. Tachtig procent gedraagt zich niet."

Op dit gebied zijn we in ons land gelukkig verder; in 1965 hadden we bijna zeven keer zoveel verkeersdoden als nu.

We onderkennen dat de manier waarop wegen worden ontworpen, snelheden worden beperkt en gecontroleerd (vooral in de bebouwde kom), veiligheidsgordels verplicht zijn gesteld en auto's worden gekeurd, belangrijker is voor de verkeersveiligheid dan de BOB-oproepen langs de snelweg.

Op grond hiervan poneerde ik dat we onze moraal kennelijk uitbesteed hadden aan de ontworpen omgeving. Ik bepleitte een verdere moralisering van apparaten om duurzaamheids- en veiligheidsdoelen te realiseren in plaats van een morele opvoeding van weg- en watergebruikers.De term die ik gebruikte, zo leerde ik langzaam van de felle discussies die hij opriep, was ongelukkig gekozen. 'Moralisering van apparaten' wekte veel te sterk de indruk dat wij als moderne mensen onze moraal aan de techniek aan het verliezen waren.

Die suggestie was allerminst mijn bedoeling. Tegen mijn zin was ik meegelift op een algemeen onbehagen over de snelle technologische ontwikkelingen.

Deze angst voor techniek is het meest welsprekend verwoord in 'Brave New World', de dystopie van Aldous Huxley uit 1932. In diens Heerlijke Nieuwe Wereld zijn mensen een soort automaten die dankzij de techniek een gelukkig leven leiden. Ze hoeven geen moeilijke morele keuzes meer te maken; dat doet de technologie voor hen. Huxley's toekomstroman heeft ons met een blijvend schrikbeeld opgezadeld: hoe meer technologie, hoe sterker onze vrije morele keuzes bedreigd worden.

Ik wist twintig jaar geleden als techniekfilosoof dat dit schrikbeeld niet klopte. De verhouding tussen ethiek en techniek ligt namelijk precies omgekeerd. De techniek heeft de ethiek gered en bevorderd. Zonder de vloed van technische ontwikkelingen en daarmee verbonden ethische vraagstukken, zou de ethiek het onbelangrijke en niet bijster interessante vakgebied zijn gebleven dat het vijftig jaar geleden was, in de tijd dat ik studeerde. Neem de medische ethiek. Alles wat artsen op dat gebied dienden te weten, stond in het door de Koninklijke Maatschappij voor Geneeskunst uitgegeven befaamde 'Blauwe Boekje'. Daarna heeft zich, parallel aan de medisch-technische ontwikkelingen, de medische ethiek zich stormachtig ontwikkeld. De dunne brochure is uitgedijd tot een bibliotheek, er komen steeds meer medisch-ethische dilemma's op onze weg in plaats van minder. Datzelfde gebeurt ook in het nieuwe vakgebied van de milieuethiek.

Onze moraal is, kortom, nooit bedreigd geweest door de techniek, maar juist belangrijker geworden. Hier ligt de grote uitdaging voor ethici. Hoe kunnen we op zo'n manier over ethiek denken dat recht wordt gedaan aan de technologische ontwikkelingen, die ons blijven overspoelen en uitdagen?

Met mijn slogan over de moralisering van apparaten ging ik onvoldoende op deze uitdaging in. Nogmaals: het was juist niet mijn bedoeling, maar het léék of de moraal aan het verdwijnen was. Hier ligt ook mijn grote vraag en klein verwijt aan Marli Huijer. Zij is de redacteur van een interessante bundel over moraal en technologie met de erg misleidende titel 'Moralicide'. In navolging van Luuk van Middelaars 'Politicide' (letterlijk: moord op de politiek) suggereert moralicide dat de techniek de moraal vermoordt. Er staat zelfs geen vraagteken achter, het is een constatering.

Dat de inhoud van het boek deels juist iets anders suggereert, wordt zo, net als bij mijn moralisering van apparaten, aan het oog onttrokken. We hebben daarom niet alleen een nieuwe term, maar een heel nieuw begrip van ethiek nodig om de oude idee dat de techniek de ethiek bedreigt, definitief de wereld uit te helpen.

Die nieuwe, verrassende visie op ethiek is ondertussen op fraaie wijze door twee van mijn promovendi, Peter Paul Verbeek en Steven Dorrestein, ontwikkeld. Dorrestein maakt in zijn proefschrift 'The Design of our own lives', korte metten met de overheersende idee van een vrij moreel subject, dat oog in oog met de buitenwereld autonome morele keuzes maakt. Met behulp van de ideeën van de Franse filosoof Michel Foucault gaat hij van onze moderne plichtsethiek terug naar de klassieke Grieken, die bij hun ethiek niet uitgingen van de idee van een vrije wil als voorwaarde voor moreel handelen. Het goede leven dat de klassieken nastreefden berustte altijd op een samenspel van mensen en hun omgeving.

Dit idee vertaalt Dorrestein nu naar de hedendaagse techniekethiek. Die moet niet, zoals nog steeds met voorliefde gebeurt, grenzen stellen aan de technische ontwikkelingen, maar onderzoeken hoe techniek op een wenselijke manier geïntegreerd kan worden in ons morele handelen. De uitdaging, ook aan Marli Huijer, is: hoe benutten we dit inzicht zo dat we de diep gewortelde moderne vooroordelen over ethiek achter ons kunnen laten?

De wassende en plassende burger dient zich niet steeds af te vragen hoe hij duurzaam kan handelen, maar zijn omgeving moet zo zijn ingericht dat dat vanzelf een goede gewoonte wordt.

Leven is (g)een kunst
Onder het motto 'tegenspraak brengt ons verder' organiseert Trouw samen met Studium Generale van de Universiteit Utrecht bijeenkomsten waarin Denker des Vaderlands Hans Achterhuis in debat gaat. De volgende aflevering, op 15 april, gaat over levenskunst. Joep Dohmen, hoogleraar wijsgerige en praktische ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek, is schrijver van een succesvol pleidooi voor levenskunst, Achterhuis vindt dat leven geen kunst is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden