Teamsport telt niet mee in China

In China hebben vooral de individuele sporters aanzien. De teamsporten zijn in de Volksrepubliek van ondergeschikt belang.

Softbal is in China even populair als in Nederland, helemaal níet dus. Het aanzien van de sport, met in de Volksrepubliek slechts driehonderd beoefenaars op het hoogste niveau, zal helemaal afnemen als het na de Spelen in Peking de olympische status kwijtraakt.

„Ik maak me zorgen over de toekomst van de sport in China”, zei bondscoach Lihong Wang gisteren na de overwinning van haar ploeg op Nederland (10-2). „Voor Team China is het van groot belang dat softbal straks snel weer op de olympische kalender komt. In China zijn weinig mensen in softbal geïnteresseerd. Dat wordt nog minder als we niet meer olympisch zijn.”

Softbal en honkbal behoren over vier jaar in Londen niet meer tot de olympische familie. De twee sporten raken na de Spelen in Peking hun olympische status kwijt, omdat ze in de ogen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) mondiaal te weinig aantrekkingskracht hebben. Er is een lobby op gang gekomen om die beslissing met ingang van 2016 terug te draaien.

Teamsporten hebben in Azië niet de hoogste prioriteit van de beleidsmakers, en zeker niet als er geen olympische eer mee is te behalen. De Chinezen hebben geen historie als het gaat om grote successen van nationale ploegen. Daarbij komt dat de financiering van een team een kostbare zaak is. In de vroegere DDR werd er nimmer een cent geïnvesteerd in teamsporten. Alles ging naar het individu.

In China worden kinderen al op jonge leeftijd aan een sport gekoppeld. De nadruk wordt daarbij gelegd op traditioneel sterke individuele sporten als turnen, tafeltennis en badminton.

De Chinezen beschikken over veel expertise en ervaring om talenten in deze takken van sport op te leiden tot wereldtoppers. De kans op eeuwige roem is aanmerkelijk groter dan in een teamsport, met de befaamde basketballer Yao Ming als de uitzondering op de regel.

Voor de teamsporten zijn de Chinezen vaak aangewezen op kennis uit het buitenland. Van de veertien op de Spelen actieve ploegen hebben er acht een niet-Chinese coach. Drie Koreanen, twee Amerikanen, een Spanjaard, een Serviër en een Litouwer zijn onder de Chinese vlag werkzaam in het hockey, basketbal, handbal, waterpolo, handbal, waterpolo en voetbal. In die laatste sport volgde de Serviër Dujkovic na de Aziatische Spelen Arie Haan op.

Op dit moment behoren alleen de Chinese volleybalsters tot de wereldtop. Als regerend wereldkampioenen moeten zij in staat worden geacht volgende week een gouden medaille toe te voegen aan de dagelijks groeiende lijst met eremetaal. De voetballers daarentegen liggen er al bijna uit. In die onder de bevolking populaire sport worden de Chinezen altijd geconfronteerd met fysieke tekortkomingen.

Van de zes Chinese ploegen die gisteren in actie kwamen was er alleen winst voor de hockeysters, volleybalsters en softbalsters.

In het stadion op het Fengtai Softball Field was te merken dat de Chinezen niet veel op hebben met softbal. De tribunes waren weliswaar redelijk bezet, maar een paar honderd vrijwilligers creëerden onder aanvoering van ingehuurde spreekstalmeesters een onwerkelijke sfeer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden