Tea Party: iedereen koning

In de opmaat naar de tussentijdse verkiezingen, is Amerika in de ban van de Tea Party – rechts, boos en tegen alles wat overheid is. De verongelijkte burger rukt op, tot schrik van vooral de Republikeinse partijbonzen.

Dringend verzoek van Glenn Beck, tv-grootheid bij het rechtse Fox News, aan alle aanhangers van de Tea Party: laat uw buitenissige kostuums in de kast hangen en zet niet langer de meest opzwepende leuzen op de protestborden. Ga niet verkleed als het Vrijheidsbeeld en verwens Barack Obama niet al te luid, want daardoor verschijnen wij in de media als malloten en extremisten en dat zijn wij niet: wij zijn het volk en wij zijn gekomen om Amerika weer in handen te nemen.

Of zijn oproep veel effect zal hebben, is de vraag. Zelf vergeleek Beck– samen met Sarah Palin de belangrijkste informele aanvoerder van de Tea Party – de politiek van Obama met die van Adolf Hitler. Tegelijkertijd maakte hij hem ook graag voor marxist uit. Daarmee zette hij de toon voor de storm die nu al bijna twee jaar door politiek Amerika raast en die de tussentijdse verkiezingen van 2 november – voor Huis van Afgevaardigden en Senaat – zal bepalen. Of de Tea Party-activisten hun verbale en non-verbale extremisme matigen of niet, ze hebben zich inmiddels ruimschoots laten kennen als een beweging van ongekende radicaliteit, al is die wel geworteld in de Amerikaanse geschiedenis: burgers die de overheid zien als hun grootste vijand.

De Republikeinen zijn er danig door in het nauw gebracht en de Democraten weten niet of ze moeten lachen of huilen. De kandidaten die met steun van de Tea Party binnen de ’Grand Old Party’ zijn komen bovendrijven, zijn zulke ongeleide projectielen – grossierend in opzienbarende verklaringen over hekserij, masturbatie, homoseksualiteit, gewapend verzet tegen de regering – dat sommigen denken dat ze alleen maar schade kunnen aanrichten aan de Republikeinse zaak. Maar de Tea Party-figuren weten toch zoveel kiezers te begeesteren dat niemand het kan veroorloven hen te negeren. Geen boodschap doet het zo goed in de Amerikaanse politiek als die van de opstand tegen het establishment. „Als het volk de regering vreest, heerst er tirannie”, riep Christine O’Donnell nadat ze namens de Tea Party de nominatie had gewonnen voor de Republikeinse Partij in Delaware. „Maar als de regering het volk vreest, heerst er vrijheid.”

Wat begon als een relatief ongeorganiseerd protest tegen Obama’s plannen voor de hervorming van de gezondheidszorg, met duizenden lokale groepen zonder overkoepelende organisatie, is uitgegroeid tot ’de belangrijkste rebellie in de Republikeinse Partij sinds 1964’, aldus Time-magazine, verwijzend naar de coup van de uiterst rechtse Barry Goldwater tegen de gematigde en gezapige ’country club Republicans’. Volgens een peiling van NBC-News steunt 71 procent van de Republikeinse kiezers de ideeën van de Tea Party. Dit is geen marginale groep meer die slechts spreekt namens een handvol ontevredenen, dit is ’in belangrijke mate waar het in 2010 om draait’, aldus de Democratische adviseur Peter Hart. De tientallen miljoenen die twee steenrijke broers in de organisatie hebben gestoken, zullen daar ongetwijfeld aan bijgedragen hebben. David en Charles Koch, erfgenamen van Koch Industries, financieren de Tea Party niet direct, maar wel via twee organisaties ’van gewone mensen’ die protesteren tegen staatsbemoeienis met de gezondheidszorg en het klimaatbeleid: Freedom Works en Americans for Prosperity. De Kochs doen dat uit libertaire overwegingen; David Koch was in 1980 kandidaat-vicepresident voor de Libertaire Partij, rechts van Ronald Reagan, vurig pleitend tegen de overheid als onderdrukker van de vrije burger.

Afgelopen april leek het nog een incident dat Charlie Crist, de zittende gouverneur van Florida, na een campagne van de Tea Party genoodzaakt werd de Republikeinse Partij te verlaten en zich te afficheren als ’onafhankelijk’ om toch nog kans te maken op een Senaatszetel. Maar na Florida volgde Utah en vervolgens zegevierde de Tea Party ook in Nevada, Colorado, Alaska, Kentucky en Delaware, vaak ten koste van gevestigde namen uit de Republikeinse gelederen. De opmars strekt zich zelfs uit tot de Democraten: in New Jersey steunen zij een Tea Party-aanhanger die zich kandidaat heeft gesteld voor een zetel in het Huis.

Bij gebrek aan nationale organisatie heeft de Tea Party geen formele leiding, maar de kopstukken zijn onbetwist: Sarah Palin, voormalig kandidaat voor het vicepresidentschap en Afgevaardigde Ron Paul – politici die zich presenteren als a-politiek en zich opwerpen als eenzame strijders binnen de Republikeinse Partij. Daarnaast de media-giganten Glenn Beck en Rush Limbaugh, opgewonden talkshow-presentatoren die hun politieke rol met verve spelen. Limbaugh werd na de zege van Obama wel de feitelijke oppositieleider van Amerika genoemd. Zij vegen dag na dag de vloer aan met de ’linkse elite van de gevestigde media’, de ’totalitaire bureaucratie van Washington’ en vooral met Barack Hussein Obama, die ze ervan beschuldigen een marxist te zijn, soms ook een fascist en altijd een (crypto-)moslim.

Wat de president zelf zegt over zijn geloof, maakt op hen geen enkele indruk. Obama deed eind vorige maand tijdens een ontmoeting met kiezers uit de doeken wat het voor hem betekent christen te zijn („Ik ben christen uit eigen keuze, ik kwam pas op latere leeftijd tot het geloof”), maar getuige de vele hatelijke reacties op het internet blijft de president voor Tea Partiers een vermaledijde islamiet. Volgens een peiling van Newsweek meent bijna eenderde van de Amerikanen dat Obama ’waarschijnlijk of zeker sympathiek staat tegenover islamitische fundamentalisten’. Veel Republikeinen gaan nog een stap verder: 24 procent van hen is het eens met de uitspraak dat Obama ’de Antichrist zou kunnen zijn’.

Afgezien van de religieuze weerzin tegenover Obama – die te maken zal hebben met het feit dat de Tea Party deels steunt op rechtse evangelicals – klinkt er ook in door hoe on-Amerikaans de president gevonden wordt. Zowel qua afkomst als qua politieke kleur vertegenwoordigt hij alles wat niet thuishoort in ’het echte Amerika’, zoals Palin het noemde tijdens de campagne van 2008: het uitgestrekte en onbedorven land tussen de steden aan de Oost- en de West-kust, fly-over country, verwaarloosd door de intellectuele en politieke elite. Dat dit echte Amerika – het Amerika van de pioniers, op zichzelf aangewezen, tegelijkertijd godvrezend en zelfvoorzienend – niet meer bestaat en dat de meerderheid van de bevolking in verschillende varianten van suburbs leeft, doet daar niets aan af. Wat Palin oproept, is de nationale mythe, de overgeleverde definitie van de Amerikaanse identiteit. De woede die de Tea Party tentoonspreidt, kon wel eens voortkomen uit frustratie over het verlies van het vertrouwde, veilige, smalltown Amerika, dat blank was en protestant, de vlag trots wapperend op de motorkap van de pickup truck.

De Republikeinen kunnen die frustratie meevoelen, de Democraten – Obama voorop – veel minder. Ze hebben er ook geen goed antwoord op. „Net als na 11 september 2001, en als zo vaak in de recente Amerikaanse politiek, zijn de Republikeinen erin geslaagd de Democraten neer te zetten als niet alleen elitair, maar ook vreemd en on-Amerikaans”, aldus de publicist Michael Tomasky. De Republikeinen, die veel gemakkelijker dan Democraten grote woorden gebruiken – freedom hier, liberty daar – hebben op deze manier meer aansluiting gevonden bij de populistische traditie die altijd aanwezig is geweest in de VS en die uitgaat van maximale individuele vrijheid. ’Every man a king’, beloofde William Jennings Bryan, populistisch presidentskandidaat in 1896, 1900 en 1908.

In een land waar iedereen zijn eigen koning is, moet de machthebber in Washington het doen met wantrouwen, ook dat is een permanente factor in de VS. Al gauw bestaat onder de burgers het vermoeden dat de regering niet alleen behept is met slechte bedoelingen, maar zelfs deel uitmaakt van een complot. Hoe verongelijkter de burger – en de economische crisis geeft daartoe genoeg aanleiding – hoe ontvankelijker hij is voor dit sentiment.

„Veel Amerikanen hebben zichzelf ervan overtuigd dat allerlei elites – politici, ambtenaren, journalisten, maar ook artsen, wetenschappers en zelfs schoolmeesters – controle uitoefenen over hun leven”, schreef hoogleraar Mark Lilla in The New York Review of Books. Verzet tegen deze elites is het logische gevolg. Volgens Lilla neemt dit verschijnsel – volledig wantrouwen in instituties, volledig vertrouwen in zichzelf – alleen maar toe omdat burgers steeds autonomer worden en zich minder aangetrokken voelen tot partijen. „Daardoor wordt het voor politieke organen moeilijker hen op collectieve basis te vertegenwoordigen.” De opkomst van de Tea Party is hiermee niet in tegenspraak, stelt Lilla, integendeel. Het is geen partij, en al helemaal geen beweging met een coherente en constructieve politieke agenda. „De Tea Party bestaat alleen om verzet te bieden aan een ingebeelde dreiging en om degenen die aan de macht zijn eraan te herinneren dat hun enige taak deze is: de verdediging van ons goddelijke recht om te doen wat we willen.”

Aanhangers van de Tea Party geven in Washington uiting aan hun afkeer van de overheid, president Obama en socialisten. Uncle Sam wordt van stal gehaald om de boodschap kracht bij te zetten. (FOTO'S AFP)Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden