Te weinig groene fondsen

In het wetsvoorstel Wet Inkomstenbelasting 2001 kwam weer duidelijk naar voren: de fiscale vergroening gaat steeds verder. Milieubewusten krijgen lekkers, verspillers de roe.

Brave burgers die de thermostaat in januari nog op 16 graden hebben staan en met dikke sokken bibberend achter een kop hete chocola zitten, worden in de toekomst beloond met een energiepremie. Bedrijven kunnen een milieuvriendelijk gedrag gewaardeerd zien met een milieu-investeringsaftrek. De heffingen op energieverbruik en vervuilende activiteiten zijn al fors gestegen, maar zullen in de toekomst nog verder omhoog gaan.

In de ons omringende landen is deze tendens hetzelfde, waarbij Denemarken met 19 specifieke groene belastingen koploper is. Nederland en Zweden staan overigens op een goede tweede en derde plaats. Het is zelfs zo dat de met het milieu samenhangende heffingen ongeveer 7 procent van de totale belastingopbrengst in de economische hoogontwikkelde landen opbrengen.

Waarbij wel aangetekend moet worden dat echte milieubelastingen zoals die op pesticiden, nog altijd een verwaarloosbare opbrengst hebben. Kortom, soms lijkt het er wel eens op dat deze belastingen louter zijn ingevoerd om de schatkist te spekken.

In het kader van de fiscale vergroening passen zeker ook de erkende Nederlandse groenfondsen, de gezamenlijke beheerders van een bedrag van 2,6 miljard spaargeld. Deze worden in het wetsvoorstel Wet Inkomstenbelasting 2001 wederom coulant behandeld.

Een groene belegging krijgt een vrijstelling binnen 'bepaalde grenzen' en wordt niet tot de bezittingen gerekend als deze wordt uitgegeven door erkende krediet- of beleggingsinstellingen. Wat overigens die 'bepaalde grenzen' inhouden, is nog niet bekend. Het doel van de vrijstelling is om het maatschappelijk draagvlak voor het milieubeleid en de betrokkenheid van de burgers daarbij te vergroten. Men hoopt dit te bereiken door voordelen uit groene beleggingen integraal vrij te stellen zodat de netto rendementen uit deze beleggingen gelijk zijn aan de bruto rendementen. Hierdoor wordt de afstand tussen de hoogte van de netto rendementen uit groenprojecten enerzijds en de netto rendementen uit overige beleggingen anderzijds verkleind. Begrijpt u het nog?

In de nog te volgen wetsvoorstellen rond het 'ondernemerspakket 21ste eeuw' zal er bovendien een kaderregeling voor groene en maatschappelijke beleggingen worden geïntroduceerd. Daarbij gaan de gedachten uit naar een overkoepelende regeling waarin de fiscale regels voor hoog risicodragend kapitaal of durfkapitaal wordt uitgewerkt.

Hoe worden deze fiscaalvriendelijke, groene beleggingen nu vormgegeven? Sinds 1 januari 1995 kent ons land een speciale fiscale regeling voor beleggen in erkende groene projecten, wat vooral gunstig is voor de beleggers die hun rente- en dividendvrijstellingen volledig hebben benut. Beleggen wil hier zeggen, investeren in een fonds dat obligaties uitgeeft waarop rente wordt vergoed of een (fiscale) beleggingsinstelling die aandelen uitgeeft.

Onder het huidige belastingregime zijn dividend en rente van de aandelen en de obligaties dus vrijgesteld voor de inkomstenbelasting, de eventuele ingehouden dividendbelasting is verrekenbaar met de aanslag inkomstenbelasting. Aandelen en obligaties worden overigens wel tot het vermogen gerekend. Komt dat vermogen boven een bepaalde grens, dan betaalt u over het meerdere vermogensbelasting (0,7 procent). Voor 1999 ligt de grens op 197 000 gulden, voor gehuwden op 246 000.

Zoals gezegd, worden alleen erkende instellingen fiscaalvriendelijk behandeld. ABN Groenfonds, ASN Groenprojectenfonds, Friesland Groen Fund, Triodos Groenfonds waarin zijn opgenomen Biogrond Fonds, het Windfonds en het Groene Beleggingsfonds zijn erkend.

De groene instellingen zijn verplicht 70 procent van de hun toevertrouwde middelen te beleggen in door het ministerie van Vrom goedgekeurde projecten. Het restant mag worden weggezet op de geld- en kapitaalmarkt.

Er is een ernstig tekort aan voldoende goed gekeurde groene projecten, vandaar dat de overheid onlangs het werkterrein voor erkende groenprojecten ook naar het buitenland heeft verlegd.

Nu staan de groenfondsen niet te popelen om uit te wijken naar het buitenland en zeker niet naar ontwikkelingslanden, zoals ook Peter Blom, algemeen directeur van de Triodos Bank in zijn reactie op het nieuwe wetsvoorstel toegeeft.

Voorlopig blijft men liever beleggen in organisaties als biologisch-dynamisch werkende bedrijven, ecokantoren en producenten van windturbinebladen in Nederland.

Nog even voor alle duidelijkheid: teakhoutfondsen vallen niet onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen en zijn dus geen 'groene belegging'.

Ook bestaan er zogenaamde ethische beleggingsfondsen die in hun beleid ethische criteria hanteren. Milieu-aspecten behoren tot die criteria.

Voorbeelden van deze fondsen zijn het ASN Aandelenfonds en het ABF, het Andere Beleggings Fonds. Aan deze fondsen zijn geen belastingvoordelen verbonden.

Beleggen in groenfondsen is sterk in opmars. De fondsen zijn echter klein en de ruimte is beperkt. Leest u dus in een advertentie: 'gezien de grote belangstelling voor belastingvrij groen beleggen is het denkbaar dat het fonds binnenkort weer sluit', dan is dit geen verkooppraatje, maar de bittere waarheid. Snel handelen is geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden