Te wit voor de kolonie, niet wit genoeg voor het vaderland. Euraziaten wilden een eigen staat

De Euraziaten organiseerden zich in de eerste helft van de twintigste eeuw meer als groep, emancipeerden en richtten eigen belangenclubs op.Beeld Proefschrift Liesbeth Rosen Jacobson

Euraziaten, Aziatisch én Europees, zagen zichzelf in koloniaal Azië als apart ras met een eigen identiteit. Zij streefden naar een eigen staat, in Nieuw-Guinea.

Euraziaten, nakomelingen van een Europese vader en een Aziatische moeder in de vroegere koloniën, eisten in de jaren dertig van de vorige eeuw een eigen land, naar voorbeeld van de Joden en Israël. Al is het nooit tot een eigen staat gekomen, het is opmerkelijk dat deze groep, verspreid over heel Azië, zichzelf zag als apart ras, met een eigen identiteit en eigen rechten, zoals een eigen land.

De Volkerenbond - voorloper van de Verenigde Naties - werd zelfs opgeroepen hier werk van te maken. Dat ontdekte historica Liesbeth Rosen Jacobson (31) tijdens haar promotieonderzoek aan de faculteit geesteswetenschappen in Leiden.

Wat moet er met deze 'tussengroep' gebeuren na de onafhankelijkheid, was in die tijd een grote vraag voor de koloniserende machthebbers én voor de Euraziaten zelf. Waar hoorden ze bij: bij het Europese land van hun vader of bij het Aziatische geboorteland?

Nieuw-Guinea

De Euraziaten organiseerden zich in de eerste helft van de twintigste eeuw meer als groep, emancipeerden, richtten eigen belangenclubs op. Dat al in de jaren twintig in Indië een plan circuleerde om Nieuw-Guinea als thuisland voor 'Indo's', zoals deze 'tussengroep' in Indië werd genoemd, aan te wijzen, is overigens bekend. Nieuw-Guinea werd gezien als een onontgonnen eiland waar deze Indische Nederlanders, verwant met de Nederlandse cultuur, maar tegelijk zelden in Nederland geweest, zich thuis konden voelen. Een klein aantal ging daadwerkelijk. Zij kwamen, toen Nederland zich ook uit Nieuw-Guinea terugtrok, alsnog naar Nederland.

Maar Rosen Jacobson vond in een krant uit Singapore twee keer, in 1934 en in 1939, de roep om een 'Israël voor Euraziaten'. Het is nooit een serieuze optie geweest, zegt zij, maar dat er contacten waren tussen deze gemengde bevolkingsgroepen in Azië over deze kwestie, dat is wel opmerkelijk. Nieuw-Guinea wordt in de artikelen genoemd als plek voor dit nieuwe thuisland van álle Euraziaten. "Er zijn geen bewijzen dat dit een breed gedragen plan was, maar de krantenartikelen tonen aan dat het wel duidelijk een idee was dat leefde."

Eigen rechten

De Leidse hoogleraar migratie-geschiedenis Marlou Schrover - promotor van Rosen Jacobson - spreekt van een spectaculaire vondst. Vroeg in de twintigste eeuw vonden velen dat elk ras recht heeft op een eigen natie. "Dat is op zich niet nieuw. Maar dat er Euraziaten in verschillende landen waren die zichzelf zo sterk als een ras zagen, met een eigen identiteit en eigen rechten, zoals dat op een thuisland, dat is opmerkelijk. De claim zelf is weer niet relevant, er waren ontzettend veel claims richting Volkerenbond."

Rosen Jacobson vergelijkt in haar proefschrift 'The Eurasian Question' de positie van de Euraziaten in drie kolonies in de periode 1900 tot 1970. Het gaat om Brits Indië, het Franse Indochina (het huidige Vietnam, Laos en Cambodja) en Nederlands-Indië (het huidige Indonesië). Om hoeveel mensen het in deze kolonies gaat, is niet exact te zeggen. Rosen Jacobson hield het, gebaseerd op bestaande schattingen, rond 1945 op circa 300.000 Euraziaten in Brits Indië, 240.000 in Nederlands-Indië en 40.000 in Frans-Indochina.

Ze vond veel overeenkomsten tussen de behandeling van deze groep in de verschillende kolonies. Eind negentiende eeuw werden zij in alle drie de kolonies steeds meer als een aparte groep gezien. Er ontstond meer concurrentie op de arbeidsmarkt, het werd voor Euraziaten moeilijker een baan te vinden. Tegelijk waren juist de Euraziaten nodig als intermediair voor bijvoorbeeld zakelijke contacten met de inheemse bevolking. Ze kregen privileges die de Aziatische bevolking niet had, maar werden tegelijk gediscrimineerd omdat ze niet gezien werden als gelijken aan de Europese kolonisten.

Weerstand

Alle Aziatische kolonies waren sterk gesegregeerd, beschrijft Rosen Jacobson: tussen Europeanen, inheemse mensen en de tussenvorm, de Euraziaten. De Euraziaten gingen zich vervolgens ook als groep organiseren en claimden meer eigen rechten. Daardoor werd de weerstand tegen de groep in alle drie de koloniën weer sterker. Rosen Jacobson noemt dat 'de emancipatie-paradox'.

Toen het kolonialisme eindigde en de Europeanen vertrokken, werden de Euraziaten door de nieuwe machthebbers met argwaan bekeken, soms als overblijfsel van de koloniale tijd, met hun vaak wittere huidskleur, soms als verraders. Velen kozen ervoor, als ze de juiste papieren bemachtigden, naar Europa te vertrekken.

Het geweld van de dekolonisatieperiode en gebrek aan economische toekomst waren hoofdredenen om te vertrekken, ontdekte Rosen Jacobson. Ook daar wachtte hun geen gemakkelijke toekomst. "Waren ze in de oude kolonie te wit, in het vaderland waren ze vaak niet wit genoeg, dat leidde overal in Europa tot discriminatie."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden