Te volle collegezalen, díe zijn het probleem (opinie)

Universiteiten geven bulkonderwijs aan grote groepen studenten tegelijk. Dat gaat ten koste van de kwaliteit.

Universiteiten moeten hun studenten meer uitdagen en talent beter ontwikkelen. Yvonne van Rooy, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht, heeft een idee hoe dat zou moeten.

In het stuk ’Wees niet bang voor selectie aan de poort’ (Podium, 4 juni) stelt zij voor dat universiteiten vaker onderscheid gaan maken tussen meer en minder getalenteerde studenten. Voor de extra gemotiveerde, ambitieuze studenten moeten er volgens Van Rooy speciale programma’s komen.

Natuurlijk moeten universiteiten hun studenten meer uitdagen, maar niet door selectie aan de poort.

Yvonne Van Rooy wijst onder meer op de goede resultaten van studenten aan het University College in Utrecht, en soortgelijke colleges. Het University College is een bachelor opleiding met kleinschalig en intensief onderwijs voor geselecteerde studenten die samen op een campus verblijven. Geselecteerde studenten zouden het een voorrecht vinden om uitgekozen te worden voor de opleiding, aldus Van Rooy. Maar ze onderbouwt geenszins dat de ’gedegen selectie’ de oorzaak is dat studenten aan Colleges harder studeren.

Experimenten bij reguliere opleidingen hebben uitgewezen dat selectie aan de poort, bijvoorbeeld op basis van eindexamencijfers, geen hoger studierendement garandeert. Er zijn meer instellingen die ervaring hebben opgedaan met selectie aan de poort. De Universiteit Leiden is echter gestopt met deze experimenten, mede omdat te veel studenten onterecht werden afgewezen.

Ongetwijfeld zullen de rendementen omhoog gaan wanneer alle studenten waarover ook maar een geringe twijfel bestaat, niet aan de opleiding kunnen beginnen. De onvermijdelijke consequentie is echter dat veel geschikte studenten worden afgewezen. Het doel van selectie –het ’matchen’ van de student en de opleiding– schiet totaal het doel voorbij en talent wordt onnodig verspild.

De prestigieuze colleges (die Van Rooy als enige bewijs voor haar stelling aandraagt) verschillen inderdaad van gewone universiteiten. Colleges bieden namelijk kleinschalig en intensief onderwijs. Veel klachten die de Landelijke Studentenvakbond LSVb binnenkrijgt over de kwaliteit van het onderwijs, gaan over massaliteit en grootschaligheid.

Terwijl reguliere studenten in enorme collegezalen dus een beperkt aantal uren onderwijs krijgen, hebben geselecteerde studenten aan colleges het voorrecht dat zij in kleine groepen meer dan dertig uur per week les krijgen van gemotiveerde docenten. Dát is de echte reden voor het succes van studenten die aan colleges studeren, niet de selectie aan de poort.

Van Rooy meldt in hetzelfde artikel dat minister Plasterk ook wil dat universiteiten ’excellentietrajecten’ ontwikkelen. Plasterk is daar inderdaad mee begonnen. Maar hij heeft daarbij de deur dichtgeslagen voor achterhaalde maatregelen als selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie.

Voorgaande kabinetten hebben uitgebreid met deze maatregelen geëxperimenteerd. Plasterk trekt echter de terechte conclusie dat het onwenselijk is om ze integraal in te voeren; ze vormen slechts een marginaal onderdeel van nieuwe experimenten, waarbij universiteiten zelf kunnen uitmaken hoe zij hun toponderwijs in willen richten. Ze mogen bijvoorbeeld ook kiezen voor kleinschaligheid en intensieve studiebegeleiding. Zulke experimenten zijn een kansrijker dan selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie. Als Nederland de top 5 van de kenniseconomieën in de wereld wil bereiken, dan is duidelijk wat er nodig is: intensief en kleinschalig onderwijs.

Lees ook: Wees niet bang voor selectie aan de poort

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden