Te weinig bedden voor slachtoffers mensenhandel

Door onderzoek buiten seksindustrie neemt aantal ontdekte gevallen toe

Drie weken geleden was het opnieuw raak. Bij invallen in woningen in Rotterdam en Schiedam werden 31 Hongaren aangetroffen die mogelijk het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel. Vijf verdachten zijn gearresteerd.

Het onderzoek loopt nog, maar het Openbaar Ministerie denkt dat de Hongaren onder valse voorwendselen naar Nederland zijn gehaald en niet het werk kregen dat hen was beloofd. Ze zouden allerlei soorten arbeid hebben verricht - van tomaten plukken tot ijzervlechten en straten maken - maar daar niet of zeer slecht voor zijn betaald. Ook de huisvesting was beroerd: er was in de woningen geen warm water, matrassen lagen op de vloer en er waren te weinig slaapplaatsen.

Wat doe je met zo'n grote groep mogelijke slachtoffers? De opvang mensenhandel is immers vooral toegesneden op de traditionele categorie: vrouwen die uit de prostitutie zijn gehaald na te zijn uitgebuit door een pooier. Dergelijke opvang zit vrijwel altijd vol en bovendien worden bij invallen als deze vaak veel mannen aangetroffen, voor wie weinig bedden beschikbaar zijn.

"We kunnen geen opvang afdwingen, of even wat regelen door rond te bellen", bevestigt Bas de Visser van Comensha. Dat is het Coördinatiecentrum Mensenhandel dat in Nederland de centrale registratie doet van (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel en voor een deel van deze mensen ook opvang regelt. "Opvangcentra kunnen niet zomaar bedden bijzetten. Bovendien ben je er niet met de bedden alleen, er is ook eten en drinken nodig, en psychosociale, juridische of medische bijstand."

In maart was Comensha al vóór de inval gewaarschuwd door de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (Siod), die de mogelijke mensenhandel van de Hongaren had ontdekt. Deze dienst van het ministerie van sociale zaken haalde eerder tientallen Slowaken van het land bij een fruitkweker.

De vraag is wie verantwoordelijk is voor de opvang, en wie het betaalt, legt De Visser uit. "Is dat de gemeente, de opsporingsdienst, wij? In het geval van de Hongaren was het de Siod die een hotel afhuurde, waar de mensen dagenlang konden verblijven terwijl werd uitgezocht of ze aangifte wilden doen, terug wilden naar hun land, psychologische ondersteuning nodig hadden."

De Hongaren werd ook gevraagd of ze nog onderdak nodig hadden. Uit ervaring blijkt dat deze groepen meestal zo snel mogelijk weer aan het werk willen. De Visser: "Ze hebben geen behoefte aan crisisopvang." Van de Hongaren hadden er 13 van de 31 geen huisvesting meer. Ze kregen uiteindelijk een plek in een werkhotel, een soort internaat voor jongeren die dakloos zijn of een moeilijke thuissituatie hebben.

Tot nu toe komen dit soort oplossingen iedere keer ad hoc tot stand. Dat kan niet langer nu opsporingsdiensten intensiever onderzoek doen naar uitbuiting buiten de seksindustrie en het aantal ontdekte slachtoffers toeneemt. Comensha werkt inmiddels samen met de vrouwenopvang aan een draaiboek voor dit soort situaties, meldt De Visser. Maar daarmee is de feitelijke opvang nog niet geregeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden