Te vroeg gejuicht

In Nederland leek de ziekte tbc bedwongen, maar nu neemt internationaal de dreiging toe. Tbc-bestrijders uit twintig landen buigen zich vandaag in Amsterdam over een wereldwijde strategie om de bacil de baas te worden. "Met pillen uitdelen komen we er niet. We moeten actief op zoek naar de besmette patiënt."

Bijna was-ie weggevaagd, de tuberkelbacil. Rond 1900 velde hij elk jaar nog duizenden slachtoffers, maar kort na de Tweede Wereldoorlog kwamen effectieve geneesmiddelen op de markt. Die pakten niet alleen de kwaal aan, maar voorkwamen ook nog eens dat het beestje op andere slachtoffers oversprong.

Maar de bacil moest natuurlijk helemaal uit Nederland verdreven worden. Dat gaat niet lukken. Als het tegenzit, staan we aan de vooravond van een nieuwe wereldepidemie. Om alle ziektekiemen dan buiten de grens te houden, dat is geen doen. Tot overmaat van ramp duiken steeds vaker tuberkelbacillen op die gehard blijken tegen de gebruikelijke antibiotica. In Nederland zelf zijn er bovendien nieuwe gevaren. Zo wordt tbc meer en meer een kwaal van junks, zwervers en andere 'randgroepen' waarop de tbc-bestrijding moeilijk vat krijgt.

Zie Nederlanders van na de Tweede Wereldoorlog daar nog maar eens van te doordringen. Ouderen geven nog wel aan het Nederlands Tuberculose Fonds. Maar mensen van na de oorlog hébben er niets mee. Tbc is uit de oude doos, vinden ze. De ziekte roept hooguit nog een associatie op met het romantische aureool van het vooroorlogse sanatorium: patiënten in hun draaibare zonnehut, een plaid over de benen, lijdzaam wachtend op genezing.

De alledaagse werkelijkheid was beduidend minder romantisch, want de gezonde bos- of berglucht haalde bar weinig uit. Slechts één op de vier of vijf patiënten bleef in leven, de anderen stierven een weinig benijdenswaardige dood. Dat was tbc. Tering. Een volksziekte met rond 1900 jaarlijks zo'n 10 000, en in 1945 nog rond de 7500 dodelijke slachtoffers.

De antibiotica die na de oorlog beschikbaar kwamen, luidden het begin van een succesverhaal in. Het aantal tbc-doden kelderde in sneltreinvaart tot, midden jaren tachtig, nog een enkeling. Het aantal nieuwe tbc-gevallen lag toen rond de duizend. Nog zo'n wapenfeit: twintig procent van de mensen die rond het begin van de Tweede Wereldoorlog ter wereld kwamen, draagt de tuberkelbacil bij zich. Gewoonlijk veilig ingekapseld in de longen, maar toch: de bacil waart nog altijd rond in deze generatie. Zo niet onder de mensen die een kwart eeuw later zijn geboren. Daar is het percentage 'dragers' bijna nul. Zodat de definitieve overwinning voor het grijpen leek te liggen. Leek, want rond 1985 kwam de sterke afname van nieuwe ziektegevallen abrupt tot stilstand.

Niet omdat de ziekte opnieuw de kop opstak onder de autochtone bevolking, integendeel. Daar zet de daling gewoon door, weet J. Broekmans, directeur van de Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot bestrijding der Tuberculose (KNCV). "Als we in dit tempo door konden gaan, zou tbc rond 2030 vrijwel uit onze samenleving verdreven zijn. De tbc-uitbraken in voetbalclubs, discotheken of vliegtuigen: het zijn in dit scenario slechts de laatste stuiptrekkingen."

Bovendien weten tbc-bestrijders die uitbraken meestal snel in de greep te krijgen via 'contactonderzoek': zodra blijkt dat iemand open tbc heeft – wat betekent dat hij bacillen in het rond sproeit – worden familie, vrienden, teamgenoten van de voetbalclub en bezoekers van dezelfde discotheek opgetrommeld voor de befaamde Mantoux- test. Blijkt dat ze besmet zijn, dan worden ze onmiddellijk allemaal behandeld. Minstens een halfjaar lang, om zeker te zijn dat alle bacillen het loodje leggen.

Deze aanpak faalt bij groepen mensen in de rafelranden van de samenleving: junks, zwervers, illegalen. Een nog groter probleem is de import van tbc-bacillen uit het buitenland door asielzoekers, illegalen, of mensen die hier komen voor gezinshereniging. "Elk jaar komen 800 tbc- patiënten Nederland in, en van hen kan de helft de ziekte verder verspreiden", zegt Broekmans.

Tbc-bacillen hebben hun eigen, erfelijke streepjescode, en die wordt bij elke patiënt vastgelegd. Zo kan de verspreiding van de bacillen door de Nederlandse samenleving nauwkeurig in kaart worden gebracht via hun DNA-profiel. Broekmans laat een grafiekje zien van een bacil die midden jaren negentig door één enkele Kaapverdiaan het land werd binnengebracht en alhier verspreid. Vijf jaar later zijn veertig patiënten besmet met deze Kaapverdiaanse variant. Zeven of acht autochtone Nederlanders, de anderen van niet-Nederlandse herkomst.

Iedereen die – langs legale weg – Nederland binnenkomt en langer dan drie maanden zal blijven, moet zich op tbc laten controleren. In de asielzoekerscentra komen de tbc-bussen regelmatig langs. Maar waterdicht valt dat systeem gewoonweg niet te krijgen. "We zijn de speelbal geworden van tbc in het buitenland", concludeert Broekman nuchter. En daar kost tbc elk jaar twee miljoen levens en moet de strijd tegen de ziekte op veel plaatsen nog beginnen.

Neem diverse Afrikaanse landen bezuiden de Sahara, waar het aantal tbc-patiënten de afgelopen jaren verdriedubbelde – de bacil slaat op grote schaal toe bij mensen die door het aidsvirus zijn verzwakt. Gebeurt hetzelfde in Azië, dan staan we aan het begin van een mogelijke wereldepidemie. Nu al doen zich hier jaarlijks 4,5 miljoen nieuwe gevallen van tbc voor. Of neem Rusland, ook al zo'n brandhaard met 120 000 geïnfecteerden per jaar. "Men heeft daar een puinhoop gemaakt van de bestrijding", verklaart Broekmans. "Met name in de gevangenissen heerst een afgrijselijke situatie. Tbc wordt wel behandeld, met de duurste medicijnen, maar niet op de goede manier. Te kort, of met een verkeerde combinatie van antibiotica. De bacillen die zo'n halfslachtige kuur overleven, blijken daarna bijzonder goed bestand tegen de gebruikelijke medicijnen. Tbc is dan net zo'n ernstige en onbehandelbare ziekte als aids of een ebola-infectie. Met alle gevolgen van dien. Een gewone tbc-kuur kost zo'n 120 gulden. Maar een zogeheten resistente bacil valt alleen aan te pakken met een zeer gespecialiseerde behandeling, waarvoor de patiënt maandenlang in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Dat kost tienduizenden guldens. Deze resistente bacillen rukken nu op naar de westerse wereld. Begin jaren negentig spookten ze rond in New York. De balans na afloop van de uitbraak: enkele duizenden patiënten en een schadepost van één miljard dollar. Gevolg van het te vroeg victorie kraaien, zegt Broekmans. "Men heeft het bestrijdingsnetwerk daar te vroeg uiteen laten vallen, omdat men dacht tbc wel in de hand te hebben." In Nederland duiken de resistente bacillen nog maar mondjesmaat op – bij tien of vijftien patiënten per jaar – maar volgens Broekmans zijn ze een reëel gevaar. Dat gevaar moet vooral over de grens worden bedwongen.

Twee jaar geleden vond in Londen een internationale conferentie plaats. De aldaar verzamelde deskundigen bogen zich over de vraag waarom ze wereldwijd zo weinig succesvol waren in het uitroeien van tbc. Ze deden een belangrijke constatering: tachtig procent van de ziektegevallen is geconcentreerd in slechts 22 landen. Waarbij de tbc- bestrijding vooral in grote landen als China en India, die een complexe infrastructuur hebben, buitengewoon moeizaam verloopt. De aanpak van tbc moet zich eerst op deze 22 landen richten, concludeerden de deskundigen.

Daarover wordt vandaag en morgen verder gepraat in Amsterdam. Het merendeel van de 22 landen die het zwaarst door tbc worden getroffen, komt daar bijeen met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Wereldbank. Gastvrouwen zijn de ministers Borst (volksgezondheid) en Herfkens (ontwikkelingssamenwerking), en op de agenda staat duurzame financiering van de tbc-bestrijding in deze landen. Een punt waarop Nederland nog niet eens zo slecht scoort, vindt Broekmans: 0,25 procent van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking gaat naar de tbc- bestrijding. "We zijn best toonaangevend, vanuit een welbegrepen eigenbelang."

Zoals Nederland volgens hem ook de toon zet als pleitbezorger voor een systematische aanpak van tbc. "Het heeft gewoon weinig zin alleen die resistente bacillen aan te pakken. Die zijn alleen maar de uiting van een onderliggende, falende tbc-bestrijding." Want tbc is allang niet meer in de eerste plaats een medisch probleem. De ziekte valt wel te genezen, ook in ontwikkelingslanden, en zonder dat het veel geld kost. Het is vooral een politiek probleem. "De behandeling moet worden ingebed in een bestrijdingsnetwerk", zegt Broekmans. "Met pillen uitdelen komen we er niet. We moeten een begin maken met het actief opsporen en behandelen van besmette patiënten. Zodat we de kraan bij de bron kunnen dichtdraaien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden